Duits

8. Meerkeuzevragen theorie

Gegeven door:
Marit Molenaar
Beschrijving Begrippen Examenvragen
Op het eindexamen Duits zal je een flink aantal meerkeuzevragen moeten beantwoorden. In deze video behandelen we de theorie over hoe je deze vragen kunt aanpakken.
Er zijn nog geen begrippen voor deze video.
Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1. Tekstverklaren DU

In deze video Eindexamen Duits - Vraagsoorten: meerkeuzevragen theorie wordt verteld hoe je meerkeuzevragen moet aanpakken. In de video Meerkeuzevragen Praktijk gaan we oefenen met de eindexamenvragen.


Meerkeuzevragen

Bij meerkeuzevragen kies je het juiste antwoord uit verschillende geboden opties, meestal 3 tot 5. Let op dat de antwoorden op alfabetische volgorde staan, en dat het dus kan voorkomen dat je drie keer achter elkaar A invult. Je hoeft dan niet te denken dat er iets niet klopt. Onder meerkeuzevragen vallen gewone meerkeuzevragen en open plek-vragen, ook wel gatentekstvragen genoemd.


Gewone meerkeuzevragen


Bij gewone meerkeuzevragen krijg je bijvoorbeeld een vraag over een alinea of over de hele tekst. Bijvoorbeeld, "wat is de toon van de auteur?". Er zijn voorgegeven antwoordopties en je moet vaststellen welke optie overeenkomt met het te lezen tekstgedeelte.


Hoe ga je nu precies te werk bij het beantwoorden van een gewone meerkeuzevraag?


Stap 1: Lees altijd eerst de vraag. Je kunt er vervolgens voor kiezen of je dan de antwoordalternatieven leest of niet. Het is handiger om eerst je eigen antwoord te formuleren in je hoofd en daarna checken of een antwoordoptie daarmee overeenkomt.


Stap 2: Als je de vraag hebt gelezen, dan ga je de vraag vertalen. Als je niet weet wat de vraag betekent dan kun je er ook geen antwoord op geven. Gebruik een woordenboek om moeilijke woorden op te zoeken.


Stap 3: Zoek daarna het stuk tekst op waarin je het antwoord moet vinden. Je kunt het eventueel voor jezelf markeren als je dat prettig vindt.


Stap 4: Als je het stuk tekst hebt gevonden, lees dan dit tekstgedeelte globaal door.


Stap 5: Vervolgens formuleer je in je hoofd het antwoord op de vraag. Bij meerkeuzevragen gaat het vaak over de hoofdgedachte van een tekstgedeelte.


Stap 6: Als je voor jezelf je antwoord hebt geformuleerd, kies je vervolgens uit de antwoordalternatieven het antwoord dat het beste bij jouw eigen antwoord past. Streep de antwoorden weg die zeker fout zijn. 


Gatentekstvragen


Een open plek-tekst of gatentekst is een tekst waarbij woorden in een zin zijn weggelaten. Soms moet je een geschikte titel kiezen voor de tekst of een tussenkopje. De zinnen rondom de open plek geven informatie over het weggelaten woord (of woorden). 


Stap 1: Lees altijd eerst de vraag, en je kunt er dan voor kiezen of je de antwoordopties leest of niet.


Stap 2: Als je de antwoordopties wel bekijkt, bepaal je de woordsoort van het in te vullen woord, of de in te vullen woordgroep. Moet je bijvoorbeeld een werkwoord, een zelfstandig naamwoord of een signaalwoord invullen?


Stap 3: Vervolgens ga je de antwoordopties vertalen. Zoek de woorden op die je niet kent, en schrijf de vertaling erachter. Dan hoef je niet steeds weer op te zoeken.


Stap 4: Lees dan de zin(nen) die voor de open plek staan, en lees de zin(nen) die na de open plek staan. 


Stap 5: Kijk of er signaalwoorden bij- of rondom de open plek staan. Deze woorden kunnen helpen het juiste alternatief te bepalen. Stel ook vast wat het signaalwoord betekent. Daarna formuleer je in je gedachten welk woord ingevuld zou kunnen worden dat in de alinea past.


Stap 6: Kies uit de antwoordalternatieven het antwoord dat het best bij jouw antwoord past. Streep de antwoorden weg die zeker fout zijn. 


Om deze vraagsoorten in de praktijk uitgelegd te zien, kijk je naar de video 'Meerkeuzevragen in de praktijk'.