Natuurkunde

3. Schakelingen 1

Gegeven door:
Emiel Woutersen
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze video voor natuurkunde zal er een begin gemaakt worden aan de uitleg over schakelingen. Hierna volgen nog twee video's met deel 2 en 3 van het onderwerp schakelingen, dus kijk deze vooral ook als je het onderwerp echt goed wil begrijpen!

Ampèremeter

Hiermee meet je de sterkte van elektrische stroom

Geleider (metaal)

Hierin kunnen elektronen bewegen, omdat de buitenste elektronen maar zwak aangetrokken worden tot de kern (vrije elektronen)

Parallelschakeling

Bij een parallelschakeling is overal dezelfde spanning van de bron en de stroomsterkte wordt verdeeld (I totaal = I1+ I2+ I3 etc.). De takstromen zijn evenreding met de geleidbaarheid van de takken (I1: I2 = G1: G2)

Serieschakeling

Bij een serieschakeling is de stroomsterkte overal gelijk, de spanning van de bron wordt gedeeld (U totaal = U1+ U2+ U3 etc.). De deelspanningen zijn recht evenreding met de weerstandswaarden (U1: U2: … = R1: R2:…) en de vervangingsweerstand is de som van alle weerstanden (R totaal = R1+ R2+ R3 etc.)

Stroomkring

Een gesloten elektrisch circuit; er is één weg waarlangs de elektrische stroom in staat is om vanuit één pool van de bron terug te keren naar de andere

Stroomsterkte

I=Q/t (Q is lading in Coulomb). 1 Ampère is 1 Coulomb per seconde

Voltmeter

Een meetinstrument waarmee je elektrische spanning in volt kunt meten. Wordt ook spanningsmeter genoemd

Ampère

De eenheid van elektrische stroomsterkte, met het symbool A

Ohmse weerstand

Bij de wet van Ohm geldt de volgende regel: als de spanning verdubbelt, verdubbelt ook de stroomsterkte. De weerstand is hierbij constant

Spanning

Om de spanning te berekenen kun je de formule U=E/Q of 1 V=1 J/C gebruiken

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
E1: Gebruik van elektriciteit