Nederlands

2. Leesvaardigheid (Hoofdgedachte, onderwerp, etc.)

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen Examenvragen
In deze video voor het eindexamen Nederlands gaan verder met het behandelen van de leesvaardigheid. Dit keer zullen we het hebben over de hoofdgedachte, het onderwerp, citeren, de inleiding en de conclusie. Daarbij komen weer de verschillende tekstsoorten en schrijfdoelen aan bod. Ook kijken we opnieuw naar het analyseren van teksten en hoe we een uiteenzetting en een betoog kunnen herkennen.
Er zijn nog geen begrippen voor deze video.
Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1. Tekstverklaren

Nederlands Havo 

Leesvaardigheid (hoofdgedachte, onderwerp, etc.) 


Begrippen voor het analyseren van teksten: 

1.     Hoofdgedachte

Wat wil de schrijver mij vertellen? > formuleer in 1 zin > deze zin is de hoofdgedachte. 


2.     Het onderwerp 

-        Onderwerp staat meestal in de titel, de kop van de tekst. > maar er kan ook een citaat in staan 

(Citeren: Het vrijwel letterlijk overnemen van een stuk of stukje tekst uit een artikel. Dit moet tussen aanhalingstekens ‘’…’’ staan. )

-        Onderwerp haal je uit zinnen die vaak herhaald worden. 

-        Onderwerp kan ook in de lead gevonden worden. 

-        Onderwerp kan ook in de inleiding of conclusie gevonden worden. 

-        Onderwerp vinden in een kernzin (kernzin is de belangrijkste zin in een alinea) 


3.     Signaalwoorden 

Staan vaak in betogende of beschouwende teksten. 


Opiniërende beschouwing: 

                                                  Opbouw                                     Voorbeelden signaalwoorden

Inleiding                                     Probleem       

                             

Kern     Standpunt 1 + argument  Ten eerste

Standpunt 2 + argument Ten tweede

Standpunt 3 + argument. Vervolgens

Standpunt 4 + argument. Ook

Standpunt 5 + argument            Tot slot


Slot                                          Samenvatting                               Samenvattend


Signaalwoorden van de samenvatting: 

-        Samenvattend 

-        In het kort

-        Kortom 

-        Al met al 

-        Met andere woorden 

-        Concluderend 


Signaalwoorden tegenstelling: 

-        Toch maar

-        Echter 

-        Maar

-        In tegenstelling tot 

-        Niettemin 

-        Desondanks 


Signaalwoorden vergelijking

-        Zo ook

-        Evenals 

-        Eveneens 

-        Eenzelfde als 

-        Net als 


Signaalwoorden voorwaardelijke beschouwing 

-        Gesteld dat

-        Op voorwaarde dat 

-        Mits 

-        Indien

Betoog: 

                                                  Opbouw                                     Voorbeelden signaalwoorden

Inleiding                                     Probleem + standpunt                  


Kern     1e argument voor. Ten eerste

2e argument voor Ook

3e argument voor Vervolgens

1e tegenargument  Daarentegen

Weerlegging 1e tegenargument  Desondanks


Slot                                            Conclusie                                     Dus