Scheikunde

1. Atoommodellen

Gegeven door:
Yoshi Van Heteren
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze video met uitleg voor scheikunde behandelen we de echte basiskennis die je moet beheersen voor het eindexamen. We kijken dan ook naar de atoommodellen van Rutherford en Bohr. We gaan redelijk snel door deze basisstof heen en er komen veel termen aan bod, een ideale recap dus!

Atoom

Een eenheid die de de kleinste bouwsteen van de moleculen vormt.

Atoomkern (nucleus)

Het centrum van een atoom, bestaande uit protonen (positief geladen deeltjes) en neutronen (neutraal geladen deeltjes).

Atoomnummer (atoomgetal)

Hiermee geven we het aantal protonen dat aanwezig is in de atoomkern aan. Dit getal bepaalt de plek van het atoom in het periodiek systeem. 

Elektron

Een zeer klein, negatief geladen deeltje om een atoom.

Kernlading

Deze positieve lading is gelijk aan het aantal protonen uit de atoomkern (aangezien elk proton een lading heeft van +1).

Massagetal van een atoom

Het aantal protonen plus neutronen in een atoom.

Neutron

Een neutraal geladen (geen lading) subatomair deeltje met een gewicht van 1u.

Proton

Een positief geladen (+1) subatomair deeltje met een gewicht van 1u.

Subatomair

Kleiner dan of onderdeel vormend van een atoom.

Isotopen

Atomen met hetzelfde atoomnummer maar een verschillend massagetal.

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1: Basis stoffen en materialen

A2: Zouten