Scheikunde

4. Van der Waalsbinding

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze video voor scheikunde wordt uitgelegd hoe de binding tussen die moleculen werkt, namelijk de van der Waalsbinding! Gebruik de informatie uit deze kennisclip om je goed voor te bereiden op toetsen en het eindexamen.

Atoom

Een eenheid die de de kleinste bouwsteen van de moleculen vormt.

Atoombinding

Wordt ook covalente binding genoemd. Een binding tussen atomen waarin de atomen één of meer gemeenschappelijke elektronenparen hebben.

Atoomkern (nucleus)

Het centrum van een atoom, bestaande uit protonen (positief geladen deeltjes) en neutronen (neutraal geladen deeltjes).

Atoomnummer (atoomgetal)

Hiermee geven we het aantal protonen dat aanwezig is in de atoomkern aan. Dit getal bepaalt de plek van het atoom in het periodiek systeem. 

Moleculen

De kleinste deeltjes van een (ontleedbare stof). Een groep aan elkaar gebonden atomen met een voor de stof constante samenstelling.

Van der Waalsbinding

Zwakke tot zeer zwakke krachten tussen atomen of moleculen. De sterkte van de binding hangt af van de grootte van het molecuul.

Emulsie

Een mengsel van twee vloeistoffen die niet oplossen (troebel blijven)

Suspensie

Een mengsel van een vaste stof en een vloeistof, die niet oplossen (troebel blijven)

Mengsel

Een stof die uit meerdere soorten moleculen bestaat

Oplossing

Een mengsel van een stof in een vloeistof, wat in elkaar oplost en helder is

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1: Basis stoffen en materialen

A2: Zouten