Aardrijkskunde

1. Passaten en moessons

Gegeven door:
Sjors de Slager
Beschrijving Begrippen Examenvragen

Passaten en moessons. Je hoort deze begrippen vast vaak voorbij komen als je aardrijkskunde lessen volgt. Mocht je nog niet begrijpen wat het betekent en hoe het tot stand komt, dan heb je ontzettend veel geluk gehad. We hebben er namelijk een video over gemaakt!

Geofactoren

De kenmerken van een landschap die op elkaar inwerken en samen de processen aan en het uiterlijk van het aardoppervlak bepalen.

Passaten

Stevige en stabiele winden die vanaf het subtropisch maximum naar de evenaar waaien.

Moessons

Een passaat waarbij sprake is van een halfjaarlijkse omkering van de windrichting. Dit treedt op als een stuk continent binnen de invloedssfeer van de passaten een groot verschil in temperatuur kent tussen zomer (sterke verhitting en lage druk) en winter (afkoeling en lage druk).

Depressies

Groot lagedrukgebied dat ontstaat rond de 50˚ NB en ZB waarbij het koude poollucht en warme subtropische lucht tegen elkaar opbotsen en omhoog bewegen.

Zeestromen

Bewegende (koude of warme) watermassa’s aan het oppervlak van de oceanen, veroorzaakt door de wind.

Fronten

De grens tussen warme en koude lucht die ontstaat doordat warme lucht vanaf de subtropen en koude polaire lucht tegen elkaar botsen. Hierbij hoort veel neerslag.

Neerslagvariabiliteit

De hoeveelheid waarin de werkelijke jaarlijkse neerslag afwijkt van de gemiddelde neerslag volgens de klimaatgegevens

Tropische zone

Landschapszone in de tropen met een A-klimat (Af en Aw) en als natuurlijke vegetatie tropisch regenwoud, moessonbos of savanne.

Gebruik de atlas.
De oostkust van Australië staat voor een deel van het jaar onder invloed van de zuidoostpassaat. Het Eyremeer wordt alleen gevuld in jaren waarin deze passaatwind extra krachtig is.

Leg uit dat het Eyremeer alleen bij een extra krachtige passaatwind gevuld wordt.
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

B1. Samenhangen en verschillen op regionaal niveau

B2. Samenhangen en verschillen op aarde

B3. De aarde als natuurlijk systeem en lokale effecten