Biologie

3. Bacteriën & Virussen

Gegeven door:
Magali de Rooy
Beschrijving Begrippen
In deze video gaat het over hoe de cellen van bacteriën en virussen eruitzien en werken. Daarnaast leer je de verschillen tussen een bacterie en een virus.
Antibiotica

Stoffen die bacteriegroei minderen

Erfelijk materiaal

De complete genetische samenstelling

Erfelijk

Overdragen van genen die zowel zichtbaar als onzichtbaar zijn op bijvoorbeeld je kinderen

Eencellig

Uit één cel bestaan

Celmembraan

De wand van de cel

Celkern

Regelt alle levensprocessen in de cel

Cel

De kleinste bouwsteen waar alle levende organismen uit zijn opgebouwd

Bacteriofagen

Virussen die bacteriën vernietigen

Eukaryoten

Organismen waarvan de cel een celkern en intern membraan hebben (planten en dieren)

Bacterie

Een eencellig micro-organisme

DNA

Desoxyribo-Nucleic-Acid. Regelt via RNA de levensprocessen van de kern. Er zijn altijd 2 DNA strengen waarop erfelijke eigenschappen liggen, namelijk een streng van de vader en een streng van de moeder

Flagellen

Zweepharen waarmee eencelligen (bacteriën) of voortplantingscellen zich voortbewegen in het water

Gastheercel

Een virus repliceert zich in de gastheercel

Plasmide

Kleine ringvormige stukjes DNA die in veel bacteriën voorkomen en zich daarin zelfstandig kunnen vermenigvuldigen

Prokaryoten

Organismen die cellen zonder celkern hebben; dit houdt in dat het DNA zich niet in een celkern binnen de cel bevindt maar los door de cel zweeft (bacteriën)

RNA

Ribonucleïnezuur. Een bestanddeel van eiwitten die bestaat uit een streng van nucleotiden met één van de vier organische basen adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en uridine (U), dus zoals DNA , maar dan met uracil in plaats van thymine (T).

Stofwisseling

Het totaal van alle chemische processen in de cellen van een organisme.

Virus

Een ziekteverwekker die kleiner is dan een bacterie

Voortplanting

Voor een vermeerdering van het nageslacht zorgen

A1: Eiwitsynthese

A2: Stofwisseling van de cel

A3: Stofwisseling van het organisme

A4: Zelfregulatie van het organisme

A5: Afweer van het organisme

A6: Regulatie van ecosystemen