Natuurkunde

1. Ioniserende straling 1

Gegeven door:
Robbie Skoravic
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze uitlegvideo voor natuurkunde vwo gaan we het hebben over Ioniserende straling. Hierbij zullen we kijken naar de deeltjes die als ioniserende straling kunnen werken. Dit zijn: alfastraling, bètastraling, gammadeeltjes en röntgenstraling. Hierbij komt alles aan bod wat je over de deeltjes moet weten. Succes met leren!

Alfastraling

Bestaat uit heliumkernen. Heeft een groot ioniserend vermogen, maar een klein doordringend vermogen en een geringe dracht

Atoom

Een eenheid die de de kleinste bouwsteen van de moleculen vormt

Atoomkern

Het centrum van een atoom, bestaande uit protonen (positief geladen deeltjes) en neutronen (neutraal geladen deeltjes)

Bètastraling

Bestaat uit elektronen. Heeft een gemiddeld doordringend en ioniserend vermogen en een vrij grote dracht

Dracht

De indringdiepte. Per ionisatie gaat er 10 eV verloren. Omdat energie dus gebruikt wordt, zal de energie na een tijdje op raken. Hierdoor is er een maximale indringdiepte. Deze is afhankelijk van het materiaal

Elektronen

Zeer kleine, negatief geladen deeltjes om een atoom

Foton

Een stralingsdeeltje dat energie bevat. Deze energie wordt vaak uitgedrukt in eV (1 = 1,602 ∙ 10−19 , zie BINAS tabel 5)

Gammastraling

Bestaat uit fotonen. Heeft een zeer klein ioniserend vermogen, zeer groot doordringend vermogen en een grote dracht

Ion

Een geladen atoom, positief (te weinig elektronen) of negatief (te veel elektronen)

Ionisatie

Wanneer een atoom zo energierijk wordt dat het elektronen weg kan schieten. De minimale energie voor een ionisatie ligt tussen de 2 en 4 eV (binas Tb 24). De formule voor het berekenen van de energie is: E=h*f=h·c/λ

Röntgenstraling

Straling die door muren en wolken heen gaat.

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1: Trillingen en golven

A2: Medische beeldvorming