Scheikunde

2. De pH van een oplossing

Gegeven door:
Edgar Holle
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze kennisclip voor scheikunde behandelen we de pH van een oplossing. We bespreken de zuurgraad of pH, de grafiek van pH en het meten van de pH van een oplossing. Deze uitleg wordt gevolgd door vier oefenopgaven en een korte samenvatting. Succes met leren!

Base

Een verbinding die in contact met een andere verbinding een waterstofion (H+) kan binden

Basische oplossing

Een stof waarbij de pH waarde hoger is dan 7

Concentratie

De hoeveelheid stof in een andere stof

Indicatoren

Kleurstof waarvan de kleur afhangt van de pH waarde

Neutralisatie

Reactie waarbij het aantal mol OH- gelijk is aan het aantal mol H+

pH

De zuurgraad van een oplossing

Zure oplossing

Een stof waarbij de pH waarde lager is dan 7

Zuur

Een verbinding die in contact met water een toename van de concentratie aan waterstofionen (H+) veroorzaakt

Proton

Een positief geladen (+1) subatomair deeltje met een gewicht van 1u

Moleculen

Kleinste deeltje van een (ontleedbare stof). Een groep aan elkaar gebonden atomen met een voor de stof constante samenstelling

Hemochromatose of ijzerstapeling is een erfelijke ziekte waarbij te veel ijzerionen uit de darminhoud worden opgenomen terwijl het lichaam niet in staat is de overmaat aan ijzerionen uit te scheiden. Deze ziekte wordt vaak veroorzaakt door een mutatie in het gen dat codeert voor het eiwit HFE. HFE speelt een rol bij de opname van ijzerionen.


Bij de synthese van HFE wordt in eerste instantie mRNA gevormd dat bestaat uit 2727 basen. De eerste 221 basen spelen echter geen rol bij de synthese van HFE. Het startcodon begint pas bij base nummer 222. Dit is tevens het codon voor het aminozuur met nummer 1.


Om te onderzoeken of iemand hemochromatose heeft, wordt bloedonderzoek gedaan. Voor het onderzoek is een bufferoplossing bereid. Deze oplossing is bereid door per liter achtereenvolgens 0,338 mol NaHCO3 en 3,4·10–2 mol waterstofchloride (HCl) op te lossen. In de uiteindelijke oplossing zijn onder andere deeltjes H2CO3 en HCO3– aanwezig.


Bereken de pH van de uiteindelijke oplossing. Neem hierbij aan dat geen gasvormig CO2 uit de oplossing ontwijkt. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

C1. Zuren en basen