NASK 1

7. Meetinstrumenten

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen

Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe video met uitleg voor NaSk 1. Vandaag gaan we het hebben over:

  1. Geleiders en isolatoren;
  2. En welke meetinstrumenten we allemaal moeten kennen.


Veel succes met leren!

Ampère

De ampère is de eenheid van stroom, net zoals de meter de eenheid van lengte is.

Ohm

Ohm is de eenheid waarin de weerstand wordt gemeten.

Spanning

De spanning geeft aan hoeveel energie het voor de elektronen kost om van een bepaald punt in een stroomkring naar een ander bepaald punt te bewegen (bijvoorbeeld door de gloeidraad van de lamp heen).

Stroom

Dit wordt vaak elektriciteit genoemd, is een begrip uit de natuurkunde waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen statische elektrische ladingen en bewegende elektrische ladingen (stroom).

Stroomkring

Een stroomkring bestaat uit een aantal onderdelen die er samen voor zorgen dat de elektrische stroom kan rondstromen. Als de stroomkring ergens onderbroken is, kan de stroom niet rond. Een elektrisch apparaat kan alleen werken, als de stroomkring gesloten is.

Vermogen

De hoeveelheid energie die per tijdseenheid geleverd wordt. Werd vroeger vaak in paardenkracht (pk) uitgedrukt, maar tegenwoordig in watt of kilowatt (kW); 1 pk = 0,746 kW. De watt past in het internationale stelsel van eenheden, het SI-stelsel. Aangezien de eenheid van energie daarin de joule is, is een watt dus een joule per seconde.

Volt

Volt geeft de hoeveelheid spanning aan. Een batterij geeft bijvoorbeeld 1,5 Volt en uit het stopcontact komt 230 Volt in Nederland. Een enkele Volt is als een stroom van één Ampère één Watt aan energie in warmte omzet.

Watt

Watt (W) is een meeteenheid van het energetisch vermogen. Watt verwijst dus naar het vermogen van een toestel. Voorbeeld: een gloeilamp heeft een vermogen van 60 W.

C.1 Stroomsterkte, spanning en schakelingen

Samenvatting voor NaSk 1: Geleiders, isolatoren en meetinstrumenten  


Wat zijn geleiders en isolatoren?

Geleiders en isolatoren hebben te maken met de hoeveelheid stroom die een stof doorlaat. Geleiders zijn namelijk stoffen die een hele lage weerstand hebben, en daarom makkelijk stroom doorlaten. Voorbeelden hiervan zijn metalen zoals zilver en koper. Isolatoren zijn precies het omgekeerde. Deze hebben dus een hele hoge weerstand en laten daarom heel weinig stroom door. Voorbeelden hiervan zijn hout, plastic, rubber of glas.


Je kunt je dus voorstellen dat een stroomdraad, waar we dus makkelijk stroom door willen laten lopen, gemaakt is van een geleidende stof, en dat de houders waarmee we de stroomdraad bevestigen juist gemaakt is van een isolerende stof, omdat we niet willen dat de stroom wegloopt op de plekken waar de stroomdraad bevestigd zit. 


Meetinstrumenten voor spanning en stroom

Oké, we moeten ook een aantal meetinstrumenten kennen. Deze spreken redelijk voor zich, maar we gaan er nog even snel doorheen.


Spanningsmeter

Ten eerste is er de spanningsmeter. Deze meet de spanning vóór en na een bepaald punt, bijvoorbeeld vóór en na een lampje, om zo het verschil in spanning en daarmee het verbruik te meten. Spanning meten we in Volt, en daarom noemen we een spanningsmeter ook wel een Voltmeter. De spanningsmeter wordt parallel geplaatst aan het gedeelte of object waarover we de spanning willen meten en heeft een oneindig grote weerstand, zodat er geen stroom verloren gaat over de parallelschakeling waar de meter zit.


Stroommeter

Daarnaast hebben we ook de stroommeter. Deze meet, jawel, de stroom in een stroomkring. De stroom meten we in ampère, dus deze wordt ook wel een ampèremeter genoemd. De stroommeter wordt gewoon in serie in de stroomkring geplaatst en heeft een oneindig kleine weerstand. 


Multimeter

Ook bestaat er een multimeter: deze kan zowel stroom, spanning als weerstand meten. Het is dus een ampèremeter, voltmeter en ohmmeter in één.


kWh-meter

Dan hebben we een zogenaamde kWh-meter. kWh staat voor kilowattuur. Laten we nog even kijken wat we daar precies mee bedoelen. Watt is aantal Joule per seconde, dus energie per tijdseenheid. Kilowatt is dus 1000 Joule per seconde, want kilo staat voor 1000. Een kilowattuur is de hoeveel Joule als we een uur een kilowatt zouden leveren, dus 1000 Joule per seconde voor een uur. Een kilowattuur is 1000 keer 3600, want er zitten 3600 seconden in een uur. Een kilowattuur is dus 3.6 miljoen Joule. Een kWh-meter meet het elektriciteitsverbruik van bijvoorbeeld een huishouden en op basis daarvan kunnen de energiekosten worden berekend. 


Vermogensmeter

Ten slotte hebben we nog een vermogensmeter. Deze meet elektrisch vermogen; hiermee kan je dus precies zien hoeveel energie er op dat moment wordt geleverd per seconde, want vermogen meten we in Watt en dat is Joule per seconde. Als je bijvoorbeeld op een elektrische fiets zit, dan zou een vermogensmeter aangeven met hoeveel wattage jij op dat moment fietst, dus hoeveel de fiets je helpt om vooruit te komen.