Aardrijkskunde

13. Bevolkingsopbouw in China

Gegeven door:
Richard Mozes
Beschrijving Begrippen

In deze video met uitleg voor aardrijkskunde bespreken we de bevolkingsopbouw en de controle van de overheid in China. Naast de bevolking en bevolkingsopbouw bespreken we de verstedelijking en economie, het politieke systeem en het Hukou-systeem.

C1. Bevolkingsontwikkeling en ruimtegebrek

C2. Bevolkingsontwikkeling en ruimtegebrek in China

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay

Bevolkingsopbouw en de controle van de overheid in China 


Bevolking en bevolkingsopbouw

China is niet het grootste land ter wereld (dat is Rusland), maar wel het land met de meeste inwoners: het heeft er bijna 1,4 miljard. 40 jaar eerder, in 1980 waren dat er nog 980 miljoen, bijna één miljard dus. Dat lijkt een waanzinnige groei, en dat is het ook, zeker absoluut gezien - toch begon China al in een jaar eerder, in 1997, een zogeheten 1-kindpolitiek te voeren. Elk echtpaar mocht maar één kind krijgen, wie een tweede kind kreeg was strafbaar. China is een dictatoriaal geregeerd land, waar nog steeds 1 partij de baas is: de communistische partij. Het geboortecijfer nam dus af, er werden minder kinderen geboren. Toch nam de natuurlijke bevolkingsgroei nog toe, mede door het lagere sterftecijfer: door de betere leefomstandigheden en medische zorg bleef de bevolking langer in leven dan daarvoor. Ook China heeft daardoor last van vergrijzing.


Die 1-kindpolitiek had ook nog een ander, niet bedoeld bijeffect. Het aantal jongens steeg sterk ten opzichte van het aantal meisjes. Hoe kwam dat? In China, zoals trouwens in heel veel andere traditionele landen in de wereld, is de drager van de familienaam erg belangrijk. Hij zet de familie voort, verdient het geld voor het gezin, zorgt voor de ouders als die te oud zijn om te werken, en hij zorgt voor het nageslacht. Vooral bij traditionele plattelandsfamilies was of is dat altijd heel belangrijk geweest. De oudste zoon erfde het land en zette het boerenbedrijf voort. Een dochter niet. Dus wilde men zonen, geen dochters. 


En dus zag je in China dat, als zwangere vrouwen die zich lieten onderzoeken merkten dat ze in verwachting waren van een meisje, velen zich lieten aborteren. Ze wilden hun familie niet benadelen. Er werd selectief geaborteerd. Ja, de overheid kan soms een gruwelijke gedaante aannemen. Pas recent, in 2015, werd de 2-kindpolitiek ingevoerd. Ze hoopten dat de scheve man-vrouwverhouding in China daarmee weer wat werd rechtgetrokken. Ook de effecten van de vergrijzing worden er op langere termijn mee tegengegaan, hoopt men. Al neemt de bevolkingsgroei er dan weer een spurt door, met die 2-kindpolitiek. 


Verder moeten we weten dat de bevolkingsdichtheid in China erg ongelijk verdeeld is, d.w.z. het aantal inwoners per km2. In het landelijke westen is die laag, in het noordoosten een stuk hoger en in het zuidoosten het hoogste - daar liggen vooral de grote steden en havens, dus we vinden er per km2 veel inwoners. 


Verstedelijking en groeiende economie

Die ongelijke verdeling van de bevolkingsdichtheid heeft natuurlijk ook te maken met de groei van de steden. China heeft al jaren last van een omvangrijke urbanisatie (de trek van het platteland naar de grote stad), waar de steeds groeiende industrie en economie arbeiders nodig heeft, mannen en vrouwen. De verstedelijking in China is een groot probleem, er moet in een razend tempo worden gebouwd, en de eindeloze torenflats vormen een bijna onmenselijke omgeving om te wonen. 

Tegelijk heeft die groeiende economie ook meer welvaart gebracht, met betere leefomstandigheden en gezondheidszorg. China loopt ook vooraan in de ontwikkeling van de I.T., de informatie technologie.

   

Het politieke systeem

Zoals gezegd heeft China een één-partijensysteem. De Communistische Partij is er de baas. Oppositiepartijen zijn verboden en tegenstanders van het regime worden opgesloten in werkkampen. De weerstand onder de bevolking lijkt niet te bestaan. Die communistische partij heeft alle macht over iedereen en zorgt er ook voor dat de economie centraal geregeld kan worden. De overheid in China wil graag de indruk wekken dat er daar nu ook een vrije markteconomie mogelijk is: dat wil zeggen een economie die geregeld wordt door vraag en aanbod zonder tussenkomst van de overheid. Maar in China houdt de overheid alle controle, je zou hoogstens kunnen spreken van een geleide markteconomie. De organisatie van de economie in China liet de laatste decennia ook langzamerhand toe dat individuen bedrijven konden leiden en groot maken, ten gunste van de Chinese industrie en export. 


China kent intussen een hoop miljonairs en een elite van rijkaards. Dat zou vroeger in geen communistisch land gekund hebben. Zeker, er kwamen ook meer vrijheden. We zien bijvoorbeeld in alle grote hoofdsteden in Europa regelmatig grote groepen Chinese toeristen. Ook dat was jaren geleden ondenkbaar. Tegelijkertijd gebruikt China zijn hoog ontwikkelde informatie technologie ook om de bevolking uitvoerig te controleren in al z'n doen en z'n laten. 


We zien dus in China de afgelopen decennia:

- Een verbetering van de economie;

- Een groei van de industrie en Informatie technologie, I.T.;

- Meer vrijheid voor individuen (toerisme, handel);

- Betere leefomstandigheden (grotere welvaart);

- Een groter internationaal aanzien als handelspartner (export)


Dit alles (ondanks de blijvende controle van en onderdrukking door de Communistische Partij) zou er wel eens voor gezorgd kunnen hebben, dat deze partij zich staande heeft kunnen houden na de dood van dictator Mao in '76, die de Volksrepubliek China vormgaf. In tegenstelling dus tot de communisten in Rusland, waar de glasnost en perestrojka (openheid en vrijheid) te laat kwamen om de communisten aan de macht te houden. 


Hukou-systeem

De greep van de overheid op de bevolking zien we ook in het systeem van de hukou. Dit systeem werd in 1958 onder Mao ingevoerd om de controle te kunnen houden. Maar er bestaan nog steeds duidelijke sporen van dit systeem. De bevolking werd ingedeeld in verschillende bevolkingsgroepen met verschillende rechten. Grofweg werd het volk ingedeeld in stedelijke bevolking en plattelandsbevolking. Bij de geboorte werd dat vastgelegd: 'stad' of 'platteland' staat er in de identiteitskaarten van de Chinezen. Als je legaal in de stad woont ben je een geregistreerde stedelijke hukou. Als je zo'n registratie niet hebt op je ID, mag je officieel niet in de stad wonen en ben je daar illegaal.


Zo probeerde de Chinese overheid de mobiliteit en het hele leven van de Chinezen te plannen en controleren. Mensen met een stedelijke hukou kregen onderwijs, gezondheidszorg, pensioen en voedingsmiddelen. Maar de plattelands hukou's kregen dit niet. Boeren hadden sowieso niet dezelfde rechten als mensen in de stad. Ook niet als ze daar gingen wonen. Met twee mooie woorden heet deze discriminatie of terreur 'sociale ongelijkheid'. 


Overigens is dit systeem al sinds de jaren zestig steeds minder rigide toegepast, al is de basis ervan blijven bestaan, die tweedeling dus. Het leven op het platteland en in de stad is altijd erg gescheiden gebleven. Pas na 1980 begon de industrialisatie op te komen en daarmee de trek naar de grote steden, waar je meer geld kon verdienen. Er ontstond in de jaren erna een migratiestroom daarheen. Er ontstond agglomeratievorming: steden groeiden aan elkaar tot megasteden. De rechten van de stedelijke hukou groeiden mee, maar de migranten van het platteland kregen niet dezelfde voorrechten. Het gevolg was dat zij vaak werden uitgebuit. Tegenwoordig is die situatie wel verbeterd, al bestaat het onderscheid nog steeds.


Tot zover de ontwikkeling van de bevolking in China in de laatste decennia, ofwel tientallen jaren, en de manier waarop de overheid greep op die ontwikkelingen probeerde te houden.