Aardrijkskunde

2. Vulkanen en aardbevingen

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen

Welkom bij deze uitlegvideo voor aardrijkskunde. We gaan het dit keer hebben over vulkanen en aardbevingen. Je kunt deze video gebruiken om je voor te bereiden op het eindexamen aardrijkskunde, of natuurlijk om te leren voor andere toetsen.

Caldera’s

Grote kraters van oude stratovulkanen waar opnieuw vulkanische activiteit plaatsvindt

Effusieve eruptie

Aard van een eruptie (bij vulkanisme) bij een relatief lage gasdruk en dun vloeibaar magma. De eruptie is traag en er zal rustig vloeiende lava vrijkomen

Epicentrum

De plek aan het aardoppervlak loodrecht boven het hypocentrum van de aardbevingen. Het is de schijnbare haard van de aardbevingen

Explosieve eruptie

Aard van een eruptie (bij vulkanisme) met een grote gasdruk en taai vloeibaar magma (veel graniet). De eruptie is explosief en er wordt pyroclastisch materiaal de vulkaan uitgeschoten

Hotspot

Een plek op de aarde waarbij vulkanisme plaatsvindt die niet gerelateerd is aan plaatbewegingen

Lava

Vloeibaar uitstromend gesteentemateriaal bij een vulkaanuitbarsting dat na afkoeling stolt

Pyroklastica

Gesteente dat gevormd wordt uit materiaal dat tijdens vulkaanuitbarstingen uitgeblazen wordt

Schaal van Mercalli

De gevolgen van een aardbeving worden weergegeven met de schaal van Mercalli. De schaal geeft de intensiteit van de optredende trillingen weer

Schaal van Richter

Schaal die de sterkte (magnitude) van aardbevingen aangeeft door de omvang van de trillingen te meten met een seismometer of seismograaf. Hierbij wordt gekeken naar de hoeveelheid energie die bij een aardbeving vrijkomt. Uiteindelijk wordt dit weergegeven op een logaritmische schaal van 0 tot 9

Schildvulkaan

Een vulkaan die ontstaat doordat de dun vloeibare basaltische lava rustig uit de krater stroomt en een uitgestrekt gebied kan bedekken

Stratovulkaan

Kegelvormige vulkaan met een vrij steile helling die ontstaat bij taai vloeibaar magma en een explosieve eruptie. De eruptie van de vulkaan zorgt voor een hoge gasdruk waardoor veel los materiaal in lagen afgezet (vulkanische as, brokken gesteente, fijn grind)

Tsunami

Hoge vloedgolven in een kustgebied (tot wel dertig meter boven het normale peil) die het gevolg zijn van een sterke aardbeving onder de zee

B1. Samenhangen en verschillen op regionaal niveau