Bedrijfseconomie

2. Ondernemingsplan

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen Examenvragen

Welkom bij deze nieuwe video met uitleg voor bedrijfseconomie. We gaan het dit keer hebben over het ondernemerschap. We bespreken de verschillende onderdelen, zoals het persoonlijk plan, het marketingplan en het financieel plan. Veel succes met leren!

CV

Afkorting van curriculum vitae. Het is een persoonlijk document waarin al je werkervaring, opleidingen en kwaliteiten staan beschreven

Motief

De reden dat je iets doet

Trend

Ontwikkelingslijn op langere termijn

Concurrentie

Strijd tussen ondernemingen om een sterke marktspositie te krijgen

Begroting

Een begroting is een financieel overzicht van de kosten en opbrengsten die je verwacht voor een periode

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
A1. Persoonlijke financiële zelfredzaamheid

A2. De oprichting van een eenmanszaak

A3. Van eenmanszaak naar rechtspersoon

A4. Perspectief op de organisatie

Samenvatting voor bedrijfseconomie - Ondernemingsplan 


Waaruit bestaat een ondernemingsplan?

Stel, je hebt besloten dat loondienst niks voor jou is en dat je wil ondernemen. Je hebt een leuk idee en wil daarmee aan de slag. Maar, voordat je meteen het diepe in duikt is het verstandig om je ideeën goed uit te schrijven en een duidelijk plan van aanpak te maken. Dit doe je in het ondernemingsplan, wat doorgaans bestaat uit een persoonlijk plan, een marketingplan en een financieel plan. Dit ondernemingsplan is goed voor jezelf om alles op een rijtje te krijgen, maar je kunt het ook gebruiken voor het aanvragen van een lening of investering. 


Persoonlijk plan

Om een goed beeld te schetsen van waar jouw sterke en zwakke punten liggen als ondernemer, begin je met een persoonlijk plan. Hiermee probeer je in kaart te brengen waarom jij de aangewezen persoon bent om deze onderneming te starten. 


  • Te beginnen met jouw persoonlijke gegevens. Dit zijn feiten over jou. Dus, waar kom je vandaan? Welke talen spreek je? Welke opleiding heb je gedaan? Welke werkervaring heb je? Enzovoort. Allemaal dingen die je op je CV zou zetten. 


  • Vervolgens beschrijf je jouw persoonlijke kwaliteiten. Hierbij moet je denken aan dingen die jou onderscheiden van anderen, zoals relevante vakkennis, ondernemerskwaliteiten, organisatietalent, doorzettingsvermogen of financieel inzicht. Allemaal dingen die je in een sollicitatiegesprek zou vertellen.


  • En ten slotte omschrijf je jouw persoonlijke motieven. Het is natuurlijk belangrijk om te weten wat jouw motivatie is om de onderneming te starten. Wat is jouw missie? Jouw doel? Dit zijn dus allemaal dingen die je ook in een motivatiebrief zou schrijven. 


Marketingplan

Nadat je jouw kwaliteiten en motivatie goed in kaart hebt gebracht in het persoonlijk plan, kan je gaan omschrijven wat jouw idee is en hoe je dit in de markt wilt plaatsen. 


  • Je begint dus met het uitwerken van het idee. Dit is dus gewoon een grove omschrijving van wat je wil gaan doen. Bijvoorbeeld: ik wil een koffiezaak openen in het centrum van de stad, waar je lekkere cheesecake kan eten, en ook goed kan werken en studeren. Uiteraard zou je dit nog wat verder uitwerken, maar dit is een kort voorbeeld. 


  • Daarbij is het vaak belangrijk om te kijken naar recente trends en ontwikkelingen. Als jij bijvoorbeeld ziet dat het een trend is dat mensen steeds meer gaan flexwerken, en dat ook graag doen bij een plek waar ze lekker koffie kunnen drinken, dan kan dit jouw idee een stuk sterker maken. 


  • Vervolgens moet je goed omschrijven wat jouw beoogde doelgroep is. Welke mensen verwacht je te bedienen? En wat vinden die mensen belangrijk? Als onze doelgroep dus werkende mensen is, dan is goede Wi-Fi in onze koffiezaak van groot belang, en dan kan de prijs misschien wat hoger dan wanneer we ons zouden richten op leerlingen van de middelbare school. De beoogde doelgroep speelt dus een grote rol in het plan dat we maken. 


  • Dan gaan we kijken hoe de concurrentie is. Het is natuurlijk ongelofelijk belangrijk om te weten hoe vergelijkbare bedrijven het doen, en hoe je je gaat onderscheiden van hen. Stel er zijn nog helemaal geen koffiezaken in het centrum, dan kan dit een voordeel zijn; want je hebt geen concurrentie. Echter kan het ook zo zijn dat er een goede reden is dat er geen koffiezaken zijn, dat zou je moeten uitzoeken.


  • Ook kan het zijn dat er al tien koffiezaken zitten. Te veel concurrentie kan een reden zijn om het niet te doen. Maar, stel alle tien de koffiezaken zitten altijd bomvol, dan kan het juist een heel duidelijk signaal zijn dat de kans groot is dat jouw zaak ook een succes wordt. Ook zou jij je kunnen onderscheiden van de andere zaken, door bijvoorbeeld de goede Wi-Fi, een fijne werkplek, en de lekkere cheesecake. Het bestuderen van de concurrentie kan jou dus veel leren over de mogelijkheden. 


  • Je kunt ook een SWOT analyse doen. Dit is een veelgebruikte methode om de sterke en zwakke punten van een idee uit te werken. Eerst doe je een interne analyse, dus je kijkt naar jezelf, en daarna doe je een externe analyse. Dan kijk je dus naar de omgevingsfactoren. Daaruit komen dan de volgende 4 onderdelen die we in een tabel kunnen weergeven: 


  1. De Strengths, dus sterktes, die volgen uit de interne analyse. Hierbij kijk je dus je eigen sterke punten. Dit kan dus zijn: 
  2. kwaliteit koffie;
  3. goede Wi-Fi;
  4. lekkere cheesecake. 
  5. De Weaknesses, dus zwaktes, die volgen uit de interne analyse. Hierbij kijk je dus je eigen zwakke punten. Dit zou dus kunnen zijn: 
  6. de koffie is prijzig; 
  7. je hebt weinig ruimte en dus beperkte zitplekken;
  8. je hebt geen ervaren personeel.
  9. De Opportunities, dus kansen, die volgen uit de externe analyse. Dit zou kunnen zijn:
  10. er komt een nieuw groot kantoorgebouw om de hoek, waar jouw doelgroep dus zit;
  11. het wordt steeds populairder voor studenten om ook in een kwaliteits-koffiezaak te studeren.
  12. De Threats, dus gevaren, die volgen uit de externe analyse. Dit zou kunnen zijn: 
  13. er zijn de komende tijd meerdere partijen die koffiezaken gaan openen in de buurt;
  14. de huisgemaakte koffie wordt van steeds hogere kwaliteit door de betere apparaten.


Hiermee krijg je dus een mooi totaalplaatje van jouw idee. 


  • Vervolgens is het goed om in kaart te brengen hoe je de 4 marketinginstrumenten, ook wel de 4 p’s genoemd, gaat inzetten. In een andere video gaan we hier uitgebreider op in, maar voor nu, dit gaat over: 
  • Een beschrijving van je Product
  • De Prijsstelling van je product. 
  • Een beschrijving van de Plaats, dus hoe jouw product bij de klant komt. 
  • En de Promotie, dus hoe jij het product gaat verkopen. 


  • En om het marketingplan af te ronden is het van groot belang om doelstellingen te zetten. Het is ongelofelijk belangrijk om doelen te stellen voor jezelf, zodat je weet waar je naartoe wil werken. Als je deze vervolgens niet haalt, dan is dat niet per se een ramp, maar dan is het in ieder geval duidelijk dat het anders loopt dan verwacht, en dat je misschien iets moet aanpassen. Dus, altijd doelen stellen, en blijven evalueren of deze gehaald worden. 


Financieel plan

Oké, nu hebben we een persoonlijk plan en een marketingplan, maar een concreet financieel plan kan natuurlijk niet ontbreken; we willen wel weten wat het kost of oplevert. In andere video’s bespreken we uitgebreid wat de verschillende begrotingen allemaal precies inhouden, maar hierbij alvast een overzicht van de 4 benodigde onderdelen.

 

1. Ten eerste de investeringsbegroting. Hierbij kijk je dus naar de investeringen die je, bijvoorbeeld het komende jaar, wilt doen. Denk aan een goed koffiezetapparaat, voorraden koffiebonen, tafels, stoelen, uithangborden met je merknaam erop, enzovoort. Je maakt dus een gedetailleerde inschatting van hoeveel geld het gaat kosten om investeringen te doen in productiemiddelen. 


2. Ten tweede de financieringsbegroting. Hierbij kijk je welke financiering nodig is om je investeringen en kosten te kunnen betalen. Misschien heb jij zelf geen, of niet genoeg, geld op de bank staan om dit te doen. Dan zul je geld van buitenaf moeten vinden, door bijvoorbeeld een lening af te sluiten. Met een financieringsbegroting breng je dit in kaart. Financiering gebruik je dus om investeringen te doen. 


3. Ten derde een liquiditeitsbegroting. Hierbij kijk je naar de ontvangsten en uitgaven die je verwacht. Dit gaat dus over wat er daadwerkelijk binnenkomt en uitgaat op welk moment. Als je verwacht dat er op een bepaald moment veel meer uitgaat dan dat er binnenkomt, dan is het natuurlijk waardevol om dit van te voren duidelijk in kaart te brengen. 


4. Ten vierde is er nog een exploitatiebegroting. Dit is misschien een beetje verwarrend, maar er is een verschil tussen ontvangsten en opbrengsten. Iets is een opbrengst op het moment dat je een factuur stuurt. De opbrengst gaat dus de boeken in op het moment dat je de factuur stuur, maar het is pas een ontvangst als degene die factuur ook daadwerkelijk betaalt. Eenzelfde verschil is er tussen kosten en uitgaven. Als iemand jou een factuur stuurt, dan gaat dat op dat moment de boeken in als een kost. Het wordt pas een uitgave als je het daadwerkelijk overmaakt. De exploitatiebegroting kijkt dus naar de opbrengsten en kosten, dus de facturen die gestuurd en ontvangen worden, terwijl de liquiditeitsbegroting kijkt naar de daadwerkelijke ontvangsten en uitgaven, dus de daadwerkelijke betalingen van die facturen.