Biologie

6. Kruisingsschema

Gegeven door:
Margot Morssinkhof
Beschrijving Begrippen

In deze online kennisclip voor biologie wordt er uitgelegd hoe je een kruisingsschema maakt en hoe je daarmee rekent.

Fenotype

De waarneembare eigenschappen van een individu

Genotype

De erfelijke informatie in het DNA

Monohybride kruising

Een kruising waarbij gekeken wordt naar de overerving van één erfelijke eigenschap

Allel

Een bepaalde variant van een gen

Gen

Deel van de chromosoom met de informatie voor één erfelijke eigenschap

Heterozygoot

Een organisme is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap wanneer deze wordt vertegenwoordigd door twee verschillende allelen

Homozygoot

Een organisme is homozygoot voor een bepaalde eigenschap wanneer deze wordt vertegenwoordigd door twee dezelfde allelen

Chromosomenparen

In een diploïde cel (2n) komen bij de mens de 46 chromosomen voor in 23 paar chromosomen. 23 chromosomen komen van je vader, 23 chromosomen komen van je moeder

Recessief

Een genetische eigenschap is recessief wanneer bij een diploïd organisme deze eigenschap alleen tot uiting komt wanneer een dominant allel ontbreekt

Dominant

Een genetische eigenschap is dominant aanwezig als bij een diploïd organisme slechts één van de twee allelen van een gen tot uiting komt

M1: Stofwisseling van de cel

M2: Zelforganisatie van cellen

M3: Erfelijke eigenschappen

M4: Selectie