Biologie

2. Transport in planten

Gegeven door:
Magali de Rooy
Beschrijving Begrippen

Op deze pagina gaan we je meer vertellen over hoe transport in planten precies plaatsvindt. Als je het nog niet gedaan hebt, is het handig om de uitleg over de bouw van planten eerst te bekijken. Je kunt deze samenvatting gebruiken om te leren voor het biologie examen, toetsen en/of SE’s.

Beperkende factor

Een factor die de snelheid van een proces laag houdt.

Capillaire werking

Opstijging van een vloeistof (meestal water) in nauwe kanalen door onderlinge aantrekking van moleculen. In de bodem heeft dit stijging van het grondwater tot gevolg. In planten gaat het water in de houtvaten door capillaire werking omhoog.

Chlorofyl

Groene kleurstof (bladgroen) in een chloroplast.

Chloroplast

Bladgroenkorrels waar fotosynthese in plaats vindt.

Osmose

Diffusie van water door een semi-permeabel membraan.

Osmotische waarde

Osmotische druk van een bepaalde oplossing ten opzichte van zuiver water. Een hoge concentratie stoffen betekent een hoge osmotische waarde

Hypertoon

De osmotische waarde van het externe milieu is hoger dan het interne milieu

Hypotoon

De osmotische waarde van het externe milieu is lager dan het interne milieu

Isotoon

De osmotische waarde van het externe- en interne milieu zijn gelijk

Turgor

De druk die de cel uitoefent op de celwand. De osmotische waarde buiten de cel wordt kleiner, door osmose stroomt er water de cel binnen; de osmotische waarde daalt iets in de cel

Plasmolyse

De osmotische waarde buiten de cel wordt groter, waardoor er door osmose water de cel uitstroomt, totdat de osmotische waarden binnen en buiten de cel gelijk zijn

Houtvaten

Transportkanaal voor water en zouten, soms ook voor organische stoffen. Bij het ontstaan van houtvaten worden de wanden tussen in elkaars verlengde liggende cellen opgeruimd, waarna de cellen sterven.

Huidmondjes

Openingen in de opperhuid van planten, bestaande uit twee sluitcellen rond een regelbare spleet. De huidmondjes dienen voor de gaswisseling.

Bastvaten

Transportkanalen in de bast, vooral bedoeld om suikers te vervoeren die gevormd zijn in het blad.

Vaatbundel

Verzameling van houtvaten en bastvaten en ander weefsel in kruidachtige stengels en bladeren.

Worteldruk

Druk in de houtvaten als gevolg van osmose door actief zouttransport door de endodermiscellen vanuit de wortelschors naar de houtvaten.

O5: Waarneming door het organisme

Planten

Transport in planten

Water in de bladeren van planten kan verdampen via de huidmondjes die in de bladeren zitten. Dit water wordt weer aangevuld vanuit de wortel, die water uit de grond kan opnemen. De verplaatsing van water doordat er na het verdampen in de bladeren water wordt aangetrokken uit de wortel, noem je verdampingsstroom.

 

Worteldruk

De houtvaten, die water vervoeren, hebben een bepaalde kracht nodig om water van de wortel naar boven, naar de bladeren te brengen; deze kracht noem je worteldruk. Deze worteldruk ontstaat doordat er in de binnenste laag van de wortel een hogere osmotische waarde plaatsvindt, en dit zorgt voor een waterverplaatsing omhoog. Doordat er in de wortel een hoge osmotische waarde is, zullen stoffen opstijgen en zal water volgen. Als je dit een moeilijk concept vindt, raden we je aan om onze video’s over celtransport te bekijken.

 

Cohesie en adhesie

Door het verdampen van water aan het bladoppervlak ontstaat er een bepaalde zuigkracht in de plant, die water aantrekken van beneden naar boven. Door cohesie en adhesie blijft het water door de plant omhoog stromen. Cohesie is wanneer watermoleculen aan elkaar plakken; hierdoor blijft het water als één sliert aan elkaar plakken. Adhesie vindt plaats wanneer watermoleculen aan de wanden van de houtvaten plakken.

 

Wanneer adhesie groter is dan cohesie wordt het water in de plant omhoog getrokken richting de bladeren. Dit proces noem je capillaire werking.