Duits

4. Signaalwoorden

Gegeven door:
Britt van Dee
Beschrijving Begrippen

In deze video met uitleg voor Duits gaan we het hebben over signaalwoorden. Deze woorden geven verbanden weer in de tekst en kunnen helpen om de tekst én de structuur daarvan beter te begrijpen. Vaak worden er ook vragen gesteld over signaalwoorden op het eindexamen. Het is daarom belangrijk om te weten welke signaalwoorden er zijn in het Duits, wat de vertaling hiervan is én welk verband ze weergeven. Klik hier voor een lijst met signaalwoorden. Viel Erfolg!

Signaalwoorden

Signaalwoorden zijn woorden die verbanden en structuren weergeven in een tekst

Tekstverbanden

De relaties tussen verschillende delen van een tekst

A1. Tekstverklaren

Samenvatting voor Duits - Signaalwoorden


Wat zijn signaalwoorden?

Misschien komt het begrip signaalwoorden je niet bekend voor, maar als we woorden opnoemen als toch, maar, desondanks, bovendien, dan gaat er vast en zeker een belletje rinkelen. Deze woorden geven verbanden weer in de tekst en kunnen helpen om de tekst én de structuur daarvan beter te begrijpen. Vaak worden er ook vragen gesteld over signaalwoorden op het eindexamen. Het is daarom belangrijk om te weten welke signaalwoorden er zijn in het Duits, wat de vertaling hiervan is én welk verband ze weergeven. 


Duitse signaalwoorden

Om te beginnen zijn er ontelbaar veel signaalwoorden, eigenlijk teveel om allemaal op te noemen. Wij hebben daarom de belangrijkste en meest voorkomende op een rijtje gezet – je vindt deze lijst in de video hierboven. Voor het gemak staat alles op alfabetische volgorde. De woorden zijn gecategoriseerd, dat wil zeggen dat per verband de signaalwoorden worden weergegeven. 


Tekstverbanden aan de hand van signaalwoorden

Als we naar de lijst kijken, zien we dat er diverse signaalwoorden voor verschillende verbanden zijn. Maar wat betekenen deze verbanden nou precies, wat drukken ze eigenlijk uit? En het belangrijkste: Wat vertellen ze over de samenhang in tekst? Aan de hand van voorbeeldzinnen met signaalwoorden uit deze lijst zullen we deze verbanden verduidelijken:


  • Beperking (Einschränkung)

Alle waren auf dem Laufenden, nur Frau Schmidt nicht. 

Alle waren op de hoogte, alleen mevr. Schmidt niet.


Hier zie je dus dat het feit dat iedereen op de hoogte was toch enigszins beperkt gebleven is (eingeschränkt ist), omdat mevr. Schmidt het dus niet wist.


  • Conclusie (Schlussfolgerung) 

Der Kölner Karneval hat angefangen, deswegen ist es so voll in der Stadt.

Carnaval in Keulen is begonnen, daarom is het zo druk in de stad.


Carnaval in Keulen is altijd een drukte van jewelste. Conclusie, het is enorm druk in de stad – daarom is het zo druk.


  • Extra informatie (Zusatz) / Vervolg (Weiterführung)

Man kann im Sommer im Zürisee schwimmen. Das kostet übrigens 10 Euro pro Person.

In de zomer kan je in het meer van Zürich zwemmen. Dat kost overigens 10 euro per persoon.


Hier zie je duidelijk dat bestaande informatie wordt uitgebreid dan wel vervolgd. Je weet dat je kan zwemmen in Zürich. Daar komt bij dat dat 10 euro per persoon kost.


  • Reden (Begründung) / Oorzaak (Grund)

Es gab eine große Party, weil alle Schüler das Abitur bestanden hatten.

Er was een groot feest, omdat alle leerlingen geslaagd waren.


Er was een groot feest. De reden hiervoor was dat alle leerlingen waren geslaagd. 


  • Opsomming (Aufzählung) / Uitbreiding (Erweiterung)

Lena, Tim, Anna und Svenja haben eine gute Note bekommen.

Lena, Tim, Anna en Svenja hebben een goed cijfer gekregen.


Er waren meerdere leerlingen die een goed cijfer hadden gekregen. Deze volgen elkaar op door komma’s en door het woordje und.


  • Tegenstelling (Gegensatz)

Alle Lehrer haben Gehaltserhöhung bekommen. Das galt allerdings nicht für Herr Müller, er geht in Rente.

Alle leraren hebben salarisverhoging gekregen. Dat gold echter niet voor dhr. Müller, hij gaat met pensioen.


Een tegenstelling laat zien dat twee of meerdere zaken tegenover elkaar staan. Bijvoorbeeld groot en klein. In deze zin gaat het om de groep die wel salarisverhoging heeft gekregen, en iemand die dat niet gekregen heeft. Allerdings (echter) geeft dit verband weer.


  • Vergelijking (Vergleich)

Jochen kann das genauso gut wie Sandra.

Jochen kan dat net zo goed als Sandra.


Hier worden twee personen met elkaar vergeleken. 


  • Versterking (Steigerung)

Es ist heute richtig kalt. Erst recht, wenn man keine Handschuhe dabeihat.

Het is vandaag echt koud. Pas echt als je geen handschoenen bij je hebt.


Met “erst recht” versterk je een bepaalde bewering. Je kan het ook wel aandikken of misschien zelfs overdrijven noemen. Het is koud, en dat is pas echt koud, als je geen handschoenen bij je hebt. Het feit dat het koud is, wordt hiermee versterkt. 


  • Voorbeeld (Beispiel) / Concreet maken (Konkretisierung)

Ich liebe Spiele, zum Beispiel Schach und Monopoly

Ik hou van spelletjes, bijvoorbeeld schaken en Monopoly.


Bijvoorbeeld, het woord zegt het al, geeft voorbeelden van een bepaalde bewering. Dit kan van alles zijn, zoals je hierboven ziet. 


Signaalwoorden: samengevat

Je hebt nu enorm veel geleerd over signaalwoorden en de bijbehorende verbanden. Het zijn er best veel, dus begin op tijd met het leren van deze woorden. Je hebt helaas tijdens je examen weinig tijd om veel woorden op te zoeken, dus wat je van tevoren kan leren, is mooi meegenomen! Als je tijdens het lezen van een tekst een van deze signaalwoorden tegenkomt, onthoud dan: dit woord kan wel eens belangrijk zijn! Markeer of onderstreep dit woord dan eventjes, zodat je het snel terug kan vinden als er een vraag over gesteld wordt.