Duits

9. Open vraag: verschillende vraagstellingen

Gegeven door:
Lucas Mensink
Beschrijving Begrippen

In deze uitlegvideo voor Duits gaan we het hebben over de aanpak van het beantwoorden van open vragen. Viel Erforg!

‘Gewone’ open vraag

Hierbij wordt een vraag gesteld, in het Nederlands, waarop je in een Nederlandse volzin antwoordt

Citeervragen

Omdat je moet citeren, mag je nu wél in het Duits antwoorden, ondanks dat de vraag in het Nederlands is gesteld. Je antwoord bevat namelijk Duitse woorden uit de tekst, omdat je nu eenmaal moet citeren

Ordenvragen

Hierbij zal gevraagd worden om beweringen of uitspraken in een bepaalde volgorde te zetten

A1. Tekstverklaren

Samenvatting voor Duits - Open vraag: verschillende vraagstellingen


Aandachtspunten open vragen

Voordat we gaan kijken naar de verschillende vraagstellingen, is het eerst belangrijk om een paar aandachtspunten door te nemen. 


Leesbaar schrijven

Bij open vragen is het heel belangrijk dat je leesbaar schrijft. Als de docenten niet kunnen lezen wat er staat, is het antwoord automatisch fout. Je eigen docent kan het wellicht nog ontcijferen, maar de tweede corrector, dat is een docent van een andere school die ook jouw examen nakijkt, kent jouw handschrift niet en zal daarom snel het antwoord als fout bestempelen als het onleesbaar is.


Antwoord in het Nederlands

Open vragen beantwoord je altijd in het Nederlands, tenzij anders aangegeven. Beantwoord je de vraag in het Duits terwijl deze in het Nederlands is gesteld, dan is je antwoord automatisch fout. Dit geldt niet alleen voor het hele antwoord, maar ook delen ervan. 


Als je bijvoorbeeld het volgende zou antwoorden: “De academici waren het niet eens met de Wissenschaftler”, dan lijkt het alsof je niet weet wat Wissenschaftler zijn. Zo kan niet worden vastgesteld wat je wel of niet begrepen hebt van de tekst. Ook dan zal je antwoord fout gerekend worden. Je beantwoordt de vraag dus alleen in het Duits als je moet citeren. Hoe citeren te werk gaat, wordt later in deze video besproken.


Lees de vraag goed

Verdergaand op dit (vorig) punt: lees goed wat de vraag is. Bekijk of je met jouw antwoord ook echt de vraag hebt beantwoord en of het volstaat. In welke taal moet je antwoord geven? Hoeveel argumenten moet je bijvoorbeeld benoemen? Of moet je wellicht citeren? Soms wordt er ook om een toelichting bij antwoorden gevraagd – vergeet deze dan niet!


Geef concreet antwoord

Geef duidelijk antwoord: ga niet om het antwoord heen draaien en wees concreet. Schrijf geen onnodige informatie op die eigenlijk niet noodzakelijk is voor het beantwoorden van de vraag. Kijk ook goed uit met verwijzingen als “hij” (Hij vond het geen goed idee), “ze” (Ze hadden veel belangstelling), “dat” (Dat was geen goed idee) en “die” (Die waren het er ook mee eens) – wie of wat bedoel je precies? 


Schrijf niets tussen haakjes

Schrijf nooit iets tussen haakjes. Want maakt dit nu wel of geen deel uit van je antwoord? De mensen (sporters) hebben veel tijd verloren (soms). Bedoel je dan de mensen, of de sporters? En soms, of toch altijd? Probeer altijd zo concreet mogelijk te antwoorden en vaagheden, zoals informatie tussen haakjes, achterwege te laten.


Let op het aantal woorden

Het kan voorkomen dat je je antwoord tot een maximaal aantal woorden moet beperken. Houd je hier dan ook echt aan! Ga je over deze grens heen? Dan is je antwoord fout. 


Vraagsoorten open vragen

Nu je weet waar je bij het beantwoorden van open vragen moet letten, is het ook fijn om te weten wat voor soort vragen je dan kan verwachten.


‘Gewone’ open vraag

Hierbij wordt een vraag gesteld, in het Nederlands, waarop je in een Nederlandse volzin antwoordt. Deze vragen kunnen heel verschillend zijn, en daarmee ook de lengte van de antwoorden. Soms kan het ook voorkomen dat je alleen hoeft aan te geven in welke alinea bepaalde informatie staat.


Citeer vragen

Omdat je moet citeren, mag je nu wél in het Duits antwoorden, ondanks dat de vraag in het Nederlands is gesteld. Je antwoord bevat namelijk Duitse woorden uit de tekst, omdat je nu eenmaal moet citeren. Als er om een citaat gevraagd wordt, lees dan goed hoe veel woorden je moet citeren – dit kan nog wel eens verschillen. 


Soms moet je citeren zoals je dit vanuit het Nederlands bent gewend. Het gaat dan om een langere tekstpassage en dan citeer je de eerste en laatste twee woorden van dit stukje tekst. Doe dit echter alleen als hierom gevraagd wordt.


Ook kan het voorkomen dat jou gevraagd wordt of je überhaupt een citaat als antwoord gegeven moet worden. Zo ja, dan wordt aangegeven met hoeveel woorden je dit moet doen. Als jij denkt dat dit niet het geval is, schrijf je alleen ‘nee’ op en antwoord je dus wél weer in het Nederlands.


Ordenvragen

Hierbij zal gevraagd worden om beweringen of uitspraken in een bepaalde volgorde te zetten. Vaak wordt er uitgelegd hoe je dat moet doen. Dit kan je vervolgens verduidelijken door streepjes tussen de letters te zetten, maar dit is niet noodzakelijk. Bijvoorbeeld: c – a – d – b.