Economie

1. Overheid ruilt over de tijd

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen Examenvragen

Deze video gaat over de overheid die ruilt over de tijd. We zullen kijken naar overheidsontvangsten en -uitgaven, de staatsschuld en het begrotingssaldo, en pensioenen.

Intergenerationele ruil

De ruil tussen generaties (bijv. elke nieuwe generatie betaalt voor de oude generatie)

Sociale premies

Premies die doorgaans (net als belastingen) verplicht zijn voor iedereen, waarbij je in ruil daarvoor verzekerd bent voor bepaalde zaken (bijv. premie volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en zorgverzekeringen)

Overheidsconsumptie

De aankoop van goederen en diensten die direct door de overheid gebruikt worden en de salarissen van ambtenaren (werknemers van de overheid)

Overheidssubsidies

Uitgaven waarmee de overheid bijvoorbeeld ondernemers of bepaalde sectoren kan stimuleren of ondersteunen

Overdrachtsuitgaven

Bedragen die de overheid uitkeert aan mensen of instellingen waarvoor het niks terug verwacht

Overheidsinvesteringen

Uitgaven van de overheid die leiden tot de aanschaf van vaste kapitaalgoederen (bijv. infrastructuur)

Begrotingssaldo

Verschil tussen de opbrengsten en uitgaven van de overheid in een bepaald jaar

Voorraadgrootheid

Een grootheid die een momentopname aangeeft

Overheidsschuld

De schuld die de overheid heeft opgebouwd met alle tekorten uit het verleden

Stroomgrootheid

Een grootheid die de verandering over een bepaalde periode aangeeft

Kapitaaldekkingsstelsel

Hierbij spaart elke werknemer zijn eigen pensioen op tijdens de periode dat hij of zij werkt, wat dan uitgekeerd wordt als de pensioenleeftijd, bijvoorbeeld 65, bereikt wordt

Omslagstelsel

Hierbij dragen alle mensen die op dat moment aan het werk zijn geld af voor de pensioenen van de mensen die niet meer werken, en dus met pensioen zijn

Dividend

Het deel van de winst dat een onderneming betaalt aan de aandeelhouders

Bij sparen wordt een intertemporele afweging gemaakt. Door te ruilen over de tijd streven mensen in hun verschillende levensfasen onder meer naar een constant consumptieniveau. Zo ook Willem van Dongen. Zijn financiële levensloop is in bron 1 weergegeven. In levensfase a - b heeft hij een dure opleiding gevolgd. Voor die opleiding moest hij geld lenen. Na zijn opleiding vindt Willem direct een baan en neemt zijn looninkomen gedurende een aantal jaren toe. Daarna blijft zijn loon gelijk.


Bron 1:


Gebruik bron 1

Is het looninkomen van Willem een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Verklaar het antwoord.

B1: Intertemporele ruil

B2: De overheid ruilt over de tijd

Deze video gaat over de overheid die ruilt over de tijd. We zullen kijken naar overheidsontvangsten en -uitgaven, de staatsschuld en het begrotingssaldo, en pensioenen.