Frans

8. Conditionnel

Gegeven door:
Laura den Boer
Beschrijving Begrippen

Onze gediplomeerde docent Laura den Boer legt jullie in deze video uit hoe je alle regelmatige werkwoorden in de conditionnel, de voorwaardelijke tijd, kan vervoegen die eindigen op -er, -ir en -re. Gebruik deze uitleg om te leren voor het Frans examen!

C1. Grammatica FR

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay

Vervoegen van de conditionnel présent van de regelmatige werkwoorden die eindigen op -ER, -IR en -RE


Korte uitleg over de conditionnel

Conditionnel = Voorwaardelijke Tijd

-       Ik zou willen 

-       Jij zou zingen 

-       Wij zouden schrijven

-       Zij zouden kunnen 

-       Hij zou ontvangen


Gebruik conditionnel: 

1)    Als je iets beleefd wil vragen

-       ‘’Ik zou graag willen weten…’’

-       ‘’Ik zou u iets willen vragen…’’

-       ‘’Zou u mij kunnen zeggen…?’’

2)    Als er sprake is van een voorwaarde

(Als + verleden tijd) (Si + imparfait)

-       Als hij de wedstrijd won, (dan) zou hij dansen.

S’il gagnait le match, il danserait.

-       Als hij zijn diploma haalde, (dan) zouden zij zingen.

S’il obtenait son diplôme, ils chanteraient.

3)    Als je droomt over iets (iets dat niet echt zo is) 

-       Als ik toch zou zingen zoals jij…

Si je chanterais comme toi…


Stappenplan conditionnel vervoegen

1)    Bepaal wat de infinitief (hele werkwoord) is

2)    Eindigt de infinitief op een e? Haal deze eraf!

3)    Plak de juiste uitgang van de conditionnel erachter

 

De uitgangen van de imparfait: 

Je                                               =                                                ais

Tu                                              =                                                ais

Il/elle/on                                   =                                                ait

Nous                                          =                                                ions

Vous                                          =                                                iez

Ils/elles                                      =                                                aient


 

Stappenplan toepassen op de regelmatige werkwoorden die eindigen op: -ER, IR, RE


Regelmatige werkwoorden die eindigen op -ER 

Parler = praten 

-       Hij zou praten 


1)    Bepaal wat de infinitief (hele werkwoord) is

>  Parler

2)    Eindigt de infinitief op een e? Haal deze eraf!

>  Hoeft niet 

3)    Plak de juiste uitgang van de conditionnel erachter

>  De juiste uitgang van il = ait 

>  Hij zou praten = il parlerait 

 

Regelmatige werkwoorden die eindigen op -IR  

Réussir = slagen 

-       Zij zouden slagen 

1)    Bepaal wat de infinitief (hele werkwoord) is

>  Réussir

2)    Eindigt de infinitief op een e? Haal deze eraf!

>  Hoeft niet

3)    Plak de juiste uitgang van de conditionnel erachter

>  De juiste uitgang van zij = aient

>  Zij zouden slagen = ils/elles réussiraient

 

Regelmatige werkwoorden die eindigen op -RE

Perdre = verliezen 

-       Ik zou verliezen 

1)    Bepaal wat de infinitief (hele werkwoord) is

>  Perdre

2)    Eindigt de infinitief op een e? Haal deze eraf!

> Perdre – e = Perdr

3)    Plak de juiste uitgang van de conditionnel erachter

>  De juiste uitgang van ik = ais 

>  Ik zou verliezen = Je perdrais


Voorbeelden: 

(Vendre)                        Ik zou verkopen              =                                 Je vendrais

(Finir)                            Jullie zouden eindigen    =                                 Vous finiriez

(Travailler)                    Hij zou werken                =                                 Il travaillerait 

(Perdre)                        Zij zouden verliezen        =                                 Ils/elles perdraient

(Choisir)                        Jij zou kiezen                   =                                 Tu choisirais

(Regarder)                     Wij zouden kijken           =                                 Nous regarderions