Geschiedenis

1. Prehistorie en landbouwrevolutie (Kenmerk 1 & 2)

Gegeven door:
Rick Ouwehand
Beschrijving Begrippen Examenvragen
In deze samenvatting behandelen we het eerste tijdvak voor het vak geschiedenis. Voor havisten zijn tijdvak 1 tot en met 4 alleen relevant voor SE’s; je hoeft dit niet te leren voor het eindexamen! In tijdvak 1 bespreken we de prehistorie. Je krijgt uitleg over de lange periode waarin de landbouwrevolutie en de sedentaire revolutie plaatsvonden.
Prehistorie

Een periode in de menselijke geschiedenis die dateert uit de tijd vóór het schrift werd uitgevonden.

Landbouwrevolutie

De overgang van jagers/verzamelaars naar boeren. Wordt ook wel neolithische revolutie genoemd.

Sedentaire revolutie

De overgang van een nomadisch bestaan naar een vaste, permanente woonplaats.

Nomaden

Een groep mensen die geen vaste woonplaats heeft, maar zich regelmatig met alle bezittingen verplaatst naar andere streken.

Bronstijd

Een periode in de prehistorie waarin werktuigen en wapens voornamelijk van brons werden gemaakt.

Elite

Een kleine groep mensen die zich op de hoogste positie binnen de maatschappij bevindt, wegens bepaalde kwalificaties of privileges. Deze groep is meestal rijk en machtig.

Archaïsche periode

In deze periode (±800 tot 480 v.Chr.) vonden veel ontwikkelingen plaats in de kunst, politiek en de bevolkingsgroei

Staat

Een gebied met grenzen en een eigen bestuur.

Homosapiens

De denkende mens

Neolithicum

Wordt ook nieuwe steentijd genoemd. Het is een periode in de prehistorie waarin er nieuwe gereedschappen gemaakt worden van gepolijste stenen

Gebruik bron 1.
Deze bron past bij verschillende kenmerkende aspecten van de oudheid. 

 

Noem twee kenmerkende aspecten van de oudheid die bij deze bron passen en geef bij elk kenmerkend aspect een passend voorbeeld uit de bron.

Bron 1:
Velleius Paterculus (20 voor Chr. - 30) is lid van de militaire staf van de latere Romeinse keizer Tiberius. ln de jaren 4 en 5 neemt hij deel aan een grote militaire campagne onder leiding van Tiberius naar de Elbe in Noord-Duitsland. Velleius schrijft hierover:

We hadden ons kamp opgeslagen aan deze zijde van de genoemde rivier (de Elbe), terwijl de andere zijde blonk van de wapens van de vijandelijke krijgers, die bij elke beweging en iedere manoeuvre van onze schepen meteen terugweken. Een van de barbaren, een man op leeftijd, met een opvallende lichaamsbouw en naar zijn kleding te oordelen grote waardigheid, stapte in een bootje (een uitgeholde boomstam, zoals daar gebruikelijk is) en stuurde dit vaartuig alleen naar het midden van de stroom. Daar vroeg hij toestemming om zonder gevaar op de oever te komen die wij bezet hielden, en Tiberius te zien. Dat verzoek werd ingewilligd. Nadat hij zijn schuitje had aangemeerd, keek hij lange tijd zwijgend naar Tiberius, en zei toen: "Onze krijgers zijn gek, want ze vereren jullie als goden wanneer jullie er niet zijn, en wanneer jullie er wel zijn, vrezen ze liever jullie wapens dan zich onder jullie hoede te stellen. Maar ik heb met uw welwillende toestemming, Tiberius, vandaag de goden gezien over wie ik tot nu toe alleen maar had gehoord. Mijn hele leven lang heb ik geen gelukkiger dag gewenst of beleefd." En nadat hem was toegestaan de hand van Tiberius aan te raken, keerde hij terug naar zijn bootje en bleef onafgebroken naar hem omkijken toen hij naar de oever van zijn stamgenoten terugvoer.

A.1 Jagers en Verzamelaars

A.10 Tijd van televisie en computers

A.2 Grieken en Romeinen

A.3 Christendom en Islam

A.4 Steden en Staten

A.5 Ontdekkers en Hervormers

A.6 Regenten en Vorsten

A.7 Pruiken en Revoluties

A.8 Burgers en Stoommachines

A.9 Tijd van wereldoorlogen

Kenmerk 1: De levenswijze van jagers en verzamelaars

We beginnen bij tijdvak 1: de tijd van jagers en boeren - oftewel de prehistorie. We noemen deze periode de prehistorie omdat het schrift nog niet was uitgevonden. Alle kennis over deze tijd komt voort uit opgravingen van potscherven en fossielen, en de ontdekkingen van grotschilderingen en voetafdrukken. Verder leggen we ook veel vergelijkingen met jagers en verzamelaars uit het heden om een zo goed mogelijk beeld van de levenswijze van de mens in deze periode te verkrijgen.


De homo-sapiens, - de denkende mens - ontstond rond 200000 v.C. in Afrika. De homo-sapiens trok vanuit Afrika naar Azië rond 80000 v.C., en naar Zuid Europa rond 40000 v.C. Toen de ijstijd op zijn einde liep, trok de homo-sapiens ook verder naar het noorden van Europa.


In de eerste gemeenschappen die ontstonden was er vrijwel geen sprake van hiërarchie. Wel was er een duidelijke taakverdeling. De mannen werkten als jagers en vissers, vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden vruchten, groente en kruiden. Deze eerste mens beschikte over een enorme kennis van de natuur. Om aan voedsel te komen en zich te verdedigen, maakten ze gebruik van simpele werktuigen, zoals messen, speren en pijl en boog.


De eerste mens had geen vaste woonplaats en woonde voornamelijk in grotten, hutten of tenten. Net zoals de nomaden van nu bleven ze nooit lang op een plek.


Kenmerk 2: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving

In kenmerk 2 behandelen we de overstap van het jagen en verzamelen naar het ontstaan van de eerste landbouwsamenleving. Deze periode noemen we het neolithicum: de nieuwe steentijd. We noemen deze tijd zo, omdat er nieuwe gereedschappen werden uitgevonden van gepolijste stenen. Dit gebeurde rond 11000 v.C.


Nog geen 1000 jaar later begint de landbouwrevolutie. Een revolutie is normaal gesproken een snelle omwenteling. Toch noemen we dit ook een revolutie, omdat dit het leven van de mens sterk zal veranderen. De eerste mensen die zelf granen gingen verbouwen, woonden in de ‘vruchtbare halvemaan’. Dit gebied strekt zich uit vanaf Turkije tot aan Iran. Waar agrarische productie eerst een aanvulling was op de rest van het verzamelde voedsel, werd dit stukje bij beetje de belangrijkste voedselbron.


Omdat de granen die verbouwd werden zorg nodig hadden, bleven de mensen op dezelfde plek. De overgang van een nomadisch bestaan naar het wonen op een vaste plek, noemen we de sedentaire revolutie. Toen de mensen in de vruchtbare halvemaan rond 7500 v.C. ook vee ging houden, (dit waren voornamelijk geiten en schapen) veranderden de jagers en verzamelaars in boeren. Het is belangrijk om te onthouden dat dit niet van de een op de andere dag gebeurde, maar dat hier jaren overheen gingen.


De kennis die werd opgedaan over agrarische productie in de vruchtbare halvemaan, verspreidde zich over de rest van de wereld. Rond 7000 v.C. naar India en Noord-Afrika, en rond 6000 v.C. naar Europa. Hierdoor bleven de mensen op één plek wonen. Er ontstonden nederzettingen, er werden steeds meer nieuwe uitvindingen gedaan en nieuwe technieken ontwikkeld. De ploeg en het wiel werden uitgevonden, en mensen gingen weven en potten bakken. Het jagen en vissen gebeurde nog steeds, maar de agrarische productie voerde de boventoon.