Geschiedenis

19. Dekolonisatie en Kapitalisme & Communisme (Kenmerk 45 & 46)

Gegeven door:
Rick Ouwehand
Beschrijving Begrippen

Op deze pagina bespreken we de eerste onderwerpen van tijdvak 10: dekolonisatie, kapitalisme en communisme. Het gaat onder andere over het einde van de Westerse hegemonie in de wereld. Wil jij je goed voorbereiden op het eindexamen geschiedenis? Vergeet dan niet om ook voor de andere tijdvakken en andere domeinen te leren!

Dekolonisatie

Het proces waarbij koloniën zelfstandig en onafhankelijk worden

Hegemonie

De macht of invloed van een staat op andere staten

Onafhankelijkheid

De vrijheid hebben om acties te ondernemen die gebaseerd zijn op eigen overtuigingen, zonder beïnvloed te zijn door anderen

Kapitalisme

Een economisch stelsel waarbij productiemiddelen eigendom zijn van particulieren. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke winst

Communisme

Een politieke ideologie die streeft naar een maatschappij waarin productiemiddelen en goederen gemeenschappelijk bezit zijn

Koude Oorlog

De periode na de Tweede Wereldoorlog (1945-1990), waarin een niet gewapend conflict bestond tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (en hun bondgenoten)

Containmentpolitiek

Een politieke strategie van Amerika, met als doel om de expansie van het communisme in Europa en Azië in te dammen. Wordt ook indammingspolitiek genoemd

NAVO

Afkorting van Noord Atlantische Verdrags Organisatie. Een militair bondgenootschap van de Verenigde Staten, Canada en vele westerse landen (waaronder Nederland)

Warschaupact

Een in 1955 gesloten militair bondgenootschap van verschillende landen in Oost-Europa, als tegenhanger van de westerse NAVO

Blokkade van West Berlijn

De blokkering van weg-, spoor- en binnenvaartsverbindingen tussen de westelijke bezettingszones van Duitsland en West-Berlijn. Deze blokkade werd opgezet en uitgevoerd door de Sovjet-Unie

DDR

Afkorting van de Deutsche Demokratische Republik. Dit was een benaming van Oost Duitsland (1949-1990)

BRD

Afkorting van Bondsrepubliek Duitsland. Dit was vroeger de benaming voor West Duitsland

Wapenwedloop

Een wedstrijd tussen twee of meerdere landen om elkaar te overtreffen op het gebied van het aantal wapens en wapentechnologie

Consumptiemaatschappij

Een samenleving die gekenmerkt wordt door het voortdurend verwerven van goederen of diensten, omdat dit de maatschappelijke status verhoogt

Oliecrisis

Een economisch gevolg van grote tekorten aan aardolie

Recessie

Een periode waarin het minder goed gaat met de economie dan voorheen; een negatieve economische groei

Verzorgingsstaat

Een samenleving waarin de overheid zorgt voor het sociaal-economisch welzijn van de burgers

Ontzuiling

Het afnemen of wegvallen van naast elkaar bestaande groeperingen die getekend zijn door verschillende levensbeschouwingen binnen één samenleving

Feminisme

Een politieke stroming die streeft naar gelijke rechten, behandeling en mogelijkheden voor mannen en vrouwen

Verdrag van Maastricht

Een op 7 februari 1992 gesloten verdrag, waarbij onder meer de oprichting van de Economische en Monetaire Unie afgesproken werd

Pluriforme samenleving

Een samenleving waarin verschillende cultuurgroepen naast elkaar leven

A.1 Jagers en Verzamelaars

A.10 Tijd van televisie en computers

A.2 Grieken en Romeinen

A.3 Christendom en Islam

A.4 Steden en Staten

A.5 Ontdekkers en Hervormers

A.6 Regenten en Vorsten

A.7 Pruiken en Revoluties

A.8 Burgers en Stoommachines

A.9 Tijd van wereldoorlogen

Dekolonisatie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen veel van de koloniën in handen van de Japanners. De Europese overheersers in deze overzeese gebieden waren nu hun macht kwijt. Toen er in augustus 1945 een einde kwam aan de oorlog, betekende dit ook dat er geen overheersers meer aanwezig waren in de koloniën. Er ontstond dus een machtsvacuüm in deze gebieden.


De Europese landen waren verzwakt en hadden hun handen vol aan het heropbouwen van hun eigen land. Ook was het, door de Japanse overheersing van dit gebied, voor de inheemse bevolking duidelijk geworden dat de Europeanen helemaal niet zo superieur waren als in eerste instantie werd gedacht. Het werd zelfs duidelijk dat de Europeanen de hulp van de koloniën enorm nodig hadden. De soldaten die de Europeanen hadden geholpen en de inheemse bevolking die de luxe had gehad om een westerse opleiding te genieten, wilden zich na het vechten voor Europese vrijheid niet neerleggen bij een nieuwe overheersing.


Westerse hegemonie

Een voor een werden de koloniën onafhankelijk van hun overheerser. Dit noemen we dekolonisatie. Dit ging niet in elk land even snel. Sommige Europese landen probeerden krampachtig de macht in handen te houden na de oorlog. De westerse overheersing die voor de Tweede Wereldoorlog een feit was, leek ten einde. Dit noemen we de ‘westerse hegemonie’. Hegemonie betekent letterlijk ‘overheersing van een staat over andere staten’. Door de Tweede Wereldoorlog en alle gevolgen die hier bij kwamen kijken, plus de dekolonisatie, lag de hegemonie niet meer in Europa, maar bij de Sovjet Unie en de Verenigde Staten.


Van de Westerse landen met koloniën was Engeland de eerste die het dekolonisatie proces in gang zette. Nadat er in 1946 rellen ontstonden in India, zagen de Engelsen dit als een teken om zich terug te trekken uit India. In 1947 was India onafhankelijk. Het vertrek van de Engelsen zorgde echter voor veel onrust in het land. Er ontstonden conflicten tussen de moslims en hindoes in India. Hierdoor viel India uiteindelijk uit elkaar. De moslims gingen in Pakistan wonen en de hindoes in India.


Engeland was het enige land in Europa dat zo snel zijn koloniën opgaf. Bij de andere landen was hier meer voor nodig. Het verzet vanuit de koloniën werd wel met de dag groter. In de Nederlandse kolonie, Indonesië, was Nederland niet van plan de macht aan de Indonesiërs af te staan, Al had Soekarno in 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië afgeroepen.


Onafhankelijkheid van Indonesië

In het Franse Vietnam deed Ho Chi Minh hetzelfde. De Europese landen zaten aan de grond na de Tweede Wereldoorlog. Ook waren de twee grote overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie, fel tegen het hebben van kolonies. In de oorlog die ontstond tussen de Indonesiërs en Nederlanders, maakten de Indonesiërs gebruik van guerrillatechnieken. Guerrilla is Spaans voor ‘kleine oorlog’. De Nederlanders en Indonesiërs maakten zich schuldig aan uitingen van geweld en er vloeide veel bloed. Nadat er vanuit vele andere landen grote druk op Nederland werd gelegd om zich terug te trekken uit Indonesië, legde het zich hier in 1949 bij neer. Indonesië was nu onafhankelijk. Steeds meer koloniën werden onafhankelijk. Het duurde soms wel lang, zoals Algerije, dat pas in 1962 onafhankelijk werd en nog eens dertien jaar later, in 1975, werd Suriname pas onafhankelijk.


De Koude Oorlog

De Tweede Wereldoorlog was pas net ten einde, toen er een nieuw conflict ontstond tussen de Sovjet Unie (SU) en de Verenigde Staten (VS). Dit conflict noemen we de Koude Oorlog. We noemen het de Koude Oorlog omdat er nooit een open fysiek conflict is geweest tussen de SU en de VS. Beide landen probeerden hun ideologie over de rest van de wereld te verspreiden. Het was dus een politiek conflict waarin beide landen hun invloedssfeer probeerden te vergroten. Zo voerde de VS een containmantpolitiek: een strategie met als doel om de uitbreiding van het communisme in Europa en Azië in te dammen. De VS deed dit bijvoorbeeld door de NAVO in 1949 op te richtten. De NAVO was een samenwerking tussen de VS en de andere West-Europese landen, vanuit een militair oogpunt. Als reactie kwam de Sovjet Unie in 1955 met het Warschaupact. Hier deden alle communistische landen aan mee.


Oost- en West-Duitsland

Er waren dus geen rechtstreekse conflicten, maar wel een aantal momenten waar een enorme druk op stond. Zoals bij de blokkade van West-Berlijn. Dit gebeurde in 1948. Heel West-Berlijn werd afgesneden van voedsel. Dit was een reactie van de SU, omdat er in het westelijke deel van Duitsland, en dus ook Berlijn, een nieuwe munt werd ingevoerd. Toen er over de weg en het spoor geen voedsel meer kon worden aangevoerd, moest er nieuwe oplossing komen. De geallieerden losten dit op door met vliegtuigen een luchtbrug te vormen, van waaruit voedsel over West-Berlijn werd gedropt. De spanningen in Duitsland tussen de geallieerden bleven oplopen. Uiteindelijk werd Duitsland in 1949 opgesplitst. Er kwam een communistisch Oost-Duitsland; de Duitse Democratische Republiek, of de DDR. Het westen werd Bondsrepubliek Duitsland, de BRD.


Wapenwedloop

Er heerste een voortdurende spanning over de hele wereld. Beide grootmachten hadden de beschikking over atoomwapens. De hele wereld had gezien wat er in Japan was gebeurd, en wat een atoombom kan aanrichten. Toen Stalin in 1953 overleed werden spanningen even minder, maar deze zou op enkele momenten in de twintigste eeuw weer oplaaien.


Doordat beide partijen van elkaar wisten dat de ander de beschikking had over atoomwapens, gingen ze er steeds meer maken. Hoe meer atoomwapens je had, hoe machtiger je was. Tenminste, dat was het idee toen. Deze race om steeds meer wapens te maken noemen we de wapenwedloop. Vanaf 1970 kwamen de VS en de SU tot nieuwe overeenkomsten. Er werd afgesproken om gezamenlijk het aantal wapens af te bouwen. Hierdoor werd de spanning ook minder. Toen in 1985 Gorbatsjov aan de macht kwam in de SU, kwam het einde langzaam in zicht. Vier jaar later viel de SU uit elkaar en werd de SU het Rusland waar wij mee zijn opgegroeid.