Geschiedenis

3. Ontstaan Joodse genocide

Gegeven door:
Rick Ouwehand
Beschrijving Begrippen

Welkom op deze pagina, waar we je met behulp van een video en een samenvatting alles vertellen over het ontstaan van de Joodse genocide. Onderwerpen die naar voren komen zijn onder andere racisme, discriminatie en de totstandkoming van de Tweede Wereldoorlog. Je kunt deze uitleg goed gebruiken voor het leren voor geschiedenis toetsen, examens of SE’s.

C.1 Duitsland na de Eerste Wereldoorlog

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
C.2 Einde Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog

Genocide

Genocide is een ander woord voor volkerenmoord. De vervolging van de joden en andere bevolkingsgroepen werd door Hitler onderbouwd op grond van racisme. Hij zag de Duitsers als ‘übermenschen’ en andere volken moesten ruimte maken voor de Duitsers, zodat het Arische ras zich kon uitbreiden.


Hitler probeerde het volk te indoctrineren door het volk maar één waarheid mee te geven. Alle andere ideeën en meningen moesten verboden worden. De ‘echte’ Duitse bevolking zou doordat er maar één specifieke waarheid was een gemeenschapsgevoel krijgen en zich vormen tot een hechte groep. Niemand zou er op die manier nog omheen kunnen dat klassentegenstellingen of ‘vreemde volken’ slecht waren voor de Duitse eenheid. Groepen als joden, mensen met fysieke problemen en mensen met een andere seksuele geaardheden werden niet tot de volksgemeinshaft gerekend.


Rassenwetten van Neurenberg

De mensen die niet tot de volksgemeinshaft gerekend werden kregen het steeds zwaarder in de loop der tijd, door regels die Hitler instelde toen hij aan de macht kwam. In 1935 werden de rassenwetten van Neurenberg ingevoerd. Deze wetten maakten onderscheid tussen Duitsers en mensen die wel in Duitsland woonden, maar eigenlijk geen echte Duitse waren (volgens Hitler). Een Arische Duitser was iemand van wie drie of vier van zijn of haar grootouders ook Arisch waren. Joden werden niet bestempeld als Arische Duitsers, aangezien hun grootouders niet Arisch waren. Dit resulteerde in wetten die de vrijheid van joden enorm beperkten.


Twee belangrijke wetten die de vrijheid van de joden afnamen waren bijvoorbeeld dat Duitsers niet mochten trouwen met joden en dat de burgerrechten van de joden werden ontnomen. Er kwam een scheiding in de Duitse maatschappij door de Neurenberg wetten. Joden mochten bijvoorbeeld niet meer werken met Duitsers, bij dezelfde vereniging zitten als Duitsers of dezelfde opleiding volgen. In het dagelijkse leven werden de joden belemmerd. Ze mochten niet meer op bepaalde openbare plekken komen, zoals in winkels en in parken. De Jodenhaat groeide onder de Duitse bevolking, doordat Hitler de joden helemaal zwart maakte. Jodenhaat wordt ook wel antisemitisme genoemd. De joden werden langzamerhand steeds meer aangevallen op straat: verbaal geweld, maar ook fysiek geweld werd tegenover hen gebruikt.


Jodenvervolging

Het Duitse rijk moest volgens Hitler uitgebreid worden en had meer leefruimte nodig. Het Duitse woord wat hij hiervoor gebruikte is ‘Lebensraum’. Hitler gebruikte lebensraum als excuus om andere landen binnen te vallen en om de joden weg te jagen uit Duitsland. Volgens Hitler was er namelijk niet genoeg ruimte voor joden en Duitsers om gezamenlijk in Duitsland te wonen.


Naarmate de Tweede Wereldoorlog vorderde, werd de Joodse vervolging steeds grimmiger. De joden werden helemaal uit het openbare leven verwijderd. Ze werden afgeschilderd door Hitler’s propaganda als ongedierte dat verdelgd moest worden. De Nazi’s maakten gebruik concentratiekampen. Daar werden joden - en andere mensen die niet in het plaatje van het Naziregime pasten - naartoe gedeporteerd en onder een douche gezet waar dodelijk gas uitkwam. Miljoenen mensen zijn op deze manier vermoord.


Hoe ontstond de Tweede Wereldoorlog?

Vanaf het moment dat Hitler aan de macht kwam in Duitsland, in 1933, begon hij de regels van het Verdrag van Versailles aan zijn laars te lappen. De Europese landen waren bang voor een nieuwe oorlog en zeiden er daarom niets van. Het eerste land dat Hitler aanviel was Oostenrijk, in 1938. In Oostenrijk woonden veel Duitstaligen en het volk had al kennis gemaakt met het nazisme. Ook was er een nationaalsocialistische partij in de Oostenrijkse politiek die veel aanhang kreeg. De overname van Duitsland in Oostenrijk wordt de Anschluss genoemd door historici. Dit betekend aansluiting of verbinding tussen Oostenrijk en Duitsland.


Appeasementpolitiek

Groot-Brittannië had een terughoudende instelling tegenover het Duitsland van Hitler. Deze vorm van politiek, waarin werd toegegeven aan de eisen van Hitler, heette de appeasementpolitiek. Het Duitse rijk kon door de appeasementpolitiek gemakkelijk uitbreiden. In de conferentie van München in 1938 is het duidelijk dat Frankrijk en Groot-Brittannië aan appeasementpolitiek doen. Tijdens die conferentie eist Hitler het recht om Duitstalige gebieden te laten aansluiten bij Nazi Duitsland. Hitler krijgt zijn zin en neemt het Tsjechische Sudetenland over. Engeland had gedacht dat Hitlers uitbreidingsdrang na de overname van Sudetenland wel gestild was. Hitler beloofde dat er geen verdere Duitse expansie zou komen, maar achteraf weten we allemaal dat dit een leugen was.


Blitzkrieg

Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen aan. Dit was het begin van de Tweede Wereldoorlog. Groot-Brittannië en Frankrijk konden het niet meer door de vingers zien dat Duitsland bleef uitbreiden. Engeland en Frankrijk verklaarden de oorlog aan Duitsland. De oorlog verliep goed voor Hitler in de eerste jaren. Het leger van Duitsland maakte gebruik van een tactiek waarbij snelle aanvallen grote delen land konden innemen. Deze manier van aanvallen wordt de Blitzkrieg genoemd. Nederland was geen partij voor de moderne oorlogsvorm die de Duitsers gebruikten: het Nederlandse leger capituleerde al na een paar dagen.


Arbeidsdiensten

De Duitse machthebbers in Nederland stelden de rechtsstaat buiten werking en voerden arbeidsdienst in. Vrijheid van meningsuiting werd door de Duitse afgenomen; anti-Duitse kranten en oppositie partijen in de Nederlandse politiek werden verboden. De arbeidsdienst hield in dat Nederlanders gedwongen werden om naar Duitsland te gaan en daar te werken in fabrieken. Dit was goed voor de Duitse economie. Mensen die in opstand kwamen tegen het Duitse beleid werden naar concentratiekampen gestuurd. Dit waren dezelfde kampen waar de joodse genocide plaats vond.