2. Wijk en buurt
![](https://digistudies.blob.core.windows.net/profile-pictures/7718ae6b-a8d0-40e6-aed8-a5b456f300c8.png)
![Thumbnail](https://blob.digistudies.nl/uploads/default_thumbnail_e0f92efd7e_14be91a63b.png)
![Thumbnail](https://blob.digistudies.nl/uploads/default_thumbnail_e0f92efd7e_14be91a63b.png)
Steden kun je verdelen in wijken, en wijken weer in buurten. Wat is verschil tussen een wijk en een buurt? Beide zijn ze een ruimte in een stad die beschreven is als een gemeentelijke verordening, dus als stad of als wijk.
Met een wijk wordt vaak een woonwijk bedoelt, hij wordt bepaald door een soort bewoning, huizen of flats. Zo heb je een villawijk (met villa's), een Vinex wijk (met acht of twaalf onder 1 kap-huizen en voor-en achtertuintjes), een arbeiderswijk (met van die kleine arbeiderswoninkjes van vroeger),
een Chinatown (een Chinese wijk, omdat er veel Chinese winkels en restaurants zijn) of ook: een buitenwijk, die ver van het centrum af ligt en die meer op een dorp buiten de stad lijkt.
In een wijk kun je soms één of meer buurten vinden. Maar een wijk ligt nooit in een buurt.
Een buurt is dus meestal kleiner dan een wijk; het kan onderdeel zijn van een wijk. Een buurt is een ruimte binnen de stad die door de bewoners gevoeld wordt als een eenheid. Het is een bepaald straten cluster, waar de bewoners zich bij elkaar voelen horen. Dat heet sociale cohesie, samenhang. Ze komen voor elkaar op. Er is een buurtvereniging. Er zijn scholen, pleinen, een speelplaats, een park, een buurthuis, een kerk misschien wel en/of een moskee. Het is een soort dorp in de stad, kun je zeggen.
De gemeente, het stadsbestuur, wil natuurlijk weten wat er speelt in een buurt, waar er behoefte aan is als het gaat om openbare en andere voorzieningen. Daarvoor maken ze een zogeheten stadsprofiel. Een soort doorsnede van de stad. Data (statistische gegevens) worden verzameld bij politie, scholen, welzijnswerk en door gemeenteambtenaren, en in dat profiel ondergebracht. Zo komt de gemeente informatie over:
1. De woningkenmerken
2. De bewonerskenmerken van een buurt.
De leefbaarheid - want daar gaat deze video over - van de buurt hangt samen met die kenmerken in dat profiel: Hoe ervaren de bewoners die kenmerken en wat kan de gemeente er aan doen? Tot 1, de woningkenmerken, horen: ouderdom van de woningen, huur- of koopwoningen, soorten woning, en de staat van onderhoud. Tot 2, de bewonerskenmerken, horen: de grootte van de huishoudens (hoeveel personen per woning of gezin), gemiddeld inkomen, leeftijden, religie, etniciteit (wat voor achtergrond heeft men), en gezinsfase (leeftijd kinderen). Met die gegevens bepaalt de gemeente de behoeften in een buurt.
Tot de leefbaarheid hoort ook de vraag: hoe ervaart een bewoner de sociale veiligheid of onveiligheid in zijn woonomgeving. Want de gemeente, onze maatschappij, wil natuurlijk dat iedereen zich zo veilig mogelijk voelt.
We onderscheiden twee vormen van sociale veiligheid:
Maar dat zijn natuurlijk lang niet alle ervaringen van de bewoners. Niet alles wordt bij de politie aangegeven, zoals bijvoorbeeld: scheldpartijen, burenruzies en bedreigingen.
2. En daarmee wordt de subjectieve veiligheid gevoed. Dat is het gevoel van veiligheid dat bewoners van de buurt hebben. Dat gevoel van 2 wijkt in sommige wijken of buurten nog wel eens af van de feiten van 1. Dat gaat dan dus niet om de controleerbare werkelijkheid, maar om het gevoel over de werkelijkheid. Sommige mensen met tamelijk racistische vooroordelen voelen zich bijvoorbeeld al onveilig bij het zien van een medebewoner die qua uiterlijk uit een ander land lijkt te komen dan zijzelf. Tja, inderdaad, nogal zielig. Maar ook leeftijd speelt een rol voor het gevoel. Ouderen blijken banger op straat te zijn dan jongeren. Ook dat zijn subjectieve gevoelens.
Het gevoel van onveiligheid wil de gemeente soms tegengaan door de toegankelijkheid van een wijk of buurt te verbeteren. Dat doet men dan door:
Ook actieve stadsvernieuwing zal de leefbaarheid kunnen bevorderen. Verpaupering tegengaan door sloop van oude woningen en door betaalbare kwalitatieve nieuwbouw. Dit is wat men herstructurering noemt. Dit heeft vaak geleid tot het vervangen van oude huurwoningen door nieuwe koopwoningen, plus het verbeteren van de openbare ruimte. Maar daardoor worden inwoners met lage inkomens juist uit de buurt of wijk gedreven naar andere pauperbuurten. Van sociale cohesie met de nieuwkomers was juist geen sprake. Gentrificatie heet dat.
Als herstructurering leidt tot een onnatuurlijke ingreep in de bevolkingssamenstelling, gaat de leefbaarheid ten koste van de armsten. Zo komt er dan door die herstructurering deze gentrificatie opgang, ofwel: wijken die dicht bij het centrum liggen, raken met nieuwbouw of renovatie bevolkt door bewoners uit de midden- en hogere sociale klassen. Alles wordt duurder. De armere bewoners zullen dan moeten wegtrekken uit hun wijk of buurt.
Tot zover deze exclusieve Digistudies Video over leefbaarheid in buurt en wijk in de grote stad.