Nederlands

6. E-mail

Gegeven door:
Renske Feenstra
Beschrijving Begrippen

Hallo, welkom bij deze uitlegvideo voor Nederlands, over het schrijven van een e-mail. Op je examen kun je een opdracht krijgen om een e-mail te schrijven. We gaan kijken naar de belangrijkste onderdelen: de inhoud en de vorm van een e-mail.

Formeel taalgebruik

Zakelijk taalgebruik, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt in officiële brieven

Geadresseerde

Degene die de e-mail ontvangt

Informeel taalgebruik

Persoonlijk taalgebruik, bijvoorbeeld hoe je praat op WhatsApp

D1. Schrijfvaardigheid

Samenvatting voor Nederlands - E-mail

Op het centraal examen krijg je één of twee schrijfopdrachten. Zo’n opdracht begint met een beschrijving: een verhaal over een situatie waarin jij de hoofdpersoon bent. Daarna komt de opdracht zelf: een brief schrijven, een affiche maken of een e-mail. 



Persoonlijk of zakelijk schrijven?

Als je persoonlijk schrijft, laat je merken wat je gevoelens zijn: of je ergens blij om bent, of boos, bezorgd of onverschillig. Als je een kaartje schrijft voor een ziek familielid, gebruik je een persoonlijke toon. 

Als je zakelijk schrijft, zijn de feiten (wat er is gebeurd) het belangrijkst. Wat jouw gevoelens daarbij waren, laat je daarom niet merken. Als je een klachtenbrief schrijft, gebruik je een zakelijke en toon. 



De vorm

Een brief en e-mail lijken op elkaar. Een e-mail is eigenlijk een brief via internet. Maar er zijn een aantal verschillen tussen een zakelijke brief en een e-mail. Hoewel de inhoud hetzelfde is in beide gevallen, is de indeling iets anders. In een e-mail schrijf je de gegevens van de geadresseerde niet op. De ‘betreft-regel’ wordt vervangen door de ‘onderwerpregel’. In de onderwerpregel schrijf je zo kort mogelijk het onderwerp van de mail op, in een paar woorden. Als je bijlagen meestuurt, plaats je boven de e-mail een regel waarin je vermeldt wat voor documenten je hebt bijgevoegd.



Het 5-stappenmethode

Stap 1 Lezen: Lees de beschrijving en de opdracht nauwkeurig. Bedenk: - Wat voor soort tekst moet ik schrijven. - Wat is het doel? – Welke kenmerken heeft deze tekstsoort? -Welke adresgegevens moet ik gebruiken?

Stap 2 Aanstrepen: Kijk goed wat moet je allemaal in de tekst zetten? Streep deze informatie aan in je examenboekje.

Stap 3 Ordenen: Zet de gegevens die je moet gebruiken in een logische volgorde. Maak zo nodig een schrijfplan.

Stap 4 Schrijven: Werk je tekst uit op het werkblad.

Stap 5 Controleren: Controleer of alle informatie goed in de tekst hebt gezet. Spoor taal- en spelfouten op en verbeter ze.



Dank je voor je aandacht! Je weet nu waar je op moet letten als je bij je examen de opdracht krijgt om een e-mail te schrijven. Vergeet niet, om je werk goed te controleren als je klaar bent. Veel succes!