Economie

6. Producenten en marketing

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen

In deze samenvatting voor economie wordt besproken hoe producenten doormiddel van marketing invloed kunnen uitoefenen op het consumentengedrag van mensen. Een aantal begrippen die behandeld worden zijn producenten, consumenten, warenonderzoek, consumentenorganisaties en informatieve reclames. Ook bespreken wij in deze kennisclip het verschil tussen commerciële reclame en reële reclame.

Producenten

De bedrijven die de producten maken en aanbieden.

Consumenten

Mensen die de producten kopen.

Marketing

Marketing heeft traditioneel betrekking op alle activiteiten die een bedrijf uitvoert om de verkoop van producten of diensten te bevorderen.

Verkoopbevorderende-technieken

Verkoopbevordering is een handeling die verricht wordt om de aankoop van producten bij de klant aan te moedigen, en het koopgedrag op korte termijn te beïnvloeden. Dit wordt ook wel aangeduid als de "push"- (duw-) en "pull"- (trek-) strategie.

Koopkracht

De koopkracht geeft aan hoeveel een huishouden gemiddeld kan kopen. De koopkracht is onder andere afhankelijk van het inkomen, de geheven belastingen en de waardevermindering van geld.

Marketingmix

Een combinatie van instrumenten die een producent kan gebruiken om zijn product te verkopen .

Ideële reclame

Reclame voor een maatschappelijk doel.

Commerciële reclame

Reclame met als doel om geld te verdienen.

A1: Markt en Consumptie

A2: Consumenten en producenten

A3: Geld

We gaan het hebben over onze relatie met producenten en hoe zij door middel van marketing invloed kunnen uitoefenen op het consumentengedrag van mensen.


Wat is de relatie tussen producenten en consumenten?

Allereerst gaan we kijken naar de relatie die producenten - de bedrijven die de producten maken en aanbieden -, hebben met de consumenten: de mensen die die producten kopen. Er zit namelijk een verschil in machtspositie tussen de koper en de verkoper. Laten we eens kijken hoe dat zit. Aan de ene kant heb je de consument, oftewel de koper, en aan de andere kant de producent, oftewel de verkoper. De producent weet veel meer over het product dan de consument. Dat is natuurlijk logisch, want de producent maakt het product. De producent heeft dus meer productkennis, wat zorgt voor meer macht voor de producent. Daarnaast heeft een producent doorgaans veel geld, wat ze kunnen investeren in; verkoop-bevorderende-technieken, of simpel gezegd: marketing.


Rechten en plichten

De producent is de consument dus vaak een stapje voor, omdat ze meer informatie tot hun beschikking hebben over het product en over de consument zelf. Daarbij is het wel weer belangrijk om te weten dat zowel de producent als de consument rechten en plichten hebben waar ze zich aan moeten houden. Zo kan de producent niet zomaar informatie misbruiken of verkeerde informatie geven, en heeft de consument zich ook aan bepaalde afspraken te houden.


Neem bijvoorbeeld Netflix. Zij mogen niet zomaar reclame maken met allemaal films die ze helemaal niet verkopen, of misbruik maken van de informatie ze hebben over welke films jij allemaal kijkt. Maar: jij mag (eigenlijk) ook niet zomaar één account aanschaffen en dat vervolgens delen met 20 vrienden.


Als consument kan je zelf meer informatie proberen te winnen over de producten. Zo kun je bijvoorbeeld zelf productinformatie opzoeken, of bijvoorbeeld een vergelijkend warenonderzoek lezen om producten van verschillende producenten met elkaar te vergelijken. Ook kun je onafhankelijke consumententijdschriften of rubrieken lezen om meer informatie te vinden, of websites voor consumenten bezoeken. Er zijn ook consumentenorganisaties en bepaalde keurmerken die je aangeven of producten aan bepaalde voorwaarden voldoen.


Machtspositie van producenten

Wat ook invloed heeft op de machtspositie, is het aantal kopers die er zijn en het aantal verkopers die er zijn. Netflix is daar weer een goed voorbeeld van. Aangezien zij een hele tijd bijna de enige grote aanbieder van films en series waren, hadden consumenten niet veel keuze. Netflix had daarom heel veel macht; zij hadden heel veel invloed op wat wij met z’n allen konden kijken. Maar nu komen er steeds meer andere aanbieders bij, zoals Disney +, Videoland; noem maar op. De consumenten kunnen dan kiezen, wat er voor zorgt dat Netflix minder macht heeft.


Aan de andere kant is het ook zo dat als er maar een paar kopers zijn, dat die kopers redelijk veel macht hebben. Als er miljoenen kopers zijn, dan maakt het niet zoveel uit wat jij als individuele koper doet. Stel: jij was één van de 10 Netflix kijkers in de wereld, en jij besluit dat je de films niet meer goed vind, dan verliezen ze 10% van de kijkers. Terwijl als jij een van de miljoenen bent, dan merken ze dat niet eens.


Wel is het zo dat een groep als geheel veel invloed kan hebben op de productie. De invloed van een groep hangt af van hoe groot de groep is, hoe groot de koopkracht van die groep is en waar ze hun geld aan besteden. Jonge kopers bijvoorbeeld hebben een belangrijke invloed op wat er geproduceerd wordt. Dit komt doordat jonge mensen natuurlijk veel invloed hebben op de koopgewoonten van de toekomst en doordat zij veel invloed hebben op de bestedingen die bij hen thuis worden gedaan. Daarnaast hebben ze een redelijk hoge koopkracht, omdat ze bijna al het geld dat er binnenkomt uitgeven aan producten, en niet aan vaste lasten zoals huur of andere rekeningen.


Hoe kunnen producenten consumentengedrag beïnvloeden met marketing?

Een producent wil zoveel mogelijk van z’n producten verkopen en zal er dus alles aan doen om dit te laten lukken. De producent zal de consument daarom zo veel mogelijk proberen te overtuigen om iets van hen te kopen. Dit kunnen ze doen door gebruik te maken van iets dat we de marketingmix noemen. De marketingmix is een combinatie van instrumenten die een producent kan gebruiken om zijn product te verkopen. Hierbij moet rekening gehouden worden met de doelgroep, het assortiment en de marktpositie. De marketingmix bestaat uit 6 punten, waarvan de laatste twee niet altijd relevant zijn:


  1. Het product. Wat gaan we verkopen? Hebben we een geheim recept? Is het van hoge kwaliteit?
  2. De prijs. Hoeveel kost het? Verschilt het per doelgroep hoeveel het kost? De dierentuin is vaak bijvoorbeeld goedkoper voor kinderen of studenten.
  3. De plaats. Waar verkopen we het? In de supermarkt? Of alleen online?
  4. Promotie. Hoe gaan we reclame maken? Met folders, op de TV, of willen we enkel mond tot mond reclame?
  5. Het personeel. Wat willen we uitstralen met ons personeel? Denk bijvoorbeeld aan goed getrainde klantenservice mensen of de uniformen die medewerkers van de McDonalds dragen.
  6. Presentatie. Hoe ziet ons product eruit? Denk hierbij aan de verpakking, sfeer, imago of stijl van een product, zoals de knalrode blikjes van Coca Cola.


Commerciële reclame en ideële reclame

Als laatste moeten we het onderscheid kennen tussen ideële reclame en commerciële reclame, waarbij commerciële reclame weer onder te verdelen is in informatieve en merkreclame. Ideële reclame is een reclame voor een maatschappelijk doel, zoals er soms reclames op TV zijn voor stoppen met roken, zonder dat er een product aangesmeerd wordt. Dit is puur bewustzijn te creëren of mensen te helpen.


Commerciële reclames aan de andere kant hebben als doel om het meer geld te verdienen voor het bedrijf dat de reclame maakt. We kunnen dit dus weer onderverdelen in merkreclames en informatieve reclames. Merkreclames focussen zich volledig op het onder de aandacht brengen van een merk. Denk bijvoorbeeld aan een reclame van Apple, hier gaat het vaak niet per se over een specifieke iPhone, maar meer om het gehele merk: ze willen alleen dat je Apple onthoudt. Een informatieve reclame focust zich op het verstrekken van informatie, doorgaans van over een specifiek product.