Geschiedenis

3. Herstel van de oorlog en nieuwe crisis

Gegeven door:
Richard Mozes
Beschrijving Begrippen

Na de Eerste Wereldoorlog volgde een periode die het interbellum genoemd wordt. We bespreken op deze pagina hoe het met Europa gesteld was in die tijd. Onderwerpen die naar voren komen zijn onder andere het Verdrag van Versailles, de Weimarrepubliek en het Dawesplan. Bekijk hierna ook de uitleg voor andere onderwerpen die terug zullen komen op het geschiedenis examen voor vmbo.

B1. De Eerste Wereldoorlog

B2. Het Interbellum (1919 - 1939)

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
B3. De Tweede Wereldoorlog

B4. Europa, de Wereld en de Koude Oorlog

B5. Een Nieuwe Wereldorde, vanaf 1900

In deze samenvatting leggen we je alles uit over de periode in Europa tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog: 1918 tot 1939. Deze periode wordt ook wel interbellum genoemd: ‘inter’ betekent ‘tussen’ en ‘bellum’ betekent ‘oorlog’ in het Latijn.


Verdrag van Versailles

Duitsland – dat de Eerste Wereldoorlog begonnen was in 1914 – had zich in 1918 overgegeven aan de geallieerden: Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De geallieerden sloten een vredesverdrag met het Duitse Keizerrijk, al tekende de Verenigde Staten dit pas veel later. Dit verdrag kreeg de naam ‘Verdrag van Versailles’, omdat het in die plaats (vlak bij Parijs) gesloten werd.


In het verdrag stond opgesteld onder welke voorwaarden het vechten zou stoppen. Als overwinnaars stelden de geallieerden een heleboel eisen. Zo moest Duitsland onder andere erkennen dat het schuld had aan de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk wilde voorkomen dat Duitsland weer een sterke militaire macht kon worden, omdat het land te lijden had gehad. De loopgravenoorlog had namelijk vooral plaatsgevonden in Frankrijk. Hieronder lees je een aantal afspraken die gemaakt werden in het Verdrag van Versailles.


Welke afspraken werden er gemaakt in het Verdrag van Versailles?

1. Keizer Wilhelm I moest aftreden en worden uitgeleverd om veroordeeld te kunnen worden. Hij vluchtte echter naar het neutrale Nederland en kreeg hier asiel.

2. Duitsland moest zijn koloniën afstaan.

3. Duitsland moest grondgebieden afstaan aan Frankrijk en Polen.

4. Het Duitse keizerrijk werd opgeheven: Duitsland werd een republiek.

5. Het leger van Duitsland mocht niet meer dan 100.000 man hebben.

6. Duitsland moest enorme schadevergoedingen – herstelbetalingen – geven aan voornamelijk Frankrijk en België.

7. De oprichting van de Volkenbond werd aangekondigd. Veel landen konden daarvan lid worden, met als doel om eventuele conflicten niet met wapens, maar met gesprekken op te lossen. Het idee hierachter was dat er zo nieuwe oorlogen voorkomen zouden worden. Duitsland mocht echter voorlopig geen lid worden. De Volkenbond (met uiteindelijk 58 leden) bestond tot 1946 en was de voorloper van de Verenigde Naties.


Weimarrepubliek

Duitsland was de grote verliezer van de Eerste Wereldoorlog en moest deze voorwaarden dus wel accepteren. De geallieerden hoopten dat zij op deze manier Duitsland klein en machteloos konden houden, maar zoals we straks kunnen merken, lukte dit niet. De bevolking van Duitsland voelde zich – opgehitst door vele politici – gekleineerd en ten onrechte gestraft. Hoe slechter het de jaren daarna op economisch gebied ging, hoe bozer en wraakzuchtiger de Duitse bevolking werd.


Het keizerrijk van Duitsland, dat begon in 1870, was dus voorbij. Duitsland kreeg de naam ‘Weimar Republik,’ omdat de republiek zijn grondwet kreeg in de stad Weimar.


Vrede van St. Germain

Ook Oostenrijk-Hongarije werd gestraft na de Eerste Wereldoorlog, omdat zij samenwerkten met Duitsland. De straf bestond eruit dat Oostenrijk-Hongarije gesplitst werd in meerdere landen. Het land moest de onafhankelijkheid van Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië erkennen. Deze maatregel wordt de ‘Vrede van St. Germain’ genoemd.


Vijfjarenplan van Stalin

Onder leiding van Lenin had Rusland – oftewel de Sovjet Unie – in 1917 al vrede gesloten met Duitsland. Dit betekende echter wel dat Rusland veel gebieden was kwijtgeraakt. Het gaat om de gebieden die we nu kennen als Estland, Letland, Polen en Litouwen. Daarnaast moest Rusland miljoenen aan herstelbetalingen doen aan Duitsland. Toen Duitsland in 1919 de oorlog echter verloor, werd het verdrag door de Sovjet Unie opgezegd en hoefden zij niets meer te betalen.


In 1922 kwam Josef Stalin aan de macht. Hij werd secretaris van de communistische partij daar die alles te zeggen had, zogenaamd namens de boeren en arbeiders. Stalin ontpopte zich echter als dictator. Hij wist de industrie te laten groeien en de elektriciteit in het hele land in te voeren. Ook begon hij vele concentratiekampen. Niet best. Maar goed, zijn zogeheten ‘planeconomie,’ die in 1928 begon, werkte. In het Vijfjarenplan werd precies voorgeschreven wat en hoeveel er in het land moest worden geproduceerd.


Het Dawesplan

Met Duitsland ging het na de Eerste Wereldoorlog economisch gezien niet goed. Vooral de miljarden aan herstelbetalingen die de Weimar Republik moest doen volgens het Verdrag van Versailles, waren niet op te brengen. De Verenigde Staten zagen mogelijkheden om daar geld aan te verdienen. Ze konden geld aan Duitsland lenen tegen behoorlijke rentes. Ook konden ze er goedkoop producten kopen en hun eigen luxeproducten verkopen. Dit leverde natuurlijk alsnog niet genoeg op voor de herstelbetalingen. Daarom kwamen Engeland, Frankrijk, België, Italië en de VS met het Dawesplan; genoemd naar de voorzitter van het Dawescomité die dit plan moest uitwerken.


Het Dawesplan kwam erop neer dat:

- de Verenigde Staten meer geld zouden lenen en meer eigen producten konden verkopen;

- België en Frankrijk het Ruhrgebied weer zouden verlaten. Het Ruhrgebied was een belangrijk industriegebied dat deze landen bezet hadden aan het einde van de Eerste Wereldoorlog;

- de Duitse bank en munt – de Reichsmark – onder toezicht van de geallieerden kwam.


Amerika: van groei naar crisis

In de Verenigde Staten ging het lange tijd erg goed met de economie. Nieuwe uitvindingen in de industrie deden de economie groeien. Denk bijvoorbeeld aan de productie van auto’s met behulp van de lopende band. Bedrijven maakten grote winsten, waardoor ook de waarde van de aandelen in die bedrijven aanzienlijk stegen.


Mensen durfden zich in de schulden te werken om de aandelen te kopen, in de hoop daar rijk van te worden. Helaas kon het niet zo doorgaan. Men kwam erachter dat het optimisme te groot was en de aandelen veel te duur waren geworden. De aandelen werden massaal weer verkocht, waardoor alles ineenstortte. Dit noemen we de beurskrach van 1929. De waarde van de aandelen daalde weer en veel mensen konden hun schulden niet meer betalen. Er was geldgebrek, er werd veel minder verkocht, bedrijven gingen failliet en de werkloosheid steeg. De Verenigde Staten raakten in een enorme economische crisis.


Dit had ook grote gevolgen voor Europa; ook daar stortte de economie in. Vooral Duitsland werd opnieuw hard getroffen. Amerika moest zijn economische hulp en investeringen stopzetten, waardoor Duitsland zijn herstelbetalingen al helemaal niet meer kon doen. Een economische wereldcrisis was een feit.


Nederland na de Eerste Wereldoorlog

Nederland was neutraal geweest tijdens de Eerste Wereldoorlog en had er betrekkelijk weinig last van gehad, zeker als je het vergelijkt met België of Frankrijk. Ja, Nederland had vele vluchtelingen moeten opvangen, maar die verdwenen nu weer voor een groot deel.

De eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog, in het interbellum dus, was het tamelijk rustig in Nederland. De poging tot een revolutie van de socialist Troelstra in 1919 was mislukt wegens te weinig steun uit het volk, en economisch ging het redelijk; ondanks een zekere werkloosheid. Nog steeds was er een meerderheid van confessionele – christelijke – partijen, die een behoudende politiek kon voeren. De antirevolutionaire Colijn had de leiding.


Dat veranderde rond 1929, door de economische wereldcrisis. Ook in Nederland gingen bedrijven failliet en ontstond er grote werkloosheid. De regering bedacht verschillende plannen om de werkloosheid op te vangen:


1. Werkverschaffingsprojecten. Dit kwam erop neer dat werklozen voor een geringe uitkering moesten werken voor de overheid. Hiervoor werd bedacht dat het Amsterdamse Bos aangelegd moest worden, konden werklozen turfsteken in Drenthe of helpen met de bouw van het Goffertstadion in Nijmegen. Dit werd ook wel de Bloedkuul genoemd, omdat het met veel bloed, zweet en tranen met de hand uitgegraven moest worden.

2. Aanpassingspolitiek. Deze naam werd gegeven aan het plan om de uitkeringen nog lager te maken dan ze al waren, net als de salarissen van ambtenaren. Dat bleek uiteindelijk alleen maar slechter voor de economie te zijn, omdat er als gevolg van de kortingen minder werd uitgegeven.


Opkomst nationalisme

Ook in Nederland werd de onvrede groter, waardoor het nationalisme groeide en extreem nationalistische partijen een kans leken te krijgen. Naar voorbeeld van Hitler’s NSDAP werd in Nederland de NSB – de Nationaal Socialistische Beweging – opgericht, onder leiding van Anton Mussert. Veel steun kreeg de partij echter niet, net zo min als de extreemlinkse partij CPN; de communistische partij van Nederland. De NSB was wel de enige partij die door de Duitsers werd toegelaten tijdens de bezetting in 1940 – 1945.