NASK 2

3. Naamgeving zouten en ionen

Gegeven door:
Jilles Douze
Beschrijving Begrippen

Hallo allemaal en leuk dat je weer kijkt naar een nieuwe video voor Nask 2. In deze video gaan we twee dingen bespreken:


1. Hoe we de naam en formule van een zout kunnen bepalen als de namen of formules van de ionen waaruit dit zout is opgebouwd zijn gegeven;

2. en we bespreken hoe we de formules van ionen waaruit een zout is opgebouwd kunnen bepalen als de naam of formule van het zout is gegeven.

Er zijn nog geen begrippen voor deze video.
D1. Bouw van de materie

Samenvatting naamgeving zouten en ionen


Formule van een zout

Laten we beginnen bij het begin. De naam en formule van een zout bepalen als de ionen zijn gegeven.

De formule van een zout kan je bepalen aan de hand van het volgende stappenplan:

1. Zorg dat de positieve lading evenveel is als de negatieve lading.

2. Plak de twee ionen aan elkaar, eerst het positieve ion en dan het negatieve ion.


Dus dit stappenplan pas je toe in een voorbeeld. Je moet de formule geven van het zout dat ontstaat uit de ionen Na+ en Cl-.

Dan begin je bij stap 1, zorg dat de positieve lading evenveel is als de negatieve lading. Nou we zien dat het Na + ion een positieve lading heeft van 1, en je ziet dat het Cl- ion een negatieve lading heeft van 1. Dus de positieve en negatieve ladingen zijn gelijk aan elkaar. Je kunt dan dus door naar stap 2. Je plakt het negatieve ion aan het positieve ion. Dan krijg je Na+Cl-.En de plus en de min schrijf je dan niet meer op omdat deze tegen elkaar wegvallen. Dus de formule van het zout is NaCl.


Het stappenplan

Laten we nog een ander voorbeeld bespreken. Wat is de formule van het zout dat ontstaat uit de ionen Fe3+ oftewel ijzer(III)ionen en O2- oftewel oxide-ionen.

Laten we in dit geval opnieuw het stappenplan toepassen.

Stap 1

In stap 1 zorg je ervoor dat de positieve lading gelijk is aan de negatieve lading. Je ziet nu een positieve lading van 3 namelijk van het Fe3+ ion. En je ziet een negatieve lading van 2 namelijk van het O2- ion. Hoe kun je deze ladingen nou gelijk maken aan elkaar?

Dat kan als volgt: je neemt niet 1 Fe3+ ion, maar twee Fe3+ ionen. Dan is de positieve lading gelijk aan 6, we hebben namelijk twee keer een lading van 3+ dus de totale positieve lading is 6+. En als je dan niet 1 O2- ionen neemt, maar 3 O2- ionen. Dan is de negatieve lading ook gelijk aan 6. We hebben dan namelijk 3 keer een lading van 2- dus in totaal 6-. Dus als je twee Fe3+ ionen neemt en 3 O2- ionen. Dan is de positieve lading gelijk aan de negatieve lading, dus dan kan je door naar stap 2.

Stap 2

In stap twee plak je het negatieve ion aan het positieve ion. Maar letop, je hebt nu 3 negatieve ionen en twee positieve ionen. Dus je begint met het ijzer(III) ion op te schrijven je schrijft op Fe3+ maar je hebt er niet 1 maar 2 dus dit noteer je dan weer als Fe2 3+, dan schrijf je hierachter O2-, maar je hebt er niet 1 maar 3 dus dat noteren we als O3 2-. Dus je hebt nu staan Fe2 3+ O3 2-. En net zoals net schrijf je de ladingen dus de plusjes en minnetjes niet meer op omdat de ladingen gelijk zijn aan elkaar. Dus de formule van het zout wordt. Fe2O3.


Naam van zout achterhalen

Ok, nu weet je dus hoe we de formule van zout moeten achterhalen als de ionen zijn gegeven. Maar hoe kan je de naam van dit zout achterhalen?

De naam van een zout achterhalen kan je doen aan de hand van het volgende stappenplan:

1. Schrijf de naam van het positieve ion op

2. Schrijf de naam van het negatieve ion op

3. Schrijf deze achter elkaar en laat telkens het woordje ion weg.

Dit pas je toe in het voorbeeld van het zout dat ontstaat uit Na+ en Cl-.

Stap 1

In stap 1 schrijf je de naam van het positieve ion op. Dat is Na+ en de naam hiervan is een natriumion. Dus dat schrijven je even op

Stap 2

In stap 2 schrijf je de naam op van het negatieve ion. Dat is Cl- en de naam hiervan is een chloride-ion. Dus dat schrijven je ook even op.

Stap 3

Dan ben je aangekomen bij stap 3, hier schrijf je de namen uit stap 1 en 2 achter elkaar op, maar laat telkens het woordje ion weg. Dus het natriumion wordt natrium en het chloride-ion wordt chloride. Dus de naam van het zout is dan natriumchloride.



De naam en formule van zout achterhalen

Oke dan gaan we nu snel bespreken hoe we de naam en formule van de ionen waaruit een zout bestaat kunnen achterhalen als het zout is gegeven.


Dat doe je aan de hand van het volgende stappenplan.

Stap 1: Bepaal uit welk metaal, en uit welk niet-metaal het zout bestaat

Stap 2: Bepaal welke mogelijke ionen het metaal kunnen zijn, en welke ionen het niet metaal kunnen zijn

Stap 3: Bepaal met behulp van de formule van het zout welke twee ionen het zijn


Je gaat dit stappenplan direct toepassen op een voorbeeld. Je hebt het volgende zout gekregen: FeCl2, en je moet bepalen uit welke ionen dit zout is opgebouwd.


Stap 1: Je begint natuurlijk bij stap 1, bepaal uit welk metaal en welk niet-metaal het zout bestaat. Nou Fe is natuurlijk ijzer, dus het metaal is ijzer. En Cl is het symbool voor chloor, dus het niet metaal is chloor. Dus het zout bestaat uit ijzer en chloor


Stap 2: Dan ga je in stap 2 bepalen welke mogelijke ionen dit kunnen zijn. Nou je weet dat ijzer twee ionen heeft: Fe2+ -ion en het Fe3+ - ion, welke het is, dat weet je nog niet. Daarnaast weet je dat chloor maar één soort ion heeft. Namelijk het Cl- - ion.


Stap 3: Oke in stap 3 ga je dus met behulp van de formule van het zout bepalen welke twee ionen het zout opbouwen. Als eerste is het handig om op te merken dat er maar één soort chloride-ion is, namelijk Cl-. Dus deze staat vast. En dat brengt je meteen bij het volgende. Cl- heeft een lading van -1, maar als je kijkt naar de formule van het zout zien we FeCl2 staan, dus je hebt 2 keer chloride-ion. Dus de negatieve lading is gelijk aan 2 x -1 dus gelijk aan -2. Dus dat betekent dat de positieve lading ook gelijk moet zijn aan 2. Dus daarom heb je hier te maken met het Fe2+ ion en niet met het Fe3+ ion omdat de positieve lading gelijk moet zijn aan 2.


Dus het zout FeCl2 bestaat uit de ionen Fe2+ en Cl-.