Bedrijfseconomie

1. Break-even punt

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen

Welkom allemaal bij deze nieuwe video met uitleg voor bedrijfseconomie. Vandaag kijken wij naar het break-even punt. Wij pakken dit onderwerp aan door eerst te kijken naar de theorie over het break-even punt en vervolgens een aantal voorbeelden te behandelen. Veel succes met leren! 

E1. Vastleggen van financiële en niet-financiële informatie

E2: Kosten- en winstvraagstukken

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay

Samenvatting voor bedrijfseconomie - Break-even punt


Theorie break-even punt

Het break-even-punt is het punt waarop de kosten en opbrengsten van een bedrijf gelijk aan elkaar zijn. Er is dan een financieel evenwicht, en wordt dus geen winst of verlies gedraaid. De break-even omzet is de omzet die er minimaal gegenereerd moet worden om geen verlies te draaien. Het is natuurlijk belangrijk voor bedrijven om te weten waar dat punt ligt. Boven dit punt draai je winst. Onder dit punt draai je verlies. Als we dit punt willen vinden, dan kijken we naar de hoeveelheid producten die er verkocht worden, dus de afzet, met een bijbehorende omzet.


Break-even punt: voorbeeld

Laten we naar een voorbeeld kijken. Stel we hebben een bedrijf dat duurzame tandenborstels van bamboe verkoopt. Om van bamboe tandenborstels te maken, moeten er natuurlijk kosten worden gemaakt. Er moet bamboe worden ingekocht, de bamboe moet worden bewerkt door machines en tot slot moet de tandenborstel in een doos worden verpakt door een fabrieksmedewerker. Om het break-even punt te bereiken moet de onderneming dan ook een bepaalde hoeveelheid tandenborstels verkopen. We zoeken dus het punt waarop de totale kosten gelijk zijn aan de totale opbrengsten.


Hiervoor moeten we eerst bekijken waar de kosten uit bestaan. We kunnen kosten namelijk verdelen in twee soorten: constante kosten en variabele kosten. Constante kosten zijn kosten die het bedrijf altijd maakt: ongeacht of er 0 tandenborstels worden geproduceerd en verkocht of 100.000; de constante kosten blijven gelijk. De productiehoeveelheid heeft namelijk geen invloed op de constante kosten.


Denk aan de huur van een pand. De huur blijft hetzelfde, of er nou meer of minder wordt geproduceerd. Dit betekent niet dat de huurprijs niet kan veranderen. Stel dat er een verdieping wordt bijgehuurd, dan gaan de kosten van de huur natuurlijk ook omhoog. Het gaat er echter om dat de huurprijs niet varieert op basis van het aantal verkochte producten. Dat soort kosten zijn dus constant en niet afhankelijk van de productiehoeveelheid.


Verder zijn er dus nog variabele kosten. Variabele kosten zijn kosten die wel afhangen van de productiehoeveelheid. Als er meer wordt geproduceerd, stijgen de totale kosten. Dit zijn dus de kosten die rechtstreeks samenhangen met de productie van een extra product. Denk aan materiaalkosten of elektriciteitskosten. Als er meer wordt geproduceerd, zal er meer bamboe en meer stroom nodig zijn.


Break-even punt: afkortingen en formules

Er is een aantal afkortingen en formules die van belang zijn: 

  • De afkorting van de totale kosten = TK
  • De afkorting van de totale constante kosten = TCK
  • De afkorting van de totale variabele kosten = TVK


En we moeten weten dat: 

  • De totale variabele kosten gelijk zijn aan de variabele kosten keer de afzet, dus TVK = VK * Q
  • De totale kosten gelijk zijn aan de totale constante kosten plus de totale variabele kosten, dus TK = TCK + TVK


Voorbeeld break-even punt (deel 2)

Laten we het voorbeeld verder uitwerken. Voor het produceren van de tandenborstels gaan we uit van de volgende gegevens:


  • De materiaalkosten zijn €0,50 per tandenborstel
  • De arbeidsuren bedragen 2 minuten per tandenborstel
  • De loonkosten zijn €30 per uur
  • De huur van het pand bedraagt jaarlijks €200.000
  • De verkoopprijs is €3,50 per tandenborstel


Om het break-even-punt te berekenen, splitsen we de constante kosten en de variabele kosten. We zien dat de constante kosten €200.000 zijn. Dit zijn de enige kosten die niet veranderen als er meer of minder wordt geproduceerd, namelijk de huur. Wanneer we kijken naar de variabele kosten zien we de materiaalkosten en de loonkosten.


De materiaalkosten zijn gegeven, namelijk €0,50 per product. De loonkosten per product moeten we uitrekenen. Eén arbeidsuur kost €30. Voor één tandenborstel is twee minuten nodig. In een uur kunnen dus (60 minuten / 2 minuten = 30 tandenborstels) gemaakt worden. €30 euro loonkosten per uur delen door 30 geproduceerde tandenborstels per uur komt uit op €1 aan loonkosten per geproduceerde tandenborstel. De totale variabele kosten komen dus uit op (€0,50 + €1 = €1,50) per tandenborstel. De verkoopprijs per tandenborstel is €3,50.


Om de afzet, dus het aantal producten, dat we moeten produceren om break-even te draaien te bereken, kunnen we een formule gebruiken. Deze formule ziet er als volgt uit: 

Break-even afzet = Totale constante kosten  / (verkoopprijs -variabele kosten per product)


De formule om het break-even punt te bereken is dus de totale constante kosten delen door de winst per product. Dit betekent dus dat we de verkoopprijs pakken en de variabele kosten per product hiervan aftrekken. Op deze wijze weet je hoeveel winst elk product oplevert. We zagen een verkoopprijs van €3,50, materiaalkosten van €0,50 en arbeidskosten van €1. Dat brengt ons op €3,50 - €1,50 = €2 winst. Er moeten dus €200.000 / €2 = 100.000 tandenborstels worden geproduceerd en verkocht voordat de onderneming het break-even-punt bereikt.


Break-even omzet berekenen

Als we weten wat de break-even afzet is, is het gemakkelijk om de break-even omzet te berekenen. De break-even omzet is namelijk gewoon de verkoopprijs keer de break-even afzet (Break-even omzet = verkoopprijs x break-even afzet). We zagen dat de verkoopprijs €3,50 is. De break-even afzet was 100.000 stuks. Dus, de break-even omzet is €3,50 x 100.000 = €350.000


Deze berekening kan je ook in een grafiek weergeven. De grafiek kun je bekijken in de video hierboven. In deze grafiek zien we aan de linkerkant de hoeveelheid winst (dus omzet min kosten) die wordt behaald. Aan de onderkant zien we de hoeveelheid afzet die nodig is om de winst te behalen. Bij een afzet van nul tandenborstels is er een verlies van €200.000 (oftewel, de winst is -€200.000), omdat de huur van het pand ook dan gewoon moet worden betaald. Naast de huur zijn er geen constante kosten.


Verder wordt er €2 winst gemaakt per tandenborstel. Onderin zien we dus dat de winst met €100.000 stijgt bij een afzet van 50.000 tandenborstels. De winst is hier namelijk geen -€200.000 maar -€100.000. Als er nog eens 50.000 tandenborstels worden afgezet en dus in totaal 100.000 tandenborstels, is er sprake van €0 winst en dus €0 verlies. Het break-even punt is dan behaald.


Goed, stel dat het managementteam van de bamboe tandenborstels wil weten wat de afzet moet zijn voor een winst van €500.000 in plaats van €0.

 

  • De constante kosten zijn €200.000
  • De gewenste winst is €500.000
  • De hoeveelheid winst per product is €2

 

In plaats van €200.000 delen door €2, tellen we de gewenste winst op bij de constante kosten, want dat is wat we in totaal moeten omzetten. Dit geeft een totale hoeveelheid van €700.000 aan benodigde omzet. Deze €700.000 moet je dan weer delen door de winst per verkochte bamboe tandenborstel. Dit geeft €700.000 delen door €2 = 350.000. We moeten dus 350.000 tandenborstels verkopen om een winst van €500.000 te behalen.