Biologie

8. Afweer van planten

Gegeven door:
Lucas Mensink
Beschrijving Begrippen

Welkom bij deze video voor biologie, met uitleg over de afweer van planten. We zullen het eerst hebben over de mechanische afweer, vervolgens over de chemische afweer en tot slot over het begrip 'resistentie'. 

Chemische afweer

Afweer die gebruik maakt van stoffen

Mechanische afweer

Afweer die gebruik maakt van fysieke barrières of bijvoorbeeld stekels of haartjes

Huidmondjes

Opening tussen twee cellen, vaak onder een blad

Overgevoeligheidsreactie

Cellen rondom de plaats van de infectie sterven af

Fytoalexinen

Groep stoffen die ziekteverwekkers doodt

Passieve resistentie

Resistentie die er al is, plant hoeft niets te doen

Actieve resistentie

Resistentie die ontstaat doordat de plant reageert op contact met ziekteverwekker, bijvoorbeeld via chemische afweer

Overgevoeligheids resistentie

Resistentie die ontstaat via de overgevoeligheids reactie

A1: Eiwitsynthese

A2: Stofwisseling van de cel

A3: Stofwisseling van het organisme

A4: Zelfregulatie van het organisme

A5: Afweer van het organisme

A6: Regulatie van ecosystemen

Samenvatting voor biologie - Afweer van planten


Chemische en mechanische afweer

Voor je biologie examen is het belangrijk om te weten dat de afweer van planten bestaat uit de mechanische afweer en de chemische afweer. Ook moet je verschillende vormen mechanische en chemische afweer kunnen herkennen. We bespreken daarom een paar voorbeelden. Eerst dus de mechanische afweer.


Voorbeelden van mechanische afweer

  • Voorbeelden van mechanische afweer zijn de afweer mechanismen op het oppervlakte van een plant, zoals de stekels van een roos en de brandende haartjes van een brandnetel. Hiermee beschermen deze planten zich tegen plantenetende dieren, zoals insecten. 


  • Ook tegen nog kleinere indringers hebben planten mechanische afweer methoden. Sommige planten kunnen hun huidmondjes sluiten. Dat zijn microscopisch kleine openingen tussen twee cellen, vaak aan de onderkant van het blad. Daardoor kunnen kleine binnendringers, zoals bacteriën, niet de plant in komen. Tomatenplanten gebruiken dit mechanisme. En dat is niet zomaar. De tomatenplant kent namelijk meer dan 100 verschillende ziekten! 


  • Als een ziekteverwekker toch door de celwand heen is, kan een plant ook grote suikermoleculen, polysachariden dus, tegen de celwand plaatsen om die weer te verstevigen.


  • Verder kan een plant houtstof afzetten als barrière zodat binnendringers niet verder kunnen komen.


  • Wat verder gezien kan worden als mechanische afweer, is wat we een overgevoeligheidsreactie noemen. Bij een overgevoeligheidsreactie sterven de cellen rondom de plaats waar de ziekteverwekker is binnengedrongen af. Daardoor kan de ziekteverwekker zich niet verder door de plant verspreiden. 


In het kort: voorbeelden van mechanische afweer van planten zijn dus dingen zoals doornen of haartjes, maar ook het sluiten van openingen tussen cellen en het laten afsterven van cellen rondom de plaats waar de ziekteverwekker is binnengedrongen. 


Voorbeelden van chemische afweer

Laten we verder gaan met de chemische afweer: de afweer die gebruik maakt van de werking van bepaalde stoffen. Je hoeft deze voorbeelden niet allemaal uit je hoofd te leren, maar het is goed om ze al eens gezien te hebben zodat je ze op je examen kan herkennen en gelijk weet waar het over gaat.


  • Sommige planten maken stoffen aan waardoor zij onaantrekkelijk of zelfs giftig worden om te eten en beschermen zich daarmee tegen planteneters. Een voorbeeld van een plant die hiervan gebruik maakt is de koffieplant. Die maakt namelijk cafeïne aan. Cafeïne is voor de meeste insecten giftig. Wanneer een insect toch besluit een hapje van een koffieplant te nemen, zal hij verlamd raken.


  • Wanneer een plant herkent dat een ziekteverwekker is binnengedrongen, kan het ook stoffen aanmaken die zo’n ziekteverwekker onschadelijk maken. Een belangrijke groep stoffen zijn de fytoalexinen. Fytoalexinen kunnen celmembranen van binnendringers doorboren en hun groei vertragen. De plant kan ook bepaalde eiwitten maken. Die eiwitten werken dan als enzymen die de celwand van ziekteverwekkers kunnen afbreken.


  • Als een virus zich dan toch heeft kunnen binnendringen tot bij de celkern, is een laatste manier van chemische afweer om enzymen te maken die het RNA van virussen tegenhouden. Zo kan het virus zich niet vermeerderen. 


Resistentie

Als een plant resistent is tegen een bijvoorbeeld een ziekte afkomstig van een of andere schimmel, dan betekent het dat die plant in staat is om schade die deze ziekte veroorzaakt te voorkomen of beperken. Door resistent te zijn tegen een ziekte, heeft een plant dus minder of helemaal geen last van die ziekte. Hiervoor maakt een plant gebruik van de chemische en mechanische afweer methoden.


Soorten resistentie

Er wordt nog verschil gemaakt tussen passieve, actieve en overgevoeligheids resistentie.

  • Bij passieve resistentie had de plant sowieso al geen last van een bepaalde ziekte. De plant hoeft dus niets te doen wanneer het in aanraking komt met die ziekteverwekker. 
  • Bij actieve resistentie reageert de plant wanneer het in contact komt met de ziekteverwekker. Bijvoorbeeld door van die giftige fytoalexinen te maken. 
  • Overgevoeligheids resistentie werkt via de overgevoeligheidsreactie. Weet je nog? Bij een overgevoeligheidsreactie sterven de cellen af rondom de plaats van de infectie.

 

Schijn resistentie

Een plant kan ook gebruik maken van schijn resistentie om geen last te hebben van een ziekte. Het wordt schijn resistentie genoemd omdat de plant niet werkelijk resistent is tegen de ziekte, maar er toch geen last van heeft. Klinkt misschien wat vaag, maar met deze drie voorbeelden wordt het vast duidelijk. 

  • Een plant kan bijvoorbeeld resistent zijn tegen bladluizen en daarmee niet ziek worden van de virussen die bladluizen met zich mee dragen. 
  • Een ander voorbeeld is dat de levenscyclus van de plant en de ziekteverwekker niet gelijk lopen. Dan heeft de ziekteverwekker ook geen kans om de plant ziek te maken. 
  • Verder groeien sommige planten gewoon heel snel. Daardoor hebben ze er niet zo’n last van wanneer ze beschadigd zijn geraakt. 


Doordat planten al die verschillende manieren hebben om resistent te zijn, zijn planten eigenlijk tegen bijna alle ziekten resistent. Planten zijn dus vaak alleen vatbaar voor maar een paar ziekten. Tot nu toe hebben we het steeds gehad over resistentie tegen een bepaalde ziekte. Maar dat is niet het enige waar planten resistent tegen kunnen zijn. Een plant kan geen of weinig last hebben van bepaalde omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld: droogte of juist heel veel water, heel lage of juist hoge temperaturen, of een een hoge zuurgraad van de grond.