Maatschappijwetenschappen

15. Identiteit en identificatie in de Nederlandse multi-culti-samenleving

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen

Met behulp van deze uitleg voor maatschappijwetenschappen leer je alles over identiteit en identificatie in de Nederlandse multi-culti-samenleving. Hierbij zullen onderwerpen voorbij komen als: de toename van migranten, de drie dimensies in identificatieprocessen, de toename van vluchtelingen en nog veel meer. Bekijk dus snel de video om je goed voor te bereiden op toetsen, SE's en het MAW examen!

Cultuur

Het geheel aan gewoonten en regels die bij een volk horen

Culturele identiteit

Een culturele identiteit ontstaat als een samenleving kiest voor een groepsverbondenheid die deze zelf definieert op grond van gemeenschappelijke waarden en normen en op grond van een gemeenschappelijk verleden

Cultuurrelativisme

Het besef dat de eigen normen en waarden betrekking hebben op de eigen cultuur en dat deze niet gebruikt kunnen worden om andere culturen te beoordelen

Cultuuruniversalisme

Een visie die ervan uitgaat dat de normen en waarden die voor de eigen cultuur gelden, voor iedereen gelden

Dubbele culturele identiteit

Een identiteit hebben die ontleend wordt aan een oude en nieuwe culturele omgeving

Nationale identiteit

Een collectieve identificatie met het land waarin je geboren bent. Er is vaak sprake van een binding tussen mensen met dezelfde nationale identiteit

Normen en waarden

Formele en informele regels over hoe je met elkaar omgaat en dient om te gaan. Deze regels worden doorgegeven aan de eigen groep

Pluralisme

Het bestaan van verschillende sociale en culturele subsystemen in een samenleving, zoals de overheid, de rechtspraak, het bedrijfsleven, de vakbeweging, de pers en de kerk met elk eigen belangen waarbij er sprake is van een zeker machtsevenwicht

Radicalisering

Het steeds extremer worden van bepaalde opvattingen

Sociale bindingen

Relaties of bindingen die mensen of groepen met elkaar hebben op sociaal gebied

D.1 Sociale cohesie, politieke instituties en representatie

D.2 Invloeden op politieke en gevoelsmatige bindingen

Bindingen in de multiculturele samenleving

Door de toename van migranten en vluchtelingen in Nederland, werd en wordt het land steeds multicultureler en veelzijdiger. Ook in een multiculturele samenleving blijft de behoefte aan bindingen natuurlijk bestaan: je wilt je thuis voelen in je leefwereld. Mensen hebben nu eenmaal affectieve, persoonlijke gevoelsmatige, bindingen nodig: met andere mensen, met symbolen, met de gebouwde omgeving, met de alledaagse dingen, met je achtergrond en opvattingen van de groep, waartoe je je voelt behoren. Dat geldt uiteraard zowel voor migranten als niet-migranten.


De negatieve spiraal

Migranten zullen op den duur een dubbele culturele identiteit hebben. Dit is een identiteit die ontleend wordt aan hun oude én nieuwe omgeving. Hieruit kan echter ook een negatieve spiraal ontstaan. Dat gaat als volgt:

 

A. Ze identificeren zich, net als iedereen, in de eerste plaats met de eigen groep en/of met hun land van herkomst. 

B. Sterke bindingen met deze eigen etnische groep maken het dan moeizamer en minder noodzakelijk om bindingen buiten de groep aan te gaan.

C. En als ze dan ook nog negatieve boodschappen krijgen in het gastland, zoals discriminatie en vooroordelen, kan dat leiden tot het zich afkeren van en afzetten tegen de nieuwe samenleving. 

 

Daarnaast zullen: 

D. Gebrekkige kennis van de taal;

E. De sociaaleconomische ongelijkheid en;

F. Etnische concentratie 

Verdere identificatie met de gastnatie bemoeilijken.

 

Cultuuruniversalisme en cultuurrelativisme

Met de komst van nieuwe groepen met een eigen cultuur in onze samenleving, is ook de visie op het begrip cultuur weer actueler geworden, en dus ook op culturele identificatie. Als je cultuur het geheel van normen en waarden en opvattingen van een samenleving noemt, dan is culturele identificatie de mate waarin de leden van de samenleving vinden dat ze zich met die waarden identificeren.

 

In de maatschappijwetenschappen treffen we twee nieuwe visies op culturen aan: cultuuruniversalisme en cultuurrelativisme. Cultuuruniversalisme zegt dat er bepaalde algemene waarden bestaan die voor iedereen gelden, onafhankelijk van tot welke cultuur men behoort. Die waarden zijn dus universeel. Denk bijvoorbeeld aan de ideeën over vrijheid van gedachten of gelijke rechten. Dat zijn in wezen algemene waarden.

 

Cultuurrelativisme zegt echter dat normen en waarden juist niet universeel zijn. Je moet ze steeds bekijken vanuit de cultuur waarin je ze aantreft. Daarom kun je culturen niet gelijk stellen. De gelijke rechten tussen man en vrouw bijvoorbeeld, is een waarde die in de ene cultuur een geheel andere betekenis, achtergrond en functie heeft dan in de andere. 

 

Cultuurrelativisten zeggen dan ook dat je je eigen normen niet kan opdringen aan andere culturen, dus bijvoorbeeld aan migranten, wanneer zij hun eigen cultuur willen blijven volgen. Cultuuruniversalisten zeggen het omgekeerde: migranten moeten zich aanpassen aan de immers algemene waarden van de cultuur waartoe ze willen behoren.

 

Migratie en nationale identiteit 

Ook voor het begrip nationale identiteit is er in Nederland de laatste jaren meer aandacht gekomen, vooral in de politiek. Nationale identiteit is dan de mate waarin de leden van een samenleving zich met de politieke status van hun staat of natie identificeren.

 

Verschijnselen als globalisering, europeanisering en immigratie doen bij sommigen de vraag rijzen: Wat is Nederland, waar hoor ik bij, wie zijn wij in mondiaal verband? Hier een voorbeeld. De Europese Unie is een middel om o.a. lidstaat Nederland economisch, sociaal en cultureel verder te helpen in zijn internationale contacten, maar tegelijk zijn sommigen Europa ook gaan zien als een bedreiging van de Nederlandse identiteit en cultuur, omdat de Europese Unie invloed op ons bestaan kan hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om afspraken tussen de lidstaten over het aantal op te nemen migranten. Ze vinden dan dat immigranten alleen toelaatbaar zijn als die hun eigen identiteit volledig opgeven en afstand doen van de loyaliteit met het land van herkomst. 

 

Anderen hebben weer andere bezwaren. Ze zijn bang dat een grotere pluriformiteit, verscheidenheid van leefstijlen en culturen, culturele diversiteit dus, hoe mooi op zich ook, tot gevolg heeft dat de leden van onze samenleving zich minder verbonden voelen met elkaar. Dit zou tot wantrouwen leiden en ervoor zorgen dat die samenleving uiteen gaat vallen, zeggen zij. Een nationale identiteit zou dan hét vehikel zijn, dé oplossing voor nationale samenhang, en zou een voorbeeld moeten zijn voor migranten die zich in Nederland hebben gevestigd.

 

Zo is het integratievraagstuk meer een identiteitsvraagstuk geworden. Zowel migranten en hun kinderen als ook sommige autochtonen voelen zich daarom steeds minder thuis in Nederland. Er is soms sprake van terugtrekgedrag en radicalisering – zowel bij islamieten als extreemrechts. 

 

Identificatie in plaats van identiteit

Door de toenemende instroom van migranten deed de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR, al in 2007 op verzoek van de toenmalige regering-Balkenende voorstellen om de begrippen nationale en culturele identiteit van een nieuwe betekenis te voorzien. De WRR kwam met het advies om niet een nieuwe identiteit van de migranten te eisen of verwachten, maar om de identificatie van migranten met Nederland te bevorderen. Dat zou ervoor zorgen dat mensen met andere achtergronden zich hier beter thuis zouden gaan voelen.

 

Identificatie wordt dan beschouwd als het leggen, onderhouden en verbreken van verbindingen. Een dynamisch medicijn tegen uitsluiting, terugtrekking en wederzijds wantrouwen, in plaats van het statische concept van de ‘nationale identiteit’ waaraan iedereen zou moeten voldoen.

 De WWR zag drie dimensies in deze identificatieprocessen

 

Functionele identificatie

Mensen worden niet in de eerste plaats als lid van een etnische groep gezien, maar als individu met diverse functionele verbindingen. Functionele identificatie betekent dat mensen allereerst worden gezien als lid van een bestaande groep in de samenleving, zoals een sportvereniging, of als student of werknemer, in plaats van gezien worden als allochtoon of autochtoon. Je hebt dan, als groepslid, gedeelde belangen met anderen en je wordt geïdentificeerd op een manier die etniciteit overstijgt. 

 

Normatieve identificatie

Normatieve identificatie gaat over de mogelijkheden om de eigen normen en opvattingen te blijven volgen en in te brengen in de publieke en politieke instellingen. Niet iedereen heeft natuurlijk evenveel inbreng in dit proces, maar goed. Als er geen open debat mogelijk is, zullen mensen zich in hun eigen wereld terugtrekken, bijvoorbeeld door niet te stemmen of op een onwenselijke, misschien zelfs gewelddadige, manier in opstand te komen. ‘De’ Nederlandse normen zijn in dit proces dan minder vanzelfsprekend en worden ook bediscussieerd. Er worden nieuwe opvattingen en normen ingebracht die om voorrang strijden. Het stimuleert het debat.

 

Emotionele identificatie

Dit gaat over gevoelens van verbondenheid met Nederland en met de mensen die er wonen. Volgens de WRR kunnen burgers in een veranderende samenleving, zoals de Nederlandse, meerdere loyaliteiten met verschillende groepen hebben, zonder dat dit een probleem hoeft te zijn voor hun verbondenheid met Nederland. Zo dwing je niemand om maar één keuze te maken, die men emotioneel misschien niet kan maken. 

 

De raad stelde dat door te investeren in deze drie processen er aanmerkelijk minder uitsluiting, terugtrekking en wederzijds wantrouwen zal zijn. 

 

Politieke partijen

Het WRR-rapport uit 2007 werd door sommige politieke partijen met instemming ontvangen en door andere politieke partijen bekritiseerd. Het is de bedoeling dat je de standpunten van politieke partijen hierover kent. In elk geval steunden de confessionele CDA en Christen Unie en de socialistische PvdA, die samen in het Kabinet Balkenende zaten, de conclusies van dit WWR-advies aan de regering. Het was de tijd dat de PVV, die niets moet hebben van dubbele nationaliteiten, in opkomst was. De VVD lag toen in zware concurrentie met de PVV.