Natuurkunde

5. Ioniserende straling 5

Gegeven door:
Robbie Skoravic
Beschrijving Begrippen

In deze uitlegvideo voor natuurkunde vwo leer je meer over hoe ioniserende straling gebruikt wordt om afbeeldingen te maken van de binnenkant van een menselijk lichaam. Wat is bijvoorbeeld een röntgenfoto, en hoe werkt een CT-scan? Dat en meer kom je te weten door de video te bekijken.

Anode

De pool of elektrode in en elektrisch of elektronisch apparaat, waar vanuit de elktrische stroom een apparaat binnenstroomt. Het tegenovergestelde van een anode is een kathode

CT-scan

Bij een CT-scan worden meerdere röntgenfoto's vanuit verschillende hoeken gecombineerd tot één 3D-beeld

Foton

Een stralingsdeeltje dat energie bevat. Deze energie wordt vaak uitgedrukt in eV (1 = 1,602 ∙ 10−19 , zie BINAS tabel 5)

Gammastraling

Bestaat uit fotonen. Heeft een zeer klein ioniserend vermogen, zeer groot doordringend vermogen en een grote dracht

Halveringsdikte

De maat om aan te geven wat het doordringend vermogen van gamma- en röntgenstraling is. De halveringsdikte is de dikte van het materiaal waarbij de helft van de straling wordt tegengehouden. Dat hangt af van de dikte van het materiaal en de halverings­dikte (d½). Hierbij geldt: I = I0·½d/d1/2, waarbij I = intensiteit (W), I0 = opvallende intensiteit (W), d = diepte (cm), d1/2= halveringsdikte (cm)

Ion

Een geladen atoom, positief (te weinig elektronen) of negatief (te veel elektronen)

Ionisatie

Wanneer een atoom zo energierijk wordt dat het elektronen weg kan schieten. De minimale energie voor een ionisatie ligt tussen de 2 en 4 eV (binas Tb 24). De formule voor het berekenen van de energie is: E=h*f=h·c/λ

Kathode

Het tegenovergestelde van een anode. Het is de pool of elektrode waar de elektrische stroom een apparaat verlaat

MRI

en beeldvormende techniek waarbij de patiënt in een sterk magneetveld ligt en met radiostraling de waterstofkernen zichtbaar gemaakt worden

Radioactiviteit

Het verval van onstabiele isotopen waarbij ioniserende straling vrijkomt

Röntgenfoto

Bij het maken van een röntgenfoto wordt er gebruik gemaakt van het verschil in halverings­dikte tussen bot en zacht weefsel in het menselijk lichaam, om zo een beeld te kunnen vormen

A1: Informatieoverdracht

A2: Medische beeldvorming