Nederlands

10. Functiewoorden - toepassen

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen

In deze video gaan we het hebben over functiewoordenn. Dit zijn belangrijke woorden die je moet kunnen herkennen en begrijpen om het examen goed te maken. We herhalen de theorie en passen het toe op een examenvraag.

Aanleiding

Een reden of oorzaak om iets te doen

Anekdote

Een kort verhaal over een opmerkelijk voorval dat vaak een fenomeen of karaktereigenschap moet verklaren

Argument

Een aangevoerd feit dat wordt gebruikt om een stelling te bewijzen of te ontkrachten

Conclusie

De schrijver komt op grond van de voorgaande argumenten of gegevens tot een gevolgtrekking (conclusie)

Constatering

De schrijver stelt iets vast

Nuanceren

Ergens meer details in aanbrengen / iets verfijnen

Opsomming

Een verzameling samenhangende gegevens, bedoeld om een beknopt overzicht te geven van belangrijke onderdelen van een bepaald onderwerp

Weerlegging

Met een weerlegging probeert de schrijver aan te tonen dat de mening of argumentatie, of constatering, conclusie of zelfs nuancering van een ander niet juist is. De schrijver gebruikt hiervoor tegenbewijs, zoals feiten

A1. Tekstverklaren