Geschiedenis

2. De bronstijd (Kenmerk 3)

Gegeven door:
Rick Ouwehand
Beschrijving Begrippen Examenvragen

Op deze pagina met uitleg voor geschiedenis leer je over alles wat te maken heeft met kenmerk 3: de bronstijd. Hoe ontwikkelde de mensheid zich na de prehistorie en wat zorgde ervoor dat er handel en specialisatie ontstond? Dat en meer leer je met behulp van deze samenvatting.

Landbouwrevolutie

De overgang van jagers/verzamelaars naar boeren. Wordt ook wel neolithische revolutie genoemd

Prehistorie

Een periode in de menselijke geschiedenis die dateert uit de tijd vóór het schrift werd uitgevonden

Sedentaire revolutie

De overgang van een nomadisch bestaan naar een vaste, permanente woonplaats

Nomaden

Een groep mensen die geen vaste woonplaats heeft, maar zich regelmatig met alle bezittingen verplaatst naar andere streken

Bronstijd

Een periode in de prehistorie waarin werktuigen en wapens voornamelijk van brons werden gemaakt

Elite

Een kleine groep mensen die zich op de hoogste positie binnen de maatschappij bevindt, wegens bepaalde kwalificaties of privileges. Deze groep is meestal rijk en machtig.

Archaïsche periode

In deze periode (±800 tot 480 v. Chr.) vonden veel ontwikkelingen plaats in de kunst, politiek en de bevolkingsgroei

Staat

Een gebied met grenzen en een eigen bestuur

Neolithicum

Wordt ook nieuwe steentijd genoemd. Het is een periode in de prehistorie waarin er nieuwe gereedschappen gemaakt worden van gepolijste stenen

ln 2014 werd in Utrecht bij werkzaamheden op het Domplein een schat gevonden. Er werden 52 gouden en 12 zilveren munten opgegraven die afkomstig waren uit de periode 560-700. De gouden munten waren voornamelijk in Utrecht zelf geslagen. De zilveren munten waren sceatta's, een betaalmiddel dat in meer Noord-Europese steden werd gebruikt. De vondst van deze schat nuanceert het gangbare beeld van de vroege middeleeuwen.

Noem dit gangbare beeld van de vroege middeleeuwen en toon aan dat de vondst dit beeld nuanceert.

A.1 Jagers en Verzamelaars

A.10 Tijd van televisie en computers

A.2 Grieken en Romeinen

A.3 Christendom en Islam

A.4 Steden en Staten

A.5 Ontdekkers en Hervormers

A.6 Regenten en Vorsten

A.7 Pruiken en Revoluties

A.8 Burgers en Stoommachines

A.9 Tijd van wereldoorlogen

De bronstijd

Rond 3000 v.C. gaat het neolithicum over in de bronstijd. Net zoals als de vorige benamingen heeft dit alles te maken met het materiaal dat vanaf toen gebruikt werd voor het maken van wapens en gereedschappen. In plaats van vuursteen begon de mens namelijk het veel sterkere brons te gebruiken.   


Net zoals de sedentaire revolutie begon in de vruchtbare halvemaan, ontstonden hier tussen 3500 en 3000 v.C. ook de eerste steden. De sedentaire revolutie houdt in dat de mens zich op één plek ging vestigen. In het gebied Mesopotamië liepen twee grote rivieren - de Tigris en de Eufraat -, die ervoor zorgden dat dit gebied beschikte over een zeer vruchtbare grond. 


Handel en specialisatie

De mens begon het gebied naar zijn eigen hand te zetten, door bijvoorbeeld dijken en irrigatiesystemen aan te leggen. Hierdoor kon steeds verder van de rivier graan verbouwd worden. Er werd steeds meer graan verbouwd, waardoor er meer voedsel kwam en er bevolkingsgroei ontstond. De dorpjes van weleer veranderden in steden. Er werden steeds grotere oogsten binnen gehaald en mensen begonnen meer te produceren dan ze zelf konden consumeren. Hierdoor ontstond er handel en specialisatie. Boeren specialiseerden zich in een product dat dan weer verhandeld kon worden tegen andere producten. Mensen gingen kleren maken, of gereedschappen. Zo kwam er een nieuw beroep tot stand: de koopman, ook wel handelaar. 


Hiërarchie

Door de opkomst van handel en specialisatie konden steeds grotere groepen samen gaan wonen en ontstond er ook een arbeidsverdeling. Er waren boeren, vaklieden en handelaren en iedereen droeg op zijn manier bij aan het voortbestaan van de stad. Sommige boeren waren succesvoller dan anderen. Zij hadden meer rijkdom en macht dan de rest, wat uiteindelijk resulteerde in een hiërarchie binnen de stad. Ook de koopmannen vormden een groep met veel aanzien.


Er ontstonden nieuwe groepen, zoals stadsbestuurders en priesters, die een grote invloed hadden op de vormgeving van de stad. Dit is het begin van de sociale verschillen in de agrarische samenleving. Het leven in de steden werd steeds complexer. Het doel van het stadsbestuur was om de orde in de stad te handhaven. Er kwamen muren en er werden mensen aangesteld om de stad te beschermen. Langzaam werden mensen gekroond tot koning en kwamen er ambtenaren, die de koning hielpen de stad te besturen.


Het spijkerschrift

Omdat het noodzakelijk werd om de voedselvoorraden bij te houden, werd 3300 v.C. het eerste schift uitgevonden: het spijkerschrift. Er werden tekens met riet in nat klei gedrukt. Dit was van groot belang om de stad goed te besturen. Ook ontstond de eerste literatuur. Hier werd veelal geschreven over koningen en goden. Alleen de elite beschikte over de kennis om deze te lezen. Later, rond 3100 v.C. werden de hiëroglyfen bedacht door de Egyptenaren.


Het Egyptische rijk

De eerste staat ter wereld ontstond 3100 v.C.: dit was het Egyptische rijk. Een staat is een afgebakend gebied een centraal bestuur en een rechtssysteem. Het ontstaan van het Egyptische rijk was heel vroeg, zeker als je bedenkt dat de tweede staat – het Babylonische rijk - pas 1100 jaar later ontstond.


De hoogste rechterlijke macht in Egypte was de farao. Zelf beslissingen nemen was in Egypte uitgesloten voor dorpen en steden. Alle verantwoordelijkheid voor de staat lag bij de farao. De boeren stonden een deel van hun oogst af aan de farao in ruil voor het mogen bewerken van het land en bescherming. In Egypte ontstond nooit echt een beroepsgroep van handelaren of echte handelssteden. De farao liet geen ruimte voor eigen initiatief. Dit was anders dan in Mesopotamië en in het Babylonische rijk.