Nederlands

4. Schrijfdoel en tekstsoort - toepassing

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen

In deze video voor het vak Nederlands gaan we verder met tekstsoorten en tekstdoelen. We zullen deze kennis toepassen op een examenvraag om te zien hoe het in de praktijk werkt.

Objectief

Gebaseerd op waarneembare feiten

Subjectief

Gebaseerd op meningen en opinies

Tekstdoel

Tekstdoelen geven aan wat de schrijver wil bereiken met zijn tekst

Tekstsoort

Typen teksten die gemeenschappelijke kenmerken vertonen wat vorm, inhoud en bedoeling betreft. Voorbeelden zijn beschouwingen, betogen, informatieve teksten en uiteenzettingen

A1. Tekstverklaren

Samenvatting voor Nederlands - Schrijfdoel en tekstsoort: toepassing


Wat zijn tekstsoorten en tekstdoelen?

Als een schrijver een tekst schrijft, dan heeft hij hierbij een bepaald doel. Hij of zij wil dat de lezers er iets aan hebben en er iets van opsteken. Ze leren er iets van, ze komen iets te weten dat ze nog niet wisten, of het zet hen aan het denken, en zo voort. De schrijver kiest de tekstsoort die het beste past bij zijn tekstdoel, om het deftig te zeggen. 


Voorbeelden tekstdoelen- en soorten

In het schema hier zie je de tekstdoelen en -soorten op een rij. De bedoeling is dat je die uit je hoofd gaat leren, want dat heb je vast nodig op je examen. Weet jij nog een tekstsoort met een bijbehorend tekstdoel? 



Zoals je ziet is er aan het schema toegevoegd dat de tekst objectief of subjectief van aard is. 

Objectief wil zeggen: gebaseerd op waarneembare feiten (denk aan object = ding, visueel waarneembaar). Subjectief wil zeggen: gebaseerd op meningen, opinies, oordelen (denk aan subject = onderwerp, ongrijpbaar).


Betrouwbaarheid van teksten

Het is belangrijk om dat onderscheid tussen objectieve en subjectieve teksten te kunnen maken. Steeds vaker wordt namelijk op het examen gevraagd naar de betrouwbaarheid van teksten: waar, misschien waar, of niet waar? Dit ook in verband met veel fake-berichten op het internet. 


Doelen van soorten teksten

Bij een nieuwsbericht of een verslag is informeren het doel. En de tekstsoort is dus een informatieve tekst. Bedoeling: objectief; de lezer wil feitelijk worden geïnformeerd. Wat is er nou precies gebeurd, wil je weten. Van nieuws, maar ook van het verslag van een vergadering.


Bij een tekst uit bijvoorbeeld een schoolboek is uiteenzetten of verklaren het doel. De schrijver legt in deze tekstsoort uit hoe iets in elkaar zit of hoe iets werkt, of het nu mechanica is, of een taal, of geschiedenis. Dat hoort natuurlijk objectief te zijn. Je ziet de uiteenzetting ook in de handleiding bij een apparaat dat je koopt. Of in een video over het vak Nederlands.


Bij een beschouwing laat de schrijver je ergens over nadenken door het onderwerp van meerdere kanten te belichten. Hij geeft feiten, maar die zijn zo geselecteerd dat ze objectief lijken, maar subjectief bijeengezocht, om jou ergens van te overtuigen. In een recensie van een film of serie bijvoorbeeld, wat er wel of niet goed aan was.


Een betoog heeft als doel de lezer te overtuigen. Zodat de lezer het standpunt van de schrijver overneemt. Dat is duidelijk subjectief, dat standpunt, - al zal de schrijver doen alsof het niet zo is. Denk ook aan ingezonden brieven in de krant, politieke pamfletten, opinieartikelen etc.

 

Bij een activerende tekst, zoals een advertentie, wil de schrijver dat de lezer in actie komt. Dat hij wat gaat doen: iets kopen bijvoorbeeld. Deze tekst heeft de schijn van objectiviteit, maar is natuurlijk duidelijk subjectief van aard. 


En als laatste hebben we nog een amuserende tekst. Amuseren is een ander woord voor vermaken. De schrijver wil de lezer dan ook vermaken. Ook dat kan in een column, een strip, een verhalenbundel of roman. Al is het niet altijd een duidelijke mening, het is toch een subjectieve tekst, want het is geheel vanuit de persoon van de schrijver geschreven, in een bepaalde stijl en (grappige) visie. 


Waarom moet je dit weten voor het examen?

Je denkt misschien: wat heb ik hieraan? Waarom moet ik de tekstdoelen en -soorten (her)kennen? Hoe gaat mij dat helpen bij het examen? 


Tekst sneller begrijpen

Allereerst is het belangrijk om een tekstsoort en dus tekstdoel te herkennen, zodat jij weet wat de schrijver van jou verwacht. Wat wil hij/zij met de tekst? Als je van tevoren weet wat voor tekstsoort het is, weet jij als vanzelf ook wat het doel is. Het voordeel hiervan is dat je de tekst sneller zal begrijpen. Dit scheelt tijd bij het examen, en als je de tekst begrijpt is het makkelijker om de juiste antwoorden op de examenvragen te geven. 


Betrouwbaarheid vaststellen

Een bijkomend voordeel van het (her)kennen van de tekstdoelen en tekstsoorten is dat jij bekwaam de betrouwbaarheid van een tekst kunt beoordelen. En dit is een van de vaardigheden die de komende jaren steeds meer op het examen terug gaat komen. Een voorbeeld examenvraag waarbij jij direct kunt zien dat jij de betrouwbaarheid van een tekst moet kunnen beoordelen zie je in de video hierboven. Er wordt namelijk concreet gevraagd of een tekst wel of niet betrouwbaar is. 


Jij weet door de kennis die je hebt, over de tekstdoelen en tekstsoorten, dat een informatieve tekst zoals een krantenbericht of een uiteenzetting, zoals een leerboek, in principe objectief (op feiten gebaseerd) en dus betrouwbaar is.  


Betrouwbaar voor onderzoek

Tekstdoelen herkennen en de betrouwbaarheid beoordelen is niet alleen een belangrijke vaardigheid voor het examen. Je moet ook kunnen beoordelen of teksten bruikbaar zijn voor een onderzoek dat je bijvoorbeeld op school moet doen, zoals je profielwerkstuk


Oude examenvraag

Let op: in de video hierboven gaan we nu een vraag uit een eerder gegeven examen behandelen, waarbij je jouw kennis over tekstdoelen en tekstsoorten moet toepassen. Dit is een goede examentraining, en jij ziet zo direct waarom je nieuwe kennis belangrijk is. 


We kijken naar vraag 33 uit een examen Nederlands van het eerste tijdvak in 2022. In deze vraag moest de examenkandidaat aangeven welke van de 4 antwoorden het best de functie omschrijft van de inleiding. Als jij weet wat voor tekstsoort dit is en wat voor tekstdoel daarbij hoort, dan is deze vraag een stuk makkelijker te beantwoorden.