Nederlands

7. Verbanden en signaalwoorden

Gegeven door:
Laura den Boer
Beschrijving Begrippen

Verbanden en signaalwoorden spelen een grote rol bij het tekstverklaren op jouw Nederlands examen. Leer er daarom meer over in dit filmpje.

A1. Tekstverklaren

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay

Nederlands Havo

Tekstverklaren verbanden en signaalwoorden 


De 9 verbanden 

-        Oorzaak (reden

-        Gevolg 

-        Opsomming

-        Doel 

-        Middel

-        Tegenstelling

-        Tijdsaanduiding 

-        Voorbeeld 

-        Voorwaarde

Ezelsbruggetje > Onze (Redelijk) Grijze Opa Drinkt Mijn Thaise Thee Vaak & Veel 


·       Verband 1: Oorzaak (reden) 

Signaalwoorden: 

-        Door(dat)

-        Vanwege 

-        Omdat 

-        Want

-        Immers

-        Wegens

-        Namelijk


Waarom gaan Nederlanders vaak op de fiets? 

-        Omdat Nederlanders vlak bij hun werk wonen

-        Wegens het milieu

-        Immer, Nederland kent veel veilige fietsroutes

-        Want in Nederland is het meestal plat


·       Verband 2: Gevolg 

Signaalwoorden: 

-        Waardoor

-        Zodat

-        Daardoor

-        Daarom

-        Dus

-        Dit leidt tot


Nederlanders wonen vaak vlak bij hun werk...

-        Waardoor ze vaak op de fiets gaan

-        Zodat ze vaak op de fiets gaan

-        Daardoor gaan ze vaak op de fiets

-        Dit leidt er toe dat ze vaak op de fiets gaan


·       Verband 3: Opsomming 

Signaalwoorden: 

-        Ook 

-        En 

-        Verder 

-        Bovendien

-        Daarnaast

-        Tevens

-        Voorts

-        Niet alleen… Maar ook…

-        Zowel…Als… 

-        Enzovoort 

 

·       Verband 4: Doel

Signaalwoorden: 

-        Om…te 

-        Opdat 

-        Daartoe 

-        Voor 

-        Met de bedoeling te


Wat wil je bereiken met het insmeren? 

-        Om me niet te verbranden

-        Opdat ik niet verbrand

-        Met de bedoeling niet te verbranden


·       Verband 5: Middel

Signaalwoorden; 

-        Door te 

-        Door middel van 

-        Met behulp van 

-        Met 

-        Daarmee

-        Op die/deze manier


-        Door middel van zonnebrandcrème 

-        Met behulp van zonnebrandcrème 

-        Op die manier hoef ik niet te verbranden

-        Daarmee hoop ik niet te verbranden 


·       Verband 6: Tegenstelling

Signaalwoorden: 

-        Maar 

-        Daarentegen 

-        Toch 

-        Hoewel… toch… 

-        Desondanks 

-        Echter 


-        Maar je bent wel een beetje rood 

-        Toch is je huid wel een beetje rood 

-        Hoewel je niet wilt verbranden, ben je toch een beetje rood 


·       Verband 7: Tijdsaanduiding

Signaalwoorden: 

-        Sinds 

-        Na 

-        Ondertussen 

-        Toen 


Sinds wanneer smeer je je in?

-        Sinds de zon op is 

-        Nadat de zon op kwam

-        Toen de zon op kwam 

-        Ondertussen is de zon opgekomen, sindsdien smeer ik me in


·       Verband 8: Voorbeeld 

Signaalwoorden: 

-        Zoals…

-        Wat blijkt uit…

-        Bijvoorbeeld 

-        Onder wie 

-        Onder meer


Mijn vrienden zijn wel eens verbrand…:

-        Bijvoorbeeld: Merel

-        Zoals: Karen

-        Onder wie: Bart


·       Verband 9: Voorwaarde 

Signaalwoorden: 

-        Als …dan

-        Tenzij 

-        Mits 


-        Als jij je kamer niet opruimt, dan krijg je huisarrest

-        Tenzij jij je kamer opruimt, krijg je huisarrest 

-        Je krijgt geen huisarrest, mits je je kamer opruimt 


Bekijk ook de andere video’s van Digistudies!