Maatschappijwetenschappen

8. Internationale en nationale conflicten en samenwerking en politieke besluitvorming

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen

In deze samenvatting voor maatschappijwetenschappen hebben we het over conflicten. Binnen de sociale wetenschappen wordt er verschillend gedacht over de betekenis van conflicten. Deze bespreken we aan de hand van vier paradigma's: het functionalisme paradigma, het conflict paradigma, het sociaal-constructivisme paradigma en het rationele actor paradigma.

Paradigma

Een paradigma is een 'wetenschappelijke bril' waarmee een wetenschappers maatschappelijke verschijnselen op een bepaalde manier kunnen verklaren zoals criminaliteit of verschillen tussen arm en rijk

Functionalisme paradigma

Het functionalisme wil vooral het functioneren van een samenleving als systeem verklaren en benadrukken de functies die een samenleving ontwikkelt om te blijven bestaan. Ze zien de samenleving als een op een consensus georiënteerd systeem

Conflict paradigma

De conflicten gaan over dat de ene groep meer macht heeft dan de andere en dat wordt gezien als ongelijk. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld criminaliteit: een conflict waarbij een arme groep op illegale wijze probeert te verkrijgen wat een rijke machtige groep voor zichzelf heeft geclaimd

Cultuurconflict-benadering

Bij de culturele benadering staat het cultuurconflict centraal. Dit is de tweespalt tussen de westerse maatschappij en diens normen en waarden en anderzijds tegenover traditionele en religieuze normen en waarden uit het land van herkomst, waar vooral de ouders nog sterk op zijn gericht

Economische conflictbenadering

Meestal ligt een economisch conflict ten grondslag aan een handelsoorlog

Sociaal-constructivisme

Het Sociaal-constructivistische paradigma besteedt aandacht aan het persoonlijke ontwikkelingsproces waarbij individuen onder invloed van hun omgeving hun eigen sociale realiteit construeren en dus maatschappelijk en cultureel gesocialiseerd worden

Rationele actor paradigma

Rationele actor paradigma verklaart gedrag van individuele actoren. Ze denken rationeel en worden ook wel homo economicus genoemd. Gedrag van mensen wordt bepaald door hoe zij (gezamenlijk) de werkelijkheid zien, wat ze denken dat waar is

Sociale cohesie

Sociale cohesie duidt op de samenhang in een maatschappij. Naast onderzoek naar sociale ongelijkheid en identiteit is de vraag hoe samenlevingen bij elkaar blijven een van de kernvragen in de sociologie

Conflictmodel

Bij dit model gebruiken partijen enige machtsvertoon om hun gelijk te krijgen, zo niet chantage. Stakingen zijn daarvoor een middel, maar ook bijvoorbeeld verspreiding van vals nieuws en leugens via de media

Harmoniemodel

Hierbij proberen de strijdende partijen gezamenlijke besluiten te nemen door consensus, overeenstemming, na overleg

Poldermodel

Het poldermodel is de naam die gegeven wordt aan het Nederlandse consensusmodel waarin werkgevers, vakbonden en overheid met elkaar aan tafel gaan zitten om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en lonen. Dat overleg vindt vaak plaats in de vakraad van de betreffende sector

Systeemmodel

Een schematisch beeld van hoe politieke besluiten tot stand komen en welke politieke actoren daarin een rol spelen

C.1 Nationale en internationale verhoudingen

C.2. Macht en gezag; interne conflicten en samenwerken; en politieke besluitvorming

C.3 Overheidsbeleid in het buitenland

Politieke conflicten

Door machtsverschillen kan er een strijd ontstaan over macht, bijvoorbeeld als partijen of mensen het niets eens zijn met die verschillen. Kortom: het kan leiden tot conflict. Wat er wordt verstaan onder conflicten is erg verschillend. We zien dit in de volgende 4 paradigma’s (bekijk ook deze video met uitleg over paradigma's):


1. Het functionalisme paradigma: ziet conflict als een uitzondering, conflicten ontstaan als de relaties tussen mensen, maatschappijen of instanties niet goed werken. Ze zijn bedreigend voor de maatschappelijke orde en moeten vermeden worden.

2. Het conflictparadigma: ziet de maatschappij mede als een bundeling van groepen en individuen, waar deze strijden om invloed en macht. Voor elk om hun eigenbelang te verdedigen en te vergroten.

3. Het sociaal-constructivisme paradigma: Kijkt naar hoe actoren zich gedragen bij het oplossen van conflicten. Hierbij wordt vooral gekeken naar de betekenis die zij hechten aan bepaalde gedragingen van die actoren.

4. Het rationele actor paradigma: hier kijkt men hoe groepen met tegengestelde belangen met elkaar omgaan en hoe ze bij een conflict daarover dan samen een oplossing proberen te vinden. Zo kunnen conflicten toch vernieuwend werken in deze opvatting.


Gevolgen en oplossingen van politieke conflicten

Natuurlijk zijn er in de politiek en in het politieke debat voortdurend meningsverschillen. Deze worden meestal aan de onderhandelingstafel of in het parlement opgelost. Het wordt pas lastig wanneer de botsing van ideeën leidt tot politieke conflicten die niet te overbruggen lijken: Conflicten om etnische, religieuze, politieke en/of economische redenen. Als het escaleert, kan het in uiterste gevallen leiden tot:

- een burgeroorlog, en internationaal tot oorlog.

- het ontstaan van oppositie- en rebellenbewegingen, die vaak gesteund worden van buiten de landsgrenzen of daar hun wapens kopen.

- migratiestromen naar buitenlanden die door de oorlogen op gang komen.


Dit heeft allemaal gevolgen voor internationale verhoudingen. Er worden oplossingen gezocht via: diplomatieke druk, onderhandelingen, economische sancties, het bespelen van internationale publieke opinie via de media en het inschakelen van internationale rechtbanken, zoals het Europees van Justitie of het Internationaal Gerechtshof in den Haag.


Samenwerking

Wanneer er tegenstellingen zijn, is het nodig om samen te werken om een gemeenschappelijk doel te bereiken; namelijk de voortgang van de maatschappij. Soms moet je dan compromissen sluiten over hoe dat doel te bereiken. Dat geld bijvoorbeeld voor politieke partijen zonder meerderheid in het parlement die wel willen meeregeren. Ze gaan een soort relatie aan, al is het voor tijdelijk, en zijn voor die tijd van elkaar afhankelijk. Ze maken afspraken over. Dat samen regeren vinden ze belangrijk, omdat ze dan in elk geval iets van hun plannen uitgevoerd kunnen krijgen. Een deel van wat er in hun partijprogramma staat.


Conflicten kunnen op verschillende manieren worden opgelost. De sociale wetenschap onderscheidt twee modellen van oplossingen daarvoor waarvan je moet weten:

1. Het conflictmodel: Partijen vertonen hun macht om hun gelijk te krijgen, zo niet dan chantage.

2. Het harmoniemodel: Hierbij proberen de strijdende partijen samen besluiten te nemen door overeenstemming, na overleg.


Politiek systeem

Samenlevingen hebben verschillende organisaties en instellingen ontwikkeld om hun politieke conflicten zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit noemen we een politiek systeem, en daar vindt het politieke besluitvorming plaats. Die besluiten vormen uiteindelijk de regels en wetten. Het gaat er bij het proces van besluitvorming dan om dat opvattingen en ideeën, van individuen en groepen, van burgers, maar ook van belangengroepen, politieke stromingen en partijen, etc. eerst gehóórd worden, en dan zo veel mogelijk in de besluiten worden verwerkt.


Hoe komen de politieke besluiten tot stand en hoe worden ze uitgevoerd? Voor de ontrafeling van dit politieke proces is door politicologen het systeemmodel geconstateerd. Ze zien de volgende vier fasen: invoer, omzetting, uitvoering en terugkoppeling.


Wil je ook weten wat de fases van het systeemmodel inhouden? Of nog een uitgebreidere uitleg van de stof? Bekijk dan de video die hierbij hoort, waarin ook de begrippen nog wat beter uitgelegd worden. Veel succes met de voorbereidingen op jouw eindexamen maatschappijwetenschappen!