Nederlands

15. Examen doen: time-management

Gegeven door:
Rogier Proper
Beschrijving Begrippen

Ieder jaar krijgt het examen Nederlands veel kritiek, omdat leerlingen te weinig tijd hebben. Time management is dus belangrijk, en weten hoe een examen in elkaar zit. Zodat je op een effectieve manier het examen kunt maken. In deze video bespreken we wat voor vragen je kunt tegenkomen en hoe je je het beste kunt voorbereiden op het examen.

A1. Tekstverklaren

ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay
ThumbnailPlay

Samenvatting voor Nederlands - Hoe maak je een examen? Time management!


Nederlands examen

In 2022 bestond het examen uit 40 vragen waarbij de examenkandidaat 59 punten kon halen. Dat is per vraag bijna 1,5 punt. Bij dit examen Nederlands kunnen er bij formulerings- en spelfouten punten worden afgetrokken. In 2022 waren dit -4 punten. Dus dan had je los daarvan nog 55 punten te behalen.


Er waren 25 open vragen en 15 meerkeuzevragen. Voor meerkeuzevragen konden examenkandidaten 1 punt krijgen. Bij open vragen waren er meer punten te verdienen. Kijk hier:



Dus bij de open vragen kon je iets meer dan 1,5 punt per vraag verdienen.


Wat leer je hier van? Waarom is dit handig om te weten? Leerlingen hebben de neiging om bij lastige meerkeuzevragen veel tijd te verliezen. Dit is zonde. Want, zoals je ziet, kan je die tijd beter besteden aan open vragen. Hier zijn tenslotte meer punten te verdienen. 


Tips voor het Nederlands examen

Tip 1: Blijf niet hangen in een meerkeuzevraag

Dit is dan ook de eerste tip. Snap je een meerkeuzevraag niet? Blijf dan niet te lang hangen. Sla hem even over. Als je aan het einde van het examen nog tijd over hebt, gebruik dan de overgebleven tijd om de lastige vragen alsnog te beantwoorden. En toch:


Tip 2: Niets openlaten!

Het klinkt cliché maar… vul altijd wat in! Dus hou altijd nog wat tijd over om in elk geval nog alle meerkeuzevragen in te vullen. Zelfs al moet je gokken. Meestal bestaan de meerkeuze vragen uit vier mogelijke antwoorden. Er is vast 1 antwoord waarvan je zeker weet dat dit het foute antwoord is. Dan zijn er nog 3 antwoorden over. Een kans van 1 op 3 dat je goed gokt. Ieder jaar, bij het nakijken van examens, zijn er examenkandidaten die meerkeuzevragen hebben overgeslagen. ZONDE! 


Maar dat geldt ook voor de open vragen, al is het in mindere mate.  Moet je een citaat uit een alinea noteren? Maar weet je het echt niet? Gok dan, wellicht citeer je de goede zin! 


Tip 3: Geen vragen vergeten?

En ook hier geldt: Heb je tijd over? Controleer nog even of je echt alles hebt ingevuld. 


Tip 4: Hou in de gaten op welke pagina je bent

De vierde tip sluit aan bij de vorige tip. Want als je deze tip in je achterhoofd houdt is de kans kleiner dat je vragen overslaat. Tip 4 is namelijk: Gebruik de informatie die onderaan iedere pagina staat. Je ziet dan bijvoorbeeld dat je op pagina 2 van de 10 pagina’s bent.


Dit is belangrijke informatie, want je kunt zo een beetje inschatten of je qua tijd op schema loopt. Als je halverwege de tijd bent en je bent op pagina 2 van 10, dan kun je er vanuit gaan dat je iets achter loopt. Deze informatie helpt je ook om er zeker van te zijn dat je alle vragen hebt gehad. Aan het eind van ieder examen zie je namelijk rechtsonder “lees verder”, totdat er “einde” staat. 


Dit is belangrijk, want soms staat er nog 1 laatste vraag apart op een laatste pagina. Dit zijn vaak de vragen die door examenkandidaten over het hoofd worden gezien. Maak het examen dus helemaal af tot je “einde” ziet staan. 


Tip 5: Hoeveel pagina’s beslaat het examen?

Begin het examen met eerst even te kijken hoeveel pagina’s het examen beslaat. Dus op welke pagina er rechtsonder ‘Einde’ staat. Dan weet je tijdens het examen hoeveel pagina's je ‘nog moet’, en of je dus een beetje op schema loopt. 


Tip 6: Veel lezen

Het is belangrijk dat je ter voorbereiding van het Nederlands examen heel veel leest. We hebben het al vaak gezegd. Misschien vind je dit dus de saaiste tip, en het is de tip die het meest tijdrovend is. Maar lezen is nu eenmaal de belangrijkste vaardigheid op het examen Nederlands. Niks aan te doen.


Je kunt oudere examenteksten lezen, of krantenartikelen. In kranten heb je opiniepagina’s. Dit zijn artikelen waar schrijvers een duidelijke mening, beschrijving en standpunten innemen.


Wanneer je jezelf traint om langere teksten zonder afleiding (zoals je telefoon) te lezen, zul je merken dat het je steeds gemakkelijker afgaat. Ook hersenen moet je trainen, zodat ze gewend raken aan langere teksten. Het is net als bij een marathon. Je kunt niet in 1 keer een marathon rennen. Je kunt wel een marathon rennen als je dagelijks aan het trainen bent. 


Ieder jaar zeggen leerlingen dat ze weinig tijd hadden voor het examen Nederlands. Maar als jij veel leest, ga je als vanzelf sneller lezen. Dit scheelt tijd tijdens het examen.  


Tip 7: Lees de vragen van tevoren snel door

Bij langere teksten is het fijn om van tevoren al te weten waar je op moet letten bij het lezen van de tekst. Dus als je de vragen alvast doorleest, kun je gerichter de hele tekst lezen.  Alleen: ga niet al over de vragen nadenken of ervan schrikken! Wel kun je bij het doorlezen even goed naar het begin en einde van tekst kijken. Zoals je weet, zitten daar het onderwerp en conclusies vaak al zo’n beetje in verborgen.


Tip 8: Maak aantekeningen

Maak tijdens het lezen op het examen aantekeningen. Lees met een pen in je hand, en omcirkel de signaalwoorden. Ja, daar zijn ze weer! Die belangrijke signaalwoorden!  Weet je nog? 


Markeer ook de kernwoorden en onderstreep de hoofdgedachte. Op deze manier maak je een soort plattegrond van de tekst. Wanneer je dan op zoek gaat naar bepaalde onderwerpen in een tekst win je tijd, omdat je de hoofdzaken waarschijnlijk al hebt gemarkeerd.  


In de video hierboven laten we je een tekst zien. In deze alinea uit tekst 1 uit een examen uit 2021, wordt een duidelijk standpunt genoemd. Namelijk: ‘diervriendelijk vlees bestaat niet’’. Je komt in deze alinea al snel een signaalwoord tegen: MAAR. Een signaalwoord dat een tegenstelling aangeeft. De kans is groot dat je een vraag krijgt over de inleiding van de tekst. En de kans is nog groter dat dit signaalwoord jou naar het goede antwoord zal leiden.  


Tip 9: Maak oefenexamens

En de laatste tip: maak oefenexamens. Als je oefenexamens maakt leer je omgaan met examenteksten en de vraagstellingen. Tijdens het echte examen ga je hier heel veel profijt van hebben. Je hoeft dan niet meer te wennen aan de soort vragen en examenteksten. Als je kiest voor Digi-oefening, kun je eenvoudig oefenen met echte oude examenopgaven!