Wiskunde

1. Afronden in de praktijk

Gegeven door:
Jilles Douze
Beschrijving Begrippen

In deze video met uitleg voor wiskunde kijken we naar situaties waar we getallen moeten afronden in hedendaagse situaties. We zien dat je in de praktijk getallen niet altijd op decimalen kan afronden, dus je dan een andere oplossing moet vinden.

Er zijn nog geen begrippen voor deze video.
B. Rekenen, meten en schatten

Samenvatting voor wiskunde - Afronden in de praktijk


Afronden: voorbeeld

Stel dat jij en je vrienden koekjes willen halen. Jullie zijn met 7 vrienden en iedereen wil 3 koekjes. In totaal hebben jullie dus 21 koekjes nodig. In de supermarkt liggen pakken met 4 koekjes erin. Hoeveel pakken koekjes moeten er dan gehaald worden?


Om uit te rekenen hoeveel pakken koekjes je nodig hebt, moet je dan 21 delen door 4. Dit vullen we in op onze rekenmachine en we zien dan als antwoord 5.25. Maar, we kunnen natuurlijk niet 0,25 pakken koekjes kopen. In dit geval moeten we dus naar boven afronden. Er moeten dus 6 pakken koekjes gehaald worden, zodat iedereen 3 koekjes kan eten. 


Voorbeeld 2

Een andere situatie die kan voorkomen is wanneer producten alleen in bepaalde eenheden worden verkocht, bijvoorbeeld behang wat je per rol koopt of gordijnen die je per meter koopt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je een muur van 7,2 meter breed wil behangen. In de winkel kan je rollen behang van 2 meter breed per stuk kopen. 


Om uit te rekenen hoeveel behang we nodig hebben, delen we 7,2 door 2. Als we dit invullen op onze rekenmachine, krijgen we 3,6. Maar we kunnen alweer niet maar 0,6 rol behang kopen. In dit geval moeten we dus 4 rollen behang kopen en hou je waarschijnlijk iets over. 


Voorbeeld 3

Een laatste situatie is wanneer je mensen in groepen wil verdelen. Stel, je wil je klas van 16 mensen in groepen van vijf verdelen. Om te kijken hoeveel groepen we dan nodig hebben, delen we 16 door 5. Als we dit invullen op onze rekenmachine, krijgen we 3,2. Het komt opnieuw dus niet precies uit. Oftewel, we kunnen drie groepen van 5 maken, maar dan blijft er één iemand over.  


In dit geval is het nodig om naar de situatie te kijken. We weten dat we 16 wel kunnen delen door 4, want 4 keer 4 is 16. Een mogelijke optie is dus om 4 groepjes van 4 te maken, in plaats van groepen van 5. 


Al met al draait het er dus om dat je altijd moet kijken naar de situatie en daarna bepaalt hoe je gaat afronden, en soms is het dus zelfs het handigste om door een heel ander getal te delen.