Biologie

3. Niet specifieke afweer

Gegeven door:
Richard Mozes
Beschrijving Begrippen

In deze video voor biologie gaan we verder met het onderwerp 'afweer van het organisme', met betrekking tot het lichaam. Hierin wordt de organisatie van de niet specifieke afweer behandeld en herhaald.

Bacterie

Eencellig micro-organisme

Cel

Kleinste bouwsteen waar alle levende organismen uit zijn opgebouwd

Cytoplasma

Het grondplasma in de cel en de bijbehorende structuren

Cytoskelet

Bestaat uit microtubuli (buizen) en microfilamenten (vezels). Het is een netwerk dat allerlei dingen regelt in de cel. Het cytoskelet speelt ook een rol in de stevigheid en het regelen van transport.

Fagocytose

Insluiten en verteren van ziekteverwekkers door fagocyten (macrofagen en granulocyten).

Immunisatie

Het immuun worden voor een bepaalde ziekte, men is gedurende een bepaalde tijd niet meer vatbaar is voor een bepaalde ziekte.

Immuun

Weerstand tegen een bepaalde ziekte. De immuniteit kan actief of passief verworven zijn.

Macrofaag

Grote witte bloedcel, die fagocyteert.

Pathogenen

Ziekteverwekkers.

Specifieke afweer

Afweer gericht tegen 1 type ziekteverwekker.

Talg

Vetachtige stof die wordt afgegeven door de talgkliertjes die het haar en de hoornlaag soepel houden.

O1: Stofwisseling van het organisme

O2: Zelfregulatie van het organisme

O3: Afweer van het organisme