Natuurkunde

3. De wetten van Newton

Gegeven door:
Emiel Woutersen
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze video behandelen we alle wetten van Newton die je voor het natuurkunde examen moet weten. Dit is onderdeel van het het domein kracht en beweging. Begrippen die in deze kennisclip voorbij komen zijn onder andere resulterende kracht en constante snelheid.

Beweging

Een verandering van plaats in de tijd

Constante snelheid

Een voorwerp beweegt zich met een constante snelheid wanner de snelheid (v) groter is dan 0 en de resulterende kracht (F0) = 0

De eerste wet van Newton

Zonder kracht staat een object stil of beweegt het met constante snelheid in een rechte lijn

De tweede wet van Newton

De versnelling is recht evenredig met de kracht, maar omgekeerd evenredig met de massa

De derde wet van Newton

De kracht van voorwerp A op voorwerp B is altijd even groot als de kracht van B op A in tegengestelde richting: 𝐹⃗ 𝐴𝐵 = −𝐹⃗ 𝐵𝐴

Resulterende kracht

De optelling van krachten in dezelfde richting min de krachten in tegengestelde richting 

Traagheid

Hoe meer massa een object heeft, hoe moeilijker de snelheid van het object te veranderen is 

Versnelling

De toename in snelheid van een voorwerp per eenheid van tijd

Zwaartekracht (𝐹𝑧 )

De aantrekkingskracht tussen een object en de aarde. Wordt ook gravitatie genoemd. Je berekent de zwaartekracht met de formule Fg=G×m×Mr2: F is de gravitatiekracht, m en M zijn de massa’s van twee voorwerpen, r is de afstand tussen de zwaartepunten en G is de gravitatieconstante (Binas tabel 7A)

Resultante kracht

De som van alle krachten

Momenteel zijn er nog geen examenvragen voor deze video.
B1. Kracht en beweging

B2: Energieomzettingen