Economie

3. Inkomstenbelasting berekenen

Gegeven door:
Henk de Beuker
Beschrijving Begrippen Examenvragen

In deze video met uitleg voor economie bespreken we inkomstenbelastingen en hoe we die kunnen berekenen. We zullen door de verschillende boxen en schijven heen lopen en gebruik maken van een voorbeeld om te kijken hoe we deze inkomstenbelastingen kunnen berekenen. Veel succes met leren!

Aanmerkelijk belang

De inkomsten die je binnenkrijgt door het bezitten van minimaal 5% van de aandelen van een bedrijf.

Belastingvrije voet

Je betaalt over een zeker bedrag aan inkomen geen belasting.

Boxenstelsel

Dit is een belastingsysteem waarin de fiscus het inkomen opsplitst in drie boxen: inkomen uit werk en woning, inkomen uit aanmerkelijk belang en inkomen uit sparen en beleggen.

Brutoloon

Het Brutoloon is het salaris zoals jij dit hebt afgesproken met jouw werknemer en wat er is vastgelegd in het contract.

Dividend

Dividend is het deel van de winst van een bedrijf dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. Dividend kan overigens ook in aandelen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders, dit heet stockdividend.

Gemiddeld belastingtarief

Je krijgt het gemiddeld belastingtarief door het totale bedrag aan belastingen te delen door het totale bedrag aan inkomen, waarna je dat vermenigvuldigt met 100%.

Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting is een vorm van directe belasting die geheven wordt over het inkomen van particuliere belastingplichtigen.

Loonbelasting

Loonbelasting is een directe belasting die geheven wordt over het loon van werknemers of met hen gelijkgestelde personen.

Marginaal belastingtarief

Het gaat er om dat je in één keer kan aangeven hoeveel geld je moet betalen in de hoogste schijf waarin je valt. Bijvoorbeeld bij een hoog inkomen valt iemand met zijn inkomen ook in de 60%-schijf, waardoor van al het extra inkomen dan 60% belasting betaalt zal moeten worden.

Nettoloon

Het Nettoloon is eigenlijk hetzelfde als het brutoloon, maar dan zonder belastingen en premies.

De regering van een land is bezorgd over de daling van de netto participatiegraad, dat wil zeggen het aandeel werkzame mensen in de potentiële beroepsbevolking (alle mensen tussen 18 en 66 jaar). Voor mensen met een lage opleiding is de netto participatiegraad gedurende de laatste jaren afgenomen van 52% naar 45%. Volgens de regering is deze daling vooral te wijten aan de zogeheten ‘armoedeval’: als laagopgeleide mensen vanuit een uitkeringssituatie in loondienst komen gaat hun netto jaarinkomen er bijna niet op vooruit.

De regering wil (het accepteren van) betaald werk voor met name laagopgeleide mensen financieel aantrekkelijker maken. Daarnaast stelt de regering zich ten doel om de verdeling van de netto inkomens minder scheef te maken.


Tabel 1 geeft de tarieven voor de inkomstenbelasting in 2016. Belasting wordt geheven over zowel arbeidsinkomen als inkomen uit uitkeringen.


Tabel 1:


De regering overweegt voor 2017 een van onderstaande aanpassingen aan te brengen in de inkomstenbelasting:

  1. de introductie van een algemene heffingskorting van 1.000 euro per jaar voor iedere belastingplichtige, of
  2. de introductie van een arbeidskorting van 1.000 euro per jaar voor iedereen met een betaalde baan.


De overheid kiest voor invoering van aanpassing 2. Het schijventarief blijft

in 2017 hetzelfde als in 2016.

 

Jannie van Agt houdt van haar bijstandsuitkering in 2016 netto 12.000 euro over. Begin januari 2017 heeft zij de kans om als medewerkster in een cateringbedrijf te werken. Haar brutojaarloon in 2017 zal 16.000 euro bedragen. Zonder werk zou haar nettobijstandsuitkering voor 2017 12.200 euro zijn. Haar vriendin rekent haar voor dat ze dankzij de aanpassing in de inkomstenbelasting die baan beter wel kan accepteren: “Het extra netto-inkomen dat je ontvangt zal ruim het dubbele zijn van het geld dat je extra krijgt als je in de bijstand blijft.”


Laat met een berekening zien dat haar vriendin gelijk heeft.


E1: Macro economische kringloop

E2: Structurele groei

E3: Inkomen, welvaart en welzijn

E4: Ongelijkheid en herverdeling

E5: Arbeidsmarkt en werkloosheid