Bedrijfseconomie

2. Kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten

Gegeven door:
Carlitos Kramer
Beschrijving Begrippen Examenvragen

Welkom allemaal bij deze nieuwe video met uitleg voor bedrijfseconomie. Vandaag kijken we naar de kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten. We onderzoeken wat het verschil is tussen deze begrippen. Dat doen we door kort toe te lichten wat het verschil is tussen kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten, en vervolgens te kijken naar voorbeelden over alle mogelijke vormen van kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten.

Kasstelsel

Kosten of opbrengsten worden geregistreerd als deze betaald of ontvangen zijn

Periodetoerekeningstelsel

Kosten of opbrengsten worden geregistreerd als deze veroorzaakt zijn

Uitgaven

Uitgaande geldstroom

Ontvangsten

Ingaande geldstroom

Kosten

De aanbieder heeft zijn deel van het contract vervuld, zoals goederen geleverd en jij moet nu betalen

Opbrengsten

Jij hebt jou deel van het contract vervuld, zoals een auto verkocht als autodealer. Het betekent niet dat je gelijk geld op je rekening ziet.

Paul en Osman studeren Financial Control aan de Hogeschool van Haarlem. Ze financieren hun studie onder andere door op vrije dagdelen bij een aantal bekenden het gras te maaien en ramen te zemen. De laatste tijd krijgen ze via deze bekenden meer aanvragen om dergelijke kleine klusjes uit te voeren.


Eind 2021 vragen Paul en Osman zich af of ze de vraag naar de uitvoering van dergelijke klusjes, waar geen scholing voor nodig is, kunnen omzetten naar een winstgevende startup. Ze hebben het idee om met ingang van 1 januari 2022 een digitaal platform in de vorm van een app te introduceren waar de vraag naar en het aanbod van klussen kunnen samenkomen (zie informatiebron 1). Ze gaan daarom de haalbaarheid van dit plan onderzoeken.


Het gebruik van de app van Klusstudent levert voor degene die de klus plaatst klantwaarde op. Klantwaarde heeft twee kanten: een ‘opbrengstenkant’ en een ‘kostenkant’.


Beschrijf de klantwaarde die de app van Klusstudent genereert voor de plaatsers van de klussen. Geef hiervoor een voorbeeld van een ‘opbrengst’ en een ‘kostenpost’ die de app met zich meebrengt.

E1. Vastleggen van financiële en niet-financiële informatie

E2: Kosten- en winstvraagstukken

Samenvatting voor bedrijfseconomie - Kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten


Kosten en opbrengsten registreren

Goed, er zijn twee methodes om opbrengsten en kosten te registreren binnen een organisatie. Allereerst is er het kasstelsel. Bij het kasstelsel is er pas sprake van een opbrengst als je deze daadwerkelijk hebt ontvangen, en een kost als je iets daadwerkelijk hebt betaald.


Daarnaast is er het periodetoerekeningsstelsel, ook wel het factuurstelsel genoemd. Hierbij gaat men uit van de factuurdatum, dus het moment dat de kost of opbrengst is veroorzaakt. Bij het kasstelsel vinden de uitgaven en kosten dus altijd op hetzelfde moment plaats, net als de ontvangsten en opbrengsten. Bij het factuurstelsel kan dit verschillen, omdat de kosten en opbrengsten al opgenomen worden wanneer de factuur is verstuurd, terwijl er op dat moment nog niet per se een ontvangst of uitgave is. Het meest gebruikte stelsel bij bedrijven is het periodetoerekeningsstelsel. Voor dit stelsel is het dus van belang dat we het verschil tussen kosten en uitgaven, en opbrengsten en ontvangsten begrijpen.


Verschil kosten en uitgaven, opbrengsten en ontvangsten

Een uitgave en een ontvangst is een in-of-uitstroming van geld. Laten we een eenmanszaak als voorbeeld nemen. Een uitgave is wanneer cash of banksaldo het bedrijf uitgaat, en een ontvangst is wanneer cash of banksaldo het bedrijf inkomt. Kosten en opbrengsten hebben betrekking op het resultaat in een bepaalde periode.


Dus als we zien dat ontvangsten en uitgaven ervoor zorgen dat het banksaldo omhoog of omlaag gaat, wat is dan het verschil met opbrengsten en kosten? Een opbrengst en een kost hebben betrekking op veranderingen in de resultatenrekening. Het is mogelijk dat een transactie zowel een uitgave als een kost is. Of zowel een opbrengst als een ontvangst. Maar, dit hoeft dus niet altijd het geval te zijn als we gebruik maken van het periodetoerekeningsstelsel. Wij gaan nu een aantal voorbeelden doornemen ter verduidelijking van het verschil tussen kosten en uitgaven en opbrengsten en ontvangsten.


Voorbeeld: geen uitgave, wel een kost

Stel dat jij een factuur ontvangt voor een dienst die al geleverd is. Deze dienst is geleverd en moet daarom als een kost in jouw winst- en verliesrekening worden geregistreerd. Het geld is jouw onderneming nog niet uit, dus er is nog geen sprake van een uitgave. Omdat er niet is betaald, heb je een schuld bij deze leverancier van de dienst. Deze schuld wordt geregistreerd onder de post crediteuren op de balans.


Voorbeeld: geen kost, wel een uitgave

Laten we het vervolg van het vorige voorbeeld nemen. Twee maanden later besluit jij het geld voor de gestuurde factuur over te maken. Dit geld gaat jouw onderneming uit, er is dus sprake van een uitgave. De schuld die op de balans staat komt te vervallen; deze is nu namelijk betaald. Naast de uitgave worden er geen kosten gemaakt. De kost was namelijk al geregistreerd in de vorige periode. Er worden geen dubbele kosten gerekend. Het enige wat er nu gebeurt is dat de betaling daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Er is dus sprake van een uitgave. Omdat er geld is betaald, verdwijnt die schuld van de balans aan de creditzijde, terwijl hetzelfde bedrag uit jouw kas omlaag gaat aan de debetzijde.


Voorbeeld: geen ontvangsten, wel opbrengsten

Op dezelfde wijze kan het voorkomen dat jij een dienst levert aan een ander bedrijf. De factuur hiervan wordt pas een maand na levering van deze dienst betaald. Zodra de dienst is geleverd, heb jij een opbrengst gemaakt. Er ontstaat namelijk een schuld vanuit de partij die heeft genoten van jouw dienst.


Er is nu sprake van een opbrengst, maar geen ontvangst. Het is namelijk zo dat zodra de dienst geleverd is, deze in de winst- en verliesrekening mag worden meegenomen. Maar, jij hebt nog geen geld ontvangen. Dat komt pas over een maand, wanneer de factuur betaald wordt. Er is dus geen sprake van een ontvangst. De schuld van de tegenpartij wordt zolang deze nog niet betaald is meegenomen op de balans onder de post debiteuren.


Voorbeeld: geen opbrengst, wel een ontvangst

We maken nog een keer gebruik van het voorbeeld van net. De klant betaalt jouw factuur een maand later. De opbrengsten zijn al geregistreerd op de winst- en verliesrekening. Dit wordt dus niet nog een keer gedaan. Wel wordt er geld ontvangen door jouw eenmanszaak. We spreken nu van een ontvangst die geen opbrengst is. De post crediteuren vermindert en jouw kasgeld stijgt met hetzelfde bedrag.


Geen kost, wel een uitgave: voorbeeld 2

We nemen een ander voorbeeld. Misschien heb je de video over de winst- en verliesrekening al gezien. Hierin hebben we het over afschrijvingskosten en de werking hiervan. Bij het volgende voorbeeld doen we dat weer.


Jij koopt een machine voor jouw onderneming. Deze machine heeft een levensduur van 10 jaar. Omdat je de machine over deze periode van tien jaar gebruikt, mag je de kosten hiervan verspreiden over die periode. Laten we kijken hoe dit eruit ziet vanaf begin tot eind.


Op 1 januari 2022 koop je de machine voor € 100.000. Er is sprake van een uitgave om de machine te betalen. Dit gaat dus van je bankrekening af, en deze investering komt vervolgens op de balans te staan, want hier noteren we de bezittingen en schulden. Maar, de kosten worden over tien jaar verspreid. Aan het eind van elk gebruiksjaar wordt er dus ( € 100.000 / 10 ) = € 10.000 aan kosten opgenomen op de winst- en verliesrekening. Maar, op 1 januari 2022 is het nog niet het einde van het jaar, en dus is er dan geen sprake van kosten die moeten worden opgenomen op de winst- en verliesrekening. In dat geval heb je een uitgave, maar geen kost.


Geen uitgave, wel een kost: voorbeeld 2

Nadat de machine een jaar is gebruikt, moet er € 10.000 aan kosten worden meegerekend vanwege de afschrijvingskosten van de machine. Er vertrekt geen geld uit jouw onderneming. Dat gebeurde al bij de aanschaf van de machine. Maar, die uitgave, de aanschaf van de machine, moet als kost worden verspreid over de levensduur van de machine. Er wordt dus € 100.000 delen door 10 jaar = € 10.000 aan afschrijvingskosten op de winst- en verliesrekening opgenomen. Geen uitgave, wel een kost dus.


Geen opbrengst, wel een ontvangst: voorbeeld 2

Bij de opbrengsten en ontvangsten maken we gebruik van een ander voorbeeld. Dit keer leen jij geld bij een bank om jouw bedrijfsactiviteiten uit te breiden. Je wil € 200.000 lenen. De afspraak is dat je dit bedrag over tien jaar terugbetaalt. Je krijgt €200.000 van de bank. Dit is een ontvangst, maar geen opbrengst. Je hebt geen geld verdiend of gewonnen. Je hebt geld gekregen dat terugbetaald moet worden. Er wordt dus geen opbrengst geregistreerd op je winst- en verliesrekening, maar er is wel een verhoging van je banksaldo. Hier is sprake van een ontvangst en geen opbrengst.


Wel een uitgave, geen kost: voorbeeld 3

Bij het aflossen van de lening uit het laatste voorbeeld maak je geen kosten. Je lost € 20.000 af. Dit is een uitgave, omdat dit uit jouw kasgeld vertrekt. Maar, je maakt dus geen kosten. Op dezelfde manier dat je geen opbrengsten maakt bij het krijgen van de lening, maak je geen kosten bij het aflossen van de lening. Je maakt dus geen verlies op je winst- en verliesrekening. Je moet alleen het geld teruggeven dat is aan jou is geleend. We spreken hier dus van een uitgave, maar geen kost.


Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze samenvatting voor bedrijfseconomie, tot de volgende keer!